Enkele maanden geleden nam ik deel aan een seminarie van trendwatcher Li Edelkoort. Bij het binnenkomen werd gevraagd een tekening te maken van het kledingstuk dat bij mij het meeste emoties oproept. Ik tekende mijn schooluniform: blauw truitje, wit kraagje, grijs plooirokje. Dat rokje ligt trouwens nog altijd in mijn kast. Ik bewaar het als een teken van vervlogen kinderlijke onschuld, een onfeilbaar geloof in de toekomst. Een herinnering aan een zorgeloze, mooie tijd. Tot de schoolpoorten na twaalf jaar achter mij dichtvielen. Pas toen begon de zoektocht naar mezelf en de kledingstijl die me paste. De jaren die daarop volgden, waren een opeenvolging van miskopen en de meest uiteenlopende stijlen. Een coherente garderobe samenstellen leek een onmogelijke opdracht. Toen ik als modejourna...

Enkele maanden geleden nam ik deel aan een seminarie van trendwatcher Li Edelkoort. Bij het binnenkomen werd gevraagd een tekening te maken van het kledingstuk dat bij mij het meeste emoties oproept. Ik tekende mijn schooluniform: blauw truitje, wit kraagje, grijs plooirokje. Dat rokje ligt trouwens nog altijd in mijn kast. Ik bewaar het als een teken van vervlogen kinderlijke onschuld, een onfeilbaar geloof in de toekomst. Een herinnering aan een zorgeloze, mooie tijd. Tot de schoolpoorten na twaalf jaar achter mij dichtvielen. Pas toen begon de zoektocht naar mezelf en de kledingstijl die me paste. De jaren die daarop volgden, waren een opeenvolging van miskopen en de meest uiteenlopende stijlen. Een coherente garderobe samenstellen leek een onmogelijke opdracht. Toen ik als modejournalist begon, was het hek helemaal van de dam. Elke zes maanden naar Parijs en Milaan om de trends op de voet te volgen. Elke zes maanden een nieuwe kleerkast. Tot ik op vintage botste. Voor mij was het een herontdekken van iets wat ik al lang verloren was. Iets vertrouwds, authentieks, tijdloos. Net als mijn schooluniform. Mijn eerste aankoop voor volgende winter: une petite robe noire. Heel in dit seizoen, maar vooral heel mij. Een jaren zestig-model, zonder mouwen. Heel Audrey Hepburn, aldus sommigen. Ik weet niet of dat als een compliment bedoeld is. In avant-gardistische milieus staat Audrey niet echt geboekstaafd als de meest inspirerende stijlicoon, maar eerlijk gezegd laat me dat koud. Ik ben nu eenmaal gecharmeerd door jurken van toen. Net als de films uit die tijd vertellen ze een verhaal van ongebreideld optimisme. Toegegeven, ook van burgerlijkheid, maar dat is het mooie aan vintage. Voor een avondje uit zijn er nog altijd de seventies, eighties en nineties. Zolang ik me er maar goed in voel. Na de hysterie van consumptie voor en na de millenniumovergang lijkt een periode van bezinning te zijn aangebroken. Mode gaat terug over het herontdekken van kleding waarin we ons thuis voelen, de kleren die we als natuurlijk aanvoelen, zonder er te veel bij te hoeven nadenken. Zonder slaaf te zijn van dogma's, logo's en handtassen-van-het-moment. De hegemonie van de fashion victims lijkt voorgoed voorbij. De vier modemadammen met wie ik voor deze special een rondetafelgesprek voerde, denken er net zo over. Authenticiteit wordt volgens hen het nieuwe modewoord voor de toekomst. Pittig detail: ze beschouwen dat bovendien als iets typisch Belgisch. Net als de baksteen in onze maag. De nieuwe generatie Belgische ontwerpers die in dit nummer aan u worden voorgesteld, geeft hun alvast gelijk. Zes debutanten, zes verschillende stijlen, zes uiteenlopende verhalen. Hun enige gemeenschappelijke noemer: individualiteit. In deze tijden van globalisering klinkt het als muziek in de oren. En wat nog meer hoop voor de toekomst geeft: de heren in het gezelschap stellen geen geïdealiseerd schoonheidsideaal voorop. Zo neemt Eric Verdonck met zijn label size who cares de dictatuur van het matenstelsel op de korrel en is Haider Ackermann gefascineerd door de rimpels van Francoise Hardy. Met andere woorden, mannen die ontwerpen voor vrouwen van vlees en bloed. En niet alleen voor veertienjarige nimfen in een prepuberale fase. Kortom, een hoopgevende Mode dit is Belgisch die uitgerekend op elf september verschijnt. Zoals elke bewoner op deze aardbol herinner ik me nog perfect wat ik deed toen het bloedstollende nieuws uit New York me ter ore kwam. Op dat moment had ik net een bespreking met stylist Olivier Rizzo. Mode leek plots zo triviaal. Met enige zin voor drama verwoordde Olivier het toen zo: "Je weet dat ik zou sterven voor mode, maar op dit moment kan het me geen barst schelen." En hij hing de telefoon op. Wie Olivier kent, weet dat daar geen woord van gelogen is. Intussen lijkt iedereen in de modewereld hetzelfde gevoel te delen. Een jaar later verlaat Olivier ook Weekend Knack om internationale horizonten te verkennen. De Belgische authenticiteit doet het blijkbaar goed over de landsgrenzen. Ik wens hem alle succes toe! PASCALE BAELDEN