"Ik tel vrachtwagens. Bij mij om de hoek. Het is een druk verkeerspunt en als ik erlangs fiets, blijf ik vijf minuten staan en tel ik wat er voorbijkomt. Doe ik al jaren. Daaraan zie je of er veel handel is. Daarom weet ik zo'n drie maanden voor het in de krant staat hoe het met de economie gaat."
...

"Ik tel vrachtwagens. Bij mij om de hoek. Het is een druk verkeerspunt en als ik erlangs fiets, blijf ik vijf minuten staan en tel ik wat er voorbijkomt. Doe ik al jaren. Daaraan zie je of er veel handel is. Daarom weet ik zo'n drie maanden voor het in de krant staat hoe het met de economie gaat." Zelf Weten was de laatste voorstelling waarmee Hans Aarsman door Nederland en Vlaanderen toerde. Het was een warm pleidooi voor verwondering, vragen stellen en tellen. Voor zelf denken ook, belangrijker dan ooit in een wereld die almaar complexer wordt. "Wij hebben zo'n angst voor cijfers dat we denken : er zijn mensen die daarvoor hebben gestudeerd, daar moeten we het aan overlaten. Maar misschien begrijpen die er zelf ook niet alles van. Wat dat opgeleverd heeft, hebben we in 2008 gezien. Een wereldwijde crisis. Statistieken, experts, politici, krantenkoppen, vandaag pikken we alles en dat is geen goed nieuws. Het is belangrijk dat omgaan met cijfers niet blijft steken in de expertenhoek, er moet er veel vaker een alarmbel gaan rinkelen. Hoezo? Dát moet de standaardvraag worden." Hans Aarsman : Misschien omdat we de neiging hebben om te meten wat makkelijk te meten is, maar daarom nog niet ontdekken wat we eigenlijk willen weten. In de VS analyseerden ze de sterftecijfers in ziekenhuizen. Blijkt dat er in sommige klinieken veel meer mensen doodgaan bij een hartoperatie dan in andere. Het lijkt of dat minder goede ziekenhuizen zijn, maar dat is niet zo. De ziekenhuizen waar de echt goede artsen zitten trekken de patiënten met gecompliceerde problemen aan en dus gaat er al eens vaker iemand dood. Dat soort dingen zie je de hele tijd. Er wordt gemeten zonder na te denken over wat die cijfers eigenlijk zeggen. Klopt en veel onderzoeken zijn ook helemaal niet wetenschappelijk. Neem die enquête van Humo, die onder andere vroeg naar moslims en hun sympathie voor IS. Twintig procent zegt : het heeft wel wat. Om te beginnen is dat niet nuttig. Door gewoon een vraag te stellen, kun je helemaal niet concluderen of dat jihadisten zijn, of gewoon mensen die vatbaar zijn voor een romantisch idee of het wel stoer vinden, die geweren, of gewoon een slechte dag hadden. Dat soort cijfers zegt dus helemaal niets. En wat voor enquête was dat ? Vijfhonderd mensen, wie heeft die gekozen ? En hoe ? En wat voor vragen waren het ? In een land als België, waar jullie die aanslagen gehad hebben, is het alsof je zelf een bommetje legt als je dat soort dingen publiceert. Misschien is dit het moment om voor eens en voor altijd af te spreken dat we dit soort resultaten alleen nog publiceren als ze echt verantwoord en wetenschappelijk onderzocht zijn. Anders houden we beter op met die flauwekul. Kijken naar wat mensen doen. Wenselijkheid komt naar boven als je kijkt naar hoe mensen zich gedragen. Ik vroeg me bijvoorbeeld af wanneer mensen gaan scheiden, dus keek ik op Google-trends. Wat bleek? Het woord alimentatie wordt het vaakst ingetikt vlak na de vakantie en vlak na de feestdagen. Als je aan iemand vraagt : ben je van plan om te gaan scheiden, zegt die waarschijnlijk nee, maar iemand die het woord alimentatie googelt, die denkt er in elk geval over na, toch? We hebben een ontzettend grote behoefte aan voorspellingen. We willen dat iemand zegt : het zit zo. Het kan ons niet eens iets schelen als achteraf blijkt dat er niets van klopt. Het weer is daar een mooi voorbeeld van. Je kunt op sommige sites veertien dagen van te voren zien wat voor weer het gaat worden. Onzin natuurlijk, er klopt geen jota van, maar je hebt mensen die hun vakantie afzeggen omdat voorspeld werd dat het tien dagen later zou gaan regenen. De wereld wordt inderdaad ingewikkelder, maar we hebben ook veel meer instrumenten om zelf op onderzoek uit te gaan en het lijkt me een goed idee als we dat in de toekomst meer doen. Als je alles ter discussie stelt, verval je snel in samenzweringstheorieën, maar verwondering is de basishouding waardoor je op een vrolijke manier vraagtekens plaatst. Als iemand zegt : zo is het, denk dan : hoe zit dat eigenlijk? Want misschien spelen er wel verborgen belangen mee. Inderdaad. Mijn grote voorbeeld is Sherlock Holmes. De auteur Arthur Conan Doyle liet zich inspireren door de Edinburghse chirurg Joseph Bell. Die leerde zijn studenten om niets te vragen, maar alleen te kijken. Dat is Holmes' standpunt : alles ligt voor je, je kunt alles bevragen en alles wordt een spannend verhaal. Kinderen zijn van nature zo : ze vragen zich helemaal stijf. We moeten dat stimuleren en niet eruit slaan. Je kunt natuurlijk niet de hele tijd alles gaan bevragen. We moeten dus leren wanneer het wel moet en wanneer niet. Als ik bijvoorbeeld naar de politieke journalistiek kijk of naar een fenomeen als Trump, dan denk ik : If you keep them asking the wrong questions, you never have to worry about the answers. We maken ons vaak ontzettend druk over dingen die er helemaal niet toe doen. Het homohuwelijk bijvoorbeeld. Als je je daarover opwindt, stel je ondertussen geen vragen over dingen die er wel toe doen. Een recent voorbeeld. In Nederland was er een hele rel over een nieuwe wet die regelt dat iedereen zijn organen afstaat. Zonder toezegging, maar je kunt je verzetten. Iedereen had het daarover, maar in dezelfde Kamerzitting werd er ook gestemd over een wet die stelt dat de zorgverzekeraar in je medisch dossier mag kijken. Dat is veel belangrijker en ingrijpender, want zo gaat het medische beroepsgeheim eraan, maar dat heeft niemand opgemerkt. Dus als er iets emotioneels in de pers verschijnt, denk ik onmiddellijk, wat speelt er op de achtergrond nog. Niet dat ik zo wantrouwig ben, maar ik weet hoe politiek werkt, en hoe de pers werkt. Die heeft er ook belang bij om dingen te publiceren waar mensen emotioneel op reageren, want dat levert lezers op. Terwijl ik vind dat je als krant net je lezers het gevoel moet geven dat ze een beetje grip krijgen op de werkelijkheid. Door de juiste feiten te tonen, kan je lezer de dingen in proportie zetten, maar dat is een taak die de pers vandaag helemaal niet meer op zich neemt. Dat denk ik wel. Om de juiste vragen te stellen, heb je natuurlijk kennis nodig. Je moet dingen paraat hebben. Weet je, veel informatie lijkt onnuttig, maar ik zie dat anders. Als iets je interesseert, ga er dan achteraan. Ben je geboeid door voetbal, mussen, sigarenbandjes, verdiep je er dan in. Heel belangrijk vind ik dat. Je leert een denkmodel kennen en misschien kun je dat dan weer toepassen op andere dingen. Omdat de wereld zo complex is, denk ik dat we snel naar simpele verbanden grijpen. Mensen zijn in principe allemaal hetzelfde. We willen te eten hebben, een dak boven ons hoofd, ons veilig voelen en bevestiging krijgen. Liefde? Dat is gewoon bevestiging, net als seks. Om het onszelf makkelijk te maken, laten we ingewikkelde dingen graag over aan cijfertypes en experts. En aan wat ik de rechtse krachten noem, die overal simpele verbanden zien die er helemaal niet zijn. Organisaties die in de VS bijvoorbeeld roepen dat Obamacare een aanslag is op de vrijheid. Onzin natuurlijk. Het is de taak van wat ik de 'beter denkende kringen' noem om complexe zaken toch op een eenvoudige manier uit te leggen. Kunstenaars, de pers, wetenschappers ook. Neem Richard Feynman. Deze natuurkundige gaf aan eerstejaars op MIT les over kwantummechanica. Hij was heel populair, omdat hij op begrijpelijke manier die ingewikkelde materie uitlegde. Maar net alles in eenvoudige termen moeten uitleggen zorgde ervoor dat Feynman nieuwe ideeën kreeg en in 1965 de Nobelprijs won. Aan leken moeten uitleggen wat er aan de hand is, geeft inzicht in waar je mee bezig bent. Precies. En het kan simpel hoor. Mensen met een intellectuele achtergrond doen vaak alsof alles geweldig ingewikkeld is, maar als je de goede vragen stelt, is dat helemaal niet zo. Weet je wat volgens mij ook een probleem is : we kijken te vaak op korte termijn, omdat we nog altijd met oude breinen zitten. Op een bepaald moment, tienduizenden jaren geleden, kregen apen plots grotere breinen en ontstond er een sociaal dier dat taal ontwikkelde, ging samenwerken en zo geweldige dingen ging bewerkstelligen. Alleen, dat groeien van die hersenen is opgehouden en wij zitten met oude hardware. Onze hersenen zijn te veel ingesteld op de korte termijn. We hebben een nieuwe sprong in de evolutie nodig, grotere hersenen om een langere blik te ontwikkelen. Misschien zijn robots de sleutel. Dat met hun zelfverbeterende kunstmatige intelligentie kunnen zij het denkwerk van ons overnemen. Dan worden wij een soort hondjes en kunnen we grommend en kwispelend onze gang blijven gaan zonder dat de wereld eronder te leiden heeft. Mijn grondhouding is : we leven in een bijzondere tijd en ik ben blij dat ik dat mag meemaken. Er verandert veel, ten goede of ten kwade, maar op lange termijn doet dat er niet zo toe. Over duizend jaar kijken we er weer helemaal anders tegen alles aan. Natuurlijk maak ik me ook wel eens zorgen, maar ik vind alles toch vooral fascinerend. Tekst Nathalie Le Blanc & Foto's Debby Termonia"We maken ons vaak ontzettend druk over dingen die er helemaal niet toe doen"