Jean Prouvé had het nooit kunnen voorspellen, maar een van de prefabpaviljoenen die hij in 1944 bouwde voor oorlogsvluchtelingen is vandaag een hotelsuite. In de bossen van Château La Coste, ten noorden van Aix-en-Provence, staat een oorspronkelijk '6X6' huisje van Prouvé als vakantieverblijf. De Franse architect en meubelontwerper plakte die cijfers op zijn ontwerp omdat het grondplan zes meter bij zes meter groot is. De constructie is vandaag in handen van galerist Patrick Seguin, die het liet renoveren door de Britse architect Richard Rogers en in bruikleen geeft aan Château La Coste. Dat is oorspronkelijk een wijndomein, maar intussen staat het meer bekend als openluchtmuseum met kunstwerken. Kunstenaars en architecten krijgen er carte blanche, of beter carte verte. Ze mogen in het bos installeren wat ze willen, zolang het maar geen destructieve impact heeft op de omringende natuur. In het typische Provence-landschap staan onder meer een spin van kunstenares Louise Bourgeois, een kapel van Tadao Ando, een sculptuur van Alexander Calder, een kunsthal van Renzo Piano, een wijnkelder ontworpen door Jean Nouvel en een muziekpaviljoen van Frank Gehry. Bijna elk jaar komt er een kunstwerk bij.

Een kunst- en architectuurwandeling kost 15 euro, overnachten kan in het Prouvé-paviljoen of in het boetiekhotel op het domein, villalacoste.com, chateau-la-coste.com