Dinsdagmorgen in de Upper West Side, een van New Yorks welvarendste wijken. Zoals elke week staan er voor de witte stenen kerk van St. Paul en St. Andrew in de 86ste straat twee vrachtwagens dubbel geparkeerd. Een ploeg van twintig is druk in de weer met het lossen van de lading ingeblikt voedsel, zakken rijst, graan en bonen. Het is twaalf uur. De vrijwilligers zijn al van acht uur bezig. "Tegen halfeen hebben ze meestal gedaan", zegt Johana Solana. Zij is een van de weinige betaalde werknemers van West Side Campaign Against Hunger, de hulporganisatie die een gratis kruidenierswinkel voor armen runt in een doolhof van kelderkamers van de kerk. Ze toont me een kantoortje waar een collega vragen stelt aan een verlegen kijkende vrouw met drie kinderen. Hij tikt haar antwoorden in op zijn computer. "Dat is een nieuwe cliënte", zegt Johana. Aan welke voorwaarden moet je voldoen om hier te mogen 'winkelen'? "Het enige wat we vragen, is dat mensen bewijzen hoevee...

Dinsdagmorgen in de Upper West Side, een van New Yorks welvarendste wijken. Zoals elke week staan er voor de witte stenen kerk van St. Paul en St. Andrew in de 86ste straat twee vrachtwagens dubbel geparkeerd. Een ploeg van twintig is druk in de weer met het lossen van de lading ingeblikt voedsel, zakken rijst, graan en bonen. Het is twaalf uur. De vrijwilligers zijn al van acht uur bezig. "Tegen halfeen hebben ze meestal gedaan", zegt Johana Solana. Zij is een van de weinige betaalde werknemers van West Side Campaign Against Hunger, de hulporganisatie die een gratis kruidenierswinkel voor armen runt in een doolhof van kelderkamers van de kerk. Ze toont me een kantoortje waar een collega vragen stelt aan een verlegen kijkende vrouw met drie kinderen. Hij tikt haar antwoorden in op zijn computer. "Dat is een nieuwe cliënte", zegt Johana. Aan welke voorwaarden moet je voldoen om hier te mogen 'winkelen'? "Het enige wat we vragen, is dat mensen bewijzen hoeveel leden hun gezin telt." Hun inkomen doet er niet toe? "Nee", zegt Johana, "voor ons part kunnen ze in een appartement van twee miljoen dollar wonen aan Central Park. We stellen bewust heel weinig vragen. De bureaucratische weg om aan officiële bijstand te raken, is al ingewikkeld genoeg in New York." In de winkel is het druk. Johana legt me het systeem uit. Elk individu heeft maandelijks recht op een etensvoorraad voor drie dagen voor zijn of haar gezin. Vrij grabbelen mag niet. De boodschappenmand moet de juiste verhouding van proteïne, groente, fruit, zuivelproducten en granen bevatten, anders stuurt de 'kassierster' je terug. "Vandaag krijgt iedereen iets extra: een pakje koekjes en een zak snoep", zegt Johana, "we krijgen die niet elke week." Hoe raakt haar organisatie aan al dit eten? "Sommige waren kopen we in de groothandel, andere krijgen we gratis van fabrikanten of van individuen of groepen die inzamelingen doen." Is er altijd genoeg voorraad? "Het wordt almaar moeilijker", zegt ze, "verleden jaar kwamen er dagelijks gemiddeld honderd gezinshoofden langs. Nu zitten we aan 168. Vorige week was er een vechtpartij voor de kerk omdat alles op was." Ze bijt even op haar onderlip. "Na die vechtpartij begon ik nachtmerries te krijgen."Wat later in haar kantoor vertelt ze dat ze, toen ze hier begon te werken, vooral daklozen en mensen met drugs- en alcoholproblemen had verwacht. "Ik was er niet op voorbereid om zoveel mensen te zien die recentelijk werkloos zijn geworden of gewoon niet genoeg verdienen. De meesten zijn zo beschaamd om hier te komen. Ik weet niet waar het heen moet. De vraag werd stilaan groter deze lente, toen de recessie begon, maar sinds 11 september worden we overrompeld. In oktober alleen al zijn er meer dan 80.000 werklozen bijgekomen in New York, 75.000 anderen zagen hun voltijdse baan krimpen tot een halftime. Eind november werden 32.800 gezinnen van de bijstand geschrapt omdat hun limiet van vijf jaar is verstreken. Waar moeten al die mensen werk vinden?"Het antwoord is somber. Meer dan één miljoen mensen, of één op de acht inwoners, staan nu dagelijks in de rij voor New Yorks 1200 gaarkeukens en foodpantries, zoals die waar Johana werkt. Deze winter riskeert de stad een hongercrisis. Honger en dakloosheid gaan hand in hand. In New York brak het aantal daklozen vorige maand een record. In de opvangtehuizen van de stad slapen elke nacht 30.000 daklozen, onder wie meer dan 12.000 kinderen. Dat cijfer toont slechts de top van de ijsberg. Rekent men diegenen mee die op straat slapen of bij familie of vrienden op de sofa, dan komt men aan 120.000 tot 150.000 daklozen. De trend van meer honger en dakloosheid is merkbaar in heel Amerika. De Conferentie van Burgemeesters maakte onlangs bekend dat de vraag naar noodbehuizing in 27 steden met dertien procent is gestegen in één jaar. Beterschap zit er voorlopig niet in. De huurprijzen die de laatste zeven vette jaren drastisch stegen, zijn nog niets gezakt, behalve voor de allerduurste woningen. "Het gevaar bestaat dat mensen denken dat het volstaat om eten te schenken aan groepen als de onze", zegt Johana, "maar het is geen oplossing. De oplossing is dat iedereen genoeg verdient om zoals jij en ik te kunnen winkelen zonder schaamte."Wat kan ik meer dan haar geluk wensen? Een blik op de krant van vandaag alleen al is genoeg om de moed te verliezen. "De Republikeinen willen een belastingvermindering die vooral de rijken zou bevoordelen. De Democraten willen de werklozensteun verhogen, maar de Republikeinen zeggen dat zoiets te duur zou uitvallen", staat er in een artikel. " Boeing wist de Senaat te overtuigen om honderd vliegtuigen aan het leger te leasen voor tien miljard dollar", meldt een ander. "Groot-Brittannië heeft aan de Amerikaanse minister van Financiën gevraagd het bedrag voor de bestrijding van de wereldarmoede met vijftig miljard dollar per jaar te verhogen", lees ik ten slotte, "de Britse afgevaardigde geeft echter toe dat de VS weinig steun hebben betoond aan zijn voorstel." Jacqueline Goossens vanuit New York