Hilde Verbiest en Sarah Doumen / Foto's Bieke Claessens
...

Hilde Verbiest en Sarah Doumen / Foto's Bieke ClaessensHonderd jaar staan ze er al, de huizen van de Van Oldenbarneveldlaan in Amersfoort. Ontsnapt aan de verwoestende kracht van de Tweede Wereldoorlog en aan de komst van de kantoorgebouwen in de stationswijk. "Toen wij het huis tien jaar geleden kochten, was het tamelijk verwaarloosd en uitgewoond. De leidingen moesten allemaal vernieuwd worden. Gas, water, elektriciteit, alles lag bovenop de muur. Het houtwerk bleek in slechte staat en de keuken was niet veel meer dan een hok", zegt Nico Vink. Weinig mensen durven het aan zo'n huis te kopen, ook al is de wijk inmiddels een beschermd stadsgezicht. Maar Nico en zijn echtgenote Jacqueline vielen voor de aparte charme: "Wij waren meteen verkocht. De stijl, die hoge plafonds, de ruimte, dit huis had karakter. Het werd, net als de rest van deze straat, gebouwd in 1901-'02 voor mensen die het in Oost-Indië gemaakt hadden en naar het moederland terugkwamen. De bouwmaatschappij heette toen trouwens Java. Het geld dat ze verdiend hadden, investeerden ze in een opbrengsthuis. Het gezin verhuurde de ene helft en woonde in de andere. Dit is een huurhelft." Als stedenbouwkundige heeft Nico een hele kluif aan de geschiedenis van zijn woonst. In het stadsarchief vond hij de bouwplannen terug en verscheidene foto's uit de tijd dat het huis behoorde tot een van de chicste buitenwijken. Met groot respect voor de authenticiteit hebben Nico en Jacqueline hun woning stukje bij beetje opgeknapt. "Financieel konden we het niet aan om alles in één keer te doen. We hadden nog andere prioriteiten, zoals onze twee dochters. Maar uiteindelijk heeft dat ook zijn charmes. Je groeit mee met je huis", vindt Jacqueline. Het huis heeft nog altijd zijn oorspronkelijke structuur en werd zoveel mogelijk intact gelaten. Zo zit in de huiskamer de originele grenen vloer. Van onder het stof gehaald toont hij een prachtig doorleefde patine. De helft van de deuren is ook nog origineel, de andere helft werd nieuw gemaakt in dezelfde stijl. Nico: "Het moeilijkste was moderne wooneisen te koppelen aan het authentieke uiterlijk. Nog niet zo lang geleden hebben we vooraan de raamkozijnen vervangen; het hout was helemaal rot. Wij wilden graag weer de originele profielen, maar dergelijke ramen worden niet meer gemaakt. Moderne ramen hebben veel dikkere profielen en de eisen die aan het glas worden gesteld zijn heel anders dan vroeger. Dus heb ik zelf de profielen getekend, een compromis tussen oud en nieuw." Dat vraagt natuurlijk inspanning, veel geduld en doorzettingsvermogen.Voor elk probleem werd een passende oplossing gezocht. Soms erg verrassend. Zo kozen ze voor een combinatie van drie verwarmingssystemen: naast centrale verwarming zijn er ook twee gaskachels en een open haard. Nico: "Op die manier konden we de twee schoorstenen blijven benutten en is het op een koude zomerdag niet nodig om meteen de centrale verwarming aan te zetten. Om de haard te plaatsen, moesten we wel een monumentale marmeren schouw volledig demonteren en weer in elkaar zetten. Niet evident, maar het is wel gelukt."Zo oud het huis is, zo strak en modern is het interieur. Licht en ruimte worden er geaccentueerd door een subtiel gebruik van kleur: muren en deuren in gebroken wit of zacht geel, gecombineerd met veel zwart en grijs. Slechts hier en daar wordt het spaarzame kleurenpallet doorbroken: rode kussens bijvoorbeeld of het werk van een Amersfoortse kunstenaar aan de muur. "Ik heb een moderne smaak. Het was interessant om dat de combineren met de oude stijl van het huis. Er is niets spannends aan om zo'n huis te meubileren met oude eiken stukken", zegt Jacqueline lachend. De eethoek bestaat uit een oude conferentietafel met kantoorstoeltjes uit de jaren vijftig. Een halve tafel, want in haar geheel was ze te groot. "Het is prettig om eraan te zitten. Rond, maar toch ook recht", vertelt Jacqueline Buismeubelen voeren de hoofdtoon in de zitkamer: een Gispen-stoeltje en -lamp, fauteuils in Le Corbusier-stijl. "Nee, het zijn geen echte Corbu's", geeft Nico toe. "Ze zijn van Harvinck, maar werden inmiddels uit de handel genomen." "We willen ons verbonden voelen met de dingen waarmee we ons omringen. Dat geldt voor ons huis, maar ook voor de meubelen. Niet alleen het uiterlijk telt, ook het verhaal dat erachter zit." En het huis heeft de huidige bewoners een en ander nagelaten. Zo bleek de piano (met bijbehorend stoeltje) die de vorige eigenaar had laten staan, een echte oude Bechstein te zijn. En in de traphal op de eerste verdieping ontdekten ze een porseleinen wasbakje, dat nog dateert uit de tijd dat mensen huispersoneel hadden. Vroeger vulden dienstmeisjes hier de lampetkannen, vandaag is het een nostalgisch ornament. Het is lang niet de enige bewuste verwijzing naar de geschiedenis: in het toilet lieten Nico en Jacqueline een knop van de vroegere gasverlichting gewoon zitten. En een deel van de zolder (nu domein van de twee dochters) is intact gelaten, met een oude mangel als bewijs. "Hier moet ik toch nog een verhaal vertellen", zegt Nico. "Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten de bewoners van dit huis in het verzet. Zo vlak bij het station was dit een doorsluisadres voor gestrande Engelse piloten. Gevaarlijk natuurlijk, maar als er een razzia was, hadden ze hier op zolder een schuilplek: een ingemaakte kast. Het deurtje zit er nog altijd, al kun je er nog moeilijk achterkruipen."