De mens, ge kunt daar niet aan uit. Des te meer waar er veel volk bij elkaar is. In een Normandisch kuststadje tijdens een verlengd weekend in augustus, bijvoorbeeld, als de homines turistici er rond het Vieux Bassin eendrachtig oesters zitten te slurpen, ook al doen die in dit seizoen vuile manieren en zijn ze deswege niet te vreten. Wij beperken ons tot een sober slaatje en een glaasje rosé op het terras van L'Albatros, het soort bistro waar Amélie Poulain kind aan huis zou kunnen zijn. Een do...

De mens, ge kunt daar niet aan uit. Des te meer waar er veel volk bij elkaar is. In een Normandisch kuststadje tijdens een verlengd weekend in augustus, bijvoorbeeld, als de homines turistici er rond het Vieux Bassin eendrachtig oesters zitten te slurpen, ook al doen die in dit seizoen vuile manieren en zijn ze deswege niet te vreten. Wij beperken ons tot een sober slaatje en een glaasje rosé op het terras van L'Albatros, het soort bistro waar Amélie Poulain kind aan huis zou kunnen zijn. Een doorsneemens zou tussen radijs, croutons en fromage de chèvre door onbekommerd andere mensjes kijken, maar helaas, zo zitten wij niet in elkaar. Want parbleu, het terras van de aanpalende bistro is leeg. Nochtans hebben de eigenaars van L'Annexe niets onverlet gelaten om hun etablissement zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Er liggen witte kleedjes op de tafels met daarop van die fantasie-emmertjes met een struikje lavendel. Ook aan het menu kan het niet liggen, dat is redelijk geprijsd en ziet er eerlijk gezegd aantrekkelijker uit dan dat van L'Albatros, ook al stel ik me vragen bij le grand suisse au chocolat op de dessertkaart, wellicht omdat ik ooit met een Zwitser gelieerd was. Strikt genomen heb ik natuurlijk geen uitstaans met het zakencijfer van L'Annexe : ik ken de eigenaars niet, ik bezit geen aandelen in hun bedrijf. Toch - noem het een extreme vorm van empathie of domweg bemoeizucht - betrap ik mezelf erop dat ik met argusogen het reilen en zeilen (of het gebrek eraan) naast de deur volg. Erger zelfs : de laagconjunctuur stemt mij somber en nerveus. Ik registreer de doffe blik in de ogen van de kelner, de spleen van de patronne, die in arren moede met een diabolo menthe op haar eigen terras plaatsneemt. Volk trekt volk aan, zie ik haar denken, maar nee, niemand laat zich vangen. Niet de oudere Britse stellen in pseudonautische outfits, niet het Franse equivalent van de familie Flodder. Laat nu, hou ik mezelf voor, het zijn je zaken niet. Maar van de weeromstuit probeer ik de voorbijgangers te hypnotiseren. "Zitten. Nu !" En warempel, na een beetje oefenen lukt het. Een dame met een hondje bestelt de planche terre et mer, een jong stel tweemaal de zes oesters met een glaasje witte wijn. Ze zijn melkig, maar de begeleidende halve citroen zit in een gaasje. Opgelucht leun ik achterover : mijn taak is volbracht, eindelijk ben ik met vakantie. LINDA ASSELBERGSIk probeer voorbijgangers te hypnotiseren. "Zitten. Nu !" En warempel, na een beetje oefenen lukt het.