Het zal wel iets zeggen over de tijd waarin we leven dat twee auteurs, los van elkaar, het onderwerp bedrog fileren met een chirurgenscalpel. Dat resulteerde zowel bij neurowetenschapper Levitin als bij de Russisch-Amerikaanse journaliste Konnikova in boeken met een hoog 'wat-ze-je-niet-leren-aan-de-universiteit'-gehalte. Dit zou je je kinderen willen laten lezen voor ze zich in het echte leven begeven. Waarom leren we op de middelbare school alles over logaritmen en genitieven, maar niet hoe we ons tegen kwaadwillige lieden moeten verweren ?
...

Het zal wel iets zeggen over de tijd waarin we leven dat twee auteurs, los van elkaar, het onderwerp bedrog fileren met een chirurgenscalpel. Dat resulteerde zowel bij neurowetenschapper Levitin als bij de Russisch-Amerikaanse journaliste Konnikova in boeken met een hoog 'wat-ze-je-niet-leren-aan-de-universiteit'-gehalte. Dit zou je je kinderen willen laten lezen voor ze zich in het echte leven begeven. Waarom leren we op de middelbare school alles over logaritmen en genitieven, maar niet hoe we ons tegen kwaadwillige lieden moeten verweren ? Op een bepaalde manier zijn we natuurlijk allemààl bedriegers. Psycholoog Robert Feldman bestudeerde het fenomeen meer dan vier jaar lang. Volgens hem liegen we tijdens een doorsneepraatje met een onbekende gemiddeld drie keer in tien minuten. We liegen in bijna elke situatie. Soms zijn het kleine leugens ("Je bent zeker afgevallen ?"), soms grote ("Ik heb geen seks met die vrouw gehad"). Soms zijn ze ongevaarlijk, soms zijn ze zwaarwichtig genoeg om het leven van mensen te ontwrichten. Naast de huis-tuin-en-keukenbedriegers die we allemaal zijn, heb je ook figuren die liegen en bedriegen tot een soort twijfelachtige kunst verheffen. "Ik heb onmiddellijk door wat iemands zwakte is", placht de voormalige oplichter Simon Lovell te zeggen. "In elke kamer pik ik er de beste prooi uit." "Luister geduldig", was dan weer het eerste gebod van meesteroplichter Victor Lustig. "Met luisteren, niet met snel praten, kun je je slag slaan." Klopt blijkbaar, want Lustig slaagde er zelfs in de Eiffeltoren te verpatsen. Volgens Maria Konnikova, die onder meer schrijft voor The New York Times en The Wall Street Journal, draait oplichterij altijd weer rond emoties. In haar vuistdikke, uitstekend gedocumenteerde boek List en leugen weet deze rijzende ster in de psychologie zich griezelig goed in de perfide geest van de oplichter te verplaatsen. "De opzet is erop gericht een slachtoffer te vinden", betoogt ze met een flair alsof zij zelf haar hand niet omdraait voor het fijnere misleidwerk. "Je moet ontdekken wat iemand maakt tot wie hij is, waar hij / zij van houdt, wat hem / haar warm maakt of juist koud laat. Als het slachtoffer er eenmaal is uitgepikt, gaat de eigenlijke truc van start met de prikkel : het moment waarop je je slachtoffer aan de haak slaat en zijn vertrouwen begint te winnen." Dat bereik je voornamelijk door emoties te bespelen. Elke goede oplichter kan je vertellen dat een emotioneel mens kwetsbaar is. Net zoals wanneer we romantisch in vervoering raken, laat de rede ons in de steek en volgen we ons gevoel. Iedereen kent het gezegde wel : als het te mooi lijkt om waar te zijn, is dat meestal ook zo. Maar als het op onszelf aankomt, klampen we ons vast aan dat 'meestal'. Als het te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat zo - tenzij het mij wordt aangeboden. "Dat is het genie van de meesteroplichter", aldus Konnikova : "Hij is een echte artiest die zelfs de scherpzinnigste kenners kan charmeren. Een theoretisch natuurkundige of de directeur van een grote filmstudio in Hollywood loopt niet minder gevaar dan een tachtigjarige bejaarde uit Florida die argeloos zijn pen- sioentje en spaargeld overmaakt voor een niet te missen buitenkansje dat nooit iets zal opleveren." In vergelijking met dergelijke, bijna wervende taal klinkt Uit onbetrouwbare bron van Daniel Levitin wetenschappelijk en soberder. Bij Levitin gaat het niet zozeer over individuen die andere individuen trachten te rollen, dan wel over grotere gevallen van manipulatie en oplichting via massamedia. In tijden van snelle informatiestromen en het wereldomspannende web, wordt het steeds moeilijker om uit te maken wat waar is en wat niet. Het valt niet mee om te bepalen of de beweringen die we voorgeschoteld krijgen regelrechte leugens bevatten, of verdraaiingen van de werkelijkheid. Die laatste zijn vaak nog erger. "Een leugen die een halve waarheid is," wist Alfred Lord Tennyson al, "is altijd de zwartste leugen." In zijn met praktijkvoorbeelden doordesemde boek geeft Levitin honderduit tips om nieuws, uitspraken, rapporten, statistieken en grafieken met meer kennis van zaken te beoordelen. Om de halve waarheden en hele leugens te ontmaskeren, hanteert hij toepas- singen van logisch denken en een wetenschappelijke methode. "We hebben de afgelopen vijf jaar meer informatie geproduceerd dan in de hele geschiedenis van de mensheid. Helaas vind je op websites en in sociale media naast dingen die waar zijn enorm veel dingen die niet waar zijn. (...) Verkeerde informatie is niet kieskeurig - het is iets wat zich ophoudt bij mensen van alle sociale klassen en opleidingsniveaus. Het verschijnt op plekken waar je dat niet verwacht. Het verspreidt zich als iemand het doorgeeft aan iemand anders, en die weer aan iemand anders, en als het via sociale media als Twitter, Facebook en Snapchat de hele wereld over gaat, kan verkeerde informatie zo algemeen bekend worden." Op indrukwekkende wijze toont de neurowetenschapper aan dat we heel veel over de wereld eigenlijk maar van horen zeggen hebben. We vertrouwen op mensen met expertise die ons dingen vertellen. "Ik heb nooit een atoom, zuurstof of een watermolecuul gezien," aldus Levitin, "maar er is allerlei literatuur waarin nauwkeurig uitgevoerde onderzoeken worden beschreven die me doen geloven dat ze bestaan. Evenmin heb ik zelf gezien dat er mensen op de maan zijn geland, dat licht zich verplaatst met ongeveer 300.000 kilometer per seconde, dat pasteurisering bacteriën doodt of dat mensen normaal gesproken drieëntwintig paar chromosomen hebben. Ik weet niet uit de eerste hand dat de lift in mijn gebouw goed ontworpen en onderhouden is, of dat mijn arts daadwerkelijk medicijnen heeft gestudeerd. We vertrouwen op deskundigen, certificeringen, vergunningen, encyclopedieën en leerboeken." Levitin argumenteert dat we, als een soort opperrechter, vooral op ons eigen gezond verstand moeten afgaan. Leugenaars die ons geld afhandig willen maken, of die willen dat we een stem uitbrengen die tegen onze eigen belangen ingaat, zullen proberen ons te bedelven onder pseudofeiten. Ze zullen ons in verwarring brengen met cijfers die nergens op gebaseerd zijn. Ze leiden ons af met informatie die, bij nader inzien, niet echt relevant blijkt. We kunnen ons daartegen wapenen door de beweringen waarmee we te maken krijgen, haarscherp tegen het licht te houden. "De vaardigheden die je daarvoor nodig hebt, zijn voor de meeste veertienjarigen niet te hoog gegrepen", maakt Levitin zich sterk. Alleen : die vaardigheden worden zowat geen enkele adolescent aangeleerd. Liever bedelven we hun onder massa's kennis waarvan ze het leeuwendeel later nooit meer nodig zullen hebben. Het boek van Levitin vergast de lezer op boeiende casestudy's, zoals de vraag of de astronauten Neil Armstrong en Buzz Aldrin acteurs waren (nee dus, ze zijn wel degelijk op de maan geland in tegenstelling tot wat complotdenkers beweren). De neurowetenschapper slaagt erin om zelfs moeilijke begrippen haarscherp uit te leggen. Met vriendelijke nonchalance walst hij over de onbetrouwbaarheid van gemiddelden, interpretatie van cijfers, precisie versus accuraatheid. Gezwind schaatst hij over terminologische valkuilen, de hiërarchie van bronnen en wat cherry-picking genoemd wordt : het selecteren van data die passen bij je hypothese. Op toegankelijke, bijna luchtige wijze ontrafelt hij logische denkfouten, het framen van risico's en het vermijden van redeneringsvalkuilen. Het kan je besparen wat Mark Twain al heeft beschreven : "Je komt niet in de problemen door wat je niet weet, maar door wat je denkt te weten en wat toch niet waar is." Ook de turf van Maria Konnikova is doorwrocht en gestoffeerd met talrijke adembenemende voorbeelden - zoals dat van Ferdinand Waldo Demara, beter bekend als The Great Impostor. Zijn carrière besloeg tientallen jaren en in die tijd zou hij zich voordoen als lid van elke mogelijke beroepsgroep. Hij was psycholoog, professor, monnik (meerdere monniken zelfs). Hij was gevangenisbewaker, leraar Engels en burgerlijk ingenieur, in welke hoedanigheid hij bijna een opdracht binnensleepte om een grote brug te bouwen in Mexico. Telkens opnieuw werd hij ontmaskerd, elke keer slaagde hij erin iedereen weer om de tuin te leiden en terug te keren in gezaghebbende functies. Nooit voelde hij zich meer in zijn element dan wanneer hij zich voordeed als arts, de meester der mensenlevens. Hij deed dat met zoveel verve dat hij er als chirurg zonder diploma in slaagde effectief mensen het leven te redden. Konnikova legt haarfijn uit hoe oplichterij in zijn werk gaat en hoe het altijd en overal bestaan heeft, ook in de wondere wereld van het dierenrijk (van wandelende takken tot wandelende bladeren). Zoals zovelen van ons, aarzelt ze bij het zien van hun bedrog tussen afkeer en bewondering. Oplichters verstaan als geen ander de kunst te ontdekken wat we precies willen horen, daarin ligt volgens haar het geniale. Zij presenteren zichzelf als degene die dat verlangen het best in vervulling kan doen gaan. Maar het slachtoffer doet het grootste deel van het werk, omdat het wil geloven wat het te horen krijgt : "Ware oplichters dwingen ons helemaal nergens toe ; ze maken ons medeplichtig aan onze eigen ondergang. Zij stelen niet. Wij geven. Zij hoeven ons niet te bedreigen. Wij leveren zelf het verhaal. We geloven omdat we willen geloven, niet omdat iemand ons ertoe heeft gedwongen. En dus geven we ze wat ze maar willen - geld, reputatie, vertrouwen, roem, legitimiteit, steun - en hebben niet door wat er gebeurt tot het te laat is." Als we op de juiste manier worden aangespoord, betoogt de schrijfster, zijn we bereid zo ongeveer overal in mee te gaan. We zouden zo ongeveer iedereen ons vertrouwen geven. Of het nu complottheorieën betreft, bovennatuurlijke fenomenen of paranormale begaafdheid : het lijkt wel of onze goedgelovigheid onbegrensd is. Of, zoals een psycholoog vaststelde : "Het is mogelijk dat lichtgelovigheid diep in het menselijke gedragsrepertoire is ingebakken." Volgens Konnikova zijn onze hersenen gemaakt voor verhalen. We smachten ernaar, en als ze niet voorradig zijn, dan maken we ze zelf. Verhalen over de zin van ons leven. Redenen waarom de wereld is zoals hij is. Mensen houden niet van onzekerheid of ambiguïteit. Als we ergens niet wijs uit geraken, gaan we op zoek naar het ontbrekende puzzelstukje. Als we niet begrijpen wat er is gebeurd, of hoe of waarom, willen we een verklaring vinden. Een oplichter geeft ons die maar al te graag, geloofwaardige verhalen ophangen is immers zijn grote kracht. We kunnen ons best doen om oplichters te doorgronden, en deze twee boeiende boeken zullen daar zeker bij helpen. We kunnen proberen ons tegen oplichters te wapenen. Maar mogen we hopen dat ze op een dag van de aardbodem zullen verdwijnen ? Volgens Maria Konnikova kun je zo wel blijven dromen. Zij noemt oplichterij het échte oudste beroep ter wereld, en ook het enige beroep dat zal overblijven als alle andere zijn verdwenen : "Wat een oplichter uiteindelijk verkoopt, is hoop. Hoop dat je een gelukkiger, gezonder, rijker, geliefder, geaccepteerder, knapper, jonger, slimmer, dieper, tevredener mens zult zijn - hoop dat de jij die erin gaat er aan de ander kant op de een of andere manier beter uit zal komen." Of zoals Paul Auster het uitdrukte, met de onbezoedelde zeggingskracht van de romanschrijver : "De wereld wordt geregeerd door oplichters en bedriegers. De deugnieten hebben het voor het zeggen." Uit onbetrouwbare bron - leugens, verdraaide waarheden en manipulaties doorzien, Daniel Levitin, Uitgeverij Business Contact, 24,99 euro, 256 p. List en leugen - de psychologie van bedriegen en bedrogen worden, Maria Konnikova, Uitgeverij Atlas Contact, 24,99 euro, 399 p. Door Jean-Paul Mulders & Illustratie Thomas HauwaertFerdinand Waldo Demara, 'The Great Impostor', slaagde erin als chirurg zonder diploma mensen effectief het leven te redden