Kunt u iets meer vertellen over dit merkwaardige kruikje (21,8 cm hoog) dat gevonden werd in Veurne (Veurnestraat 55) ? Het is versierd met twee draken. We vermoeden dat het uit de dertiende eeuw stamt.

De datering klopt als een bus : deze kan zal nog vóór de Guldensporenslag zijn vervaardigd. Het is een prachtig stuk luxeaardewerk uit de hoge Middeleeuwen, een bijzondere periode voor de Europese ceramiekgeschiedenis. In de loop van de twaalfde en vroege dertiende eeuw ontstond er in West-Europa een nieuwe ceramiektraditie waarin Vlaanderen een belangrijke rol speelde. Toen maakten we natuurlijk deel uit van Frankrijk waar het in het bekken van Parijs de mode werd om aardewerk te versieren met oplegwerk. Ook vanuit andere Franse streken, zoals de Languedo...

De datering klopt als een bus : deze kan zal nog vóór de Guldensporenslag zijn vervaardigd. Het is een prachtig stuk luxeaardewerk uit de hoge Middeleeuwen, een bijzondere periode voor de Europese ceramiekgeschiedenis. In de loop van de twaalfde en vroege dertiende eeuw ontstond er in West-Europa een nieuwe ceramiektraditie waarin Vlaanderen een belangrijke rol speelde. Toen maakten we natuurlijk deel uit van Frankrijk waar het in het bekken van Parijs de mode werd om aardewerk te versieren met oplegwerk. Ook vanuit andere Franse streken, zoals de Languedoc, en vanuit Engeland werd er rijk versierd aardewerk ingevoerd. Vanaf de vroege dertiende eeuw begon de Vlaamse pottenbakkersindustrie op te bloeien, op vele plaatsen tegelijk trouwens. Vondsten uit Brugge, Gent, Mechelen, Aardenburg, Kortrijk en enkele Frans-Vlaamse steden bewijzen dat er overal versierd aardewerk werd aangemaakt. Vermoedelijk is het aantal productiecentra nog groter en het kan best dat ook Veurne in aanmerking komt. Vergeet niet dat dit siergoed druk werd geëxporteerd, zelfs naar Scandinavië. Dus kan een Kortrijkse of Brugse kruik makkelijk in de Veurnse bodem terecht zijn gekomen. Technisch gezien is het bakken van dit aardewerk geen grote kunst. In de Middeleeuwen waren de pottenbakkers talrijk, wat vrij logisch is : bijna alle kook-, schenk- en drinkgerei was van gebakken aarde. En breekbare producten diende men nu eenmaal geregeld te vervangen. De traditie van het hoogversierde aardewerk beleefde in Vlaanderen een bloei die bijna nog groter was dan in de ons omringende regio's. De hoogconjunctuur viel samen met de bloei van de Vlaamse steden, van rond 1200 tot 1350, daarna doofde de trend min of meer uit. Er werd almaar vaker gewoon aardewerk vervaardigd, dat door zijn lage baktemperatuur doorlaatbaar was. Vanaf 1350 kwam uit het Maas- en Rijnland een export op gang naar de lage landen van harder gebakken steengoed, beter geschikt om vloeistoffen in te bewaren of uit te schenken. We weten dat de omvangrijkste productie van hoogversierd aardewerk in de lage landen in Brugge moet worden gesitueerd. In de binnenstad, aan de Potterierei (de naam spreekt voor zich) werd dat aardewerk massaal vervaardigd. Net zoals in de andere centra bleef de productie niet beperkt tot kruiken, ook vuurstolpen, vetvangers en nokversieringen behoorden tot het gamma. Zowel in Brugge als Gent zijn grote ruiterbeelden gemaakt die de daken van belangrijke gebouwen sierden. Dit middeleeuwse aardewerk is zeldzaam, omdat er bovengronds eigenlijk niets van is bewaard : alles wat we kennen, komt uit de bodem en intacte stukken zijn zo goed als onvindbaar. Dat maakt deze met draken versierde kruik extra waardevol, zowel archeologisch als antiquarisch. We schatten de waarde op ongeveer 4.500 à 5.500 euro.Piet Swimberghe