:: Reacties : jp.mulders@skynet.be
...

:: Reacties : jp.mulders@skynet.beVandaag wil ik het hebben over een man. Het soort man dat je in deze door betonrot en opstijgend grondvocht aangevreten tijden nog in beklemmend grote hoeveelheden aantreft in Vlaamse huiskamers. Ik bedoel de man die op café de grote Jan uithangt, maar die ten onder gaat aan pita-indigestie, voetschimmel en onomkeerbare vervuiling van lijf & leden als er langer dan twee dagen geen verzorgende vrouw in de buurt is. Onderbroeken zwerven vrijpostig over de badkamervloer, kamerplanten nemen de functie van asbakken over en de was wordt alras weer naar moeder gedragen. Ik heb het vaker gezien bij mannen die er, door de grilligheid van het lot of door hun eigen stomme toedoen, na vele jaren samenwonend leven opeens weer alleen voorstonden. Wat veracht ik die wezens, die niet zelden over academische titels beschikken maar toch niet in staat blijken zichzelf schoon & zindelijk te houden. Ooit bevond ik mij in dezelfde oncomfortabele situatie, in het merkwaardige jaar 1997, toen mijn levenspad zich afsplitste van dat van de vriendin met wie ik op dat moment negen jaar monogaam had samengewoond. Al die tijd had zij, horresco referens, voor ons beiden gewast en geplast. Van wasmachine en keukengerei wist ik alleen dat zij bestonden, zoals je ook weet dat er zoiets als de eilandjes van Langerhals bestaat. De stofzuiger was het enige huishoudelijke apparaat waarvan ik de werking min of meer doorgrondde. Opeens moest ik, op eigen houtje en zonder de hulp van een personal trainer, in ijltempo de magie van dat alles zien te ontraadselen. Angst bekroop mij bij het vooruitzicht van deze taak, ongetwijfeld de moeilijkste waarvoor ik in mijn leven had gestaan. Ik besloot echter de koe bij de hoornen te vatten en ging te rade bij een vriendin die mij wegwijs wist te maken in de beginselen van de huishoudkunde. Ik hoorde dat je wit en bont apart wast, leerde wassymbolen ontcijferen en de strijkbout hanteren, vernam wat binnenstebuiten moet en op hoeveel graden ongeveer. Het bleek vrij simpel allemaal, te simpel eigenlijk om je van wie dan ook afhankelijk te maken. Toen ik het onder de knie had, voelde ik hetzelfde soort opluchting als wanneer je uit een droom bent ontwaakt waarin juist de oorlog uitgebroken is. Ik was een vollediger mens. Vreemd genoeg bleek de nobele kunst van het zelfonderhoud een verslavende invloed op mij uit te oefenen. Ik begon er een sport van te maken mij ook in de moeilijker disciplines te bekwamen. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld het aannaaien van een knoop of het stoppen van een sok waarvan het voorste gedeelte dan wel een gaatje vertoont, waardoor de teen op de bekende wijze nogal onnozel naar buiten komt piepen, maar die verder nog uitstekend dienst kan doen. Nu lijken naald en draad op het eerste gezicht misschien wat lullig in de handen van een volgroeide man van 82 kilo. Bij nader inzien zijn ze dat niet. Het hanteren ervan kadert in die reeks activiteiten die zich als survival skills laten omschrijven. Wonderlijke bezigheden zijn dat, die je zowel in de woestijn als op de noordpool van pas kunnen komen. Ze geven je grip op de wereld en meesterschap over de dingen. Om dezelfde reden ben ik altijd al fan geweest van instrumenten die specifiek dienen om te overleven, of dat nu Zwitserse zakmessen, verstralers of tweelopen met grove hagel zijn, of van die handige naaisetjes die je in de kamers van het betere hotel aantreft. Geborduurde handdoeken en welriekende shampoos zal ik straal negeren, maar zo'n naaisetje zijn ze als ik uitcheck kwijt. Je weet maar nooit waarvoor je het nog kunt gebruiken, als de gevaarlijke, vierpotige monsters uit hun schuilholen kruipen. Hoog op mijn verlanglijstje met vaardigheden staan momenteel het afdraaien van motorolie, het vervangen van distributieriemen en het behendig uitvoeren van een tracheotomie (u weet wel, zo'n luchtpijpsnede die levensreddend kan zijn in gevallen waarin verstikking dreigt). Ook het zonder verdoving verwijderen van een ontstoken blindedarm zou ik in de loop van dit leven graag nog onder de knie willen krijgen. Allemaal deelaspecten van mijn streven om - op mijn niveau dan, dat helaas iets bescheidener is dan dat van Leonardo da Vinci - een ware homo universalis te worden. Ik zei het al eerder en ik blijf er ook bij : een echte man moet zowel een knoop kunnen aannaaien, een gevoelig gedicht schrijven als een kalasjnikov demonteren in 27 seconden. Zo'n man wil ik zijn. PS Voor wie mijn aspiratie deelt, is er sinds kort een handig boekje dat ik destijds helaas moest missen : Huishoudmanagement voor mannen. Het is uitgegeven bij Van Gennep en bevat, naast een hoop onzin natuurlijk, onder meer stoftechnieken, uitmestmantra's en toilettactieken. JEAN-PAUL MULDERS