We bellen bij Greet aan om kwart voor negen 's avonds. Ze laat ons binnen en loodst ons naar haar kantoor met grote ramen op het oosten. De tv eist meteen de aandacht op : een debat tussen Hillary Clinton en Bernie Sanders staat op het punt te beginnen. Daar wordt het volkslied al gezongen, het traditionele startsein van alle evenementen. Lui in een zetel voor tv liggen is er niet bij voor Greet. "Tijdens het debat maak ik notities," legt ze uit, "en ik zend en beantwoord tweets." Het is drie uur 's nachts in België. Clinton en Sanders zijn nog maar net op het podium verschenen of de eerste tweets van slapeloze Belgen rollen binnen. Twee uur later twittert Greet ter conclusie : "Goed debat waarin beide kanten sterk uit de hoek kwamen." Maar haar taak zit er nog niet op. Ze zapt naar diverse tv-stations voor de nabeschouwingen. Intussen blijft ze aantekeningen maken, tot na middernacht. Dan mag ze naar bed maar niet voor lang: om vier uur moet ze uit de veren. Een kop koffie en vooruit ! Greet neemt de nationale en internationale perscommentaren op het debat door, checkt haar e-mail en bereidt haar bijdrage voor het middagnieuws van VTM voor. Tegen zes uur - middag in België - zit ze aan haar computer om via Skype haar verslag te brengen. Ze krijgt anderhalve minuut. Voor een buitenstaander lijkt dit heel weinig voor al het werk dat eraan voorafgaat. "Het is een kwestie van routine", zegt Greet die haar eerste stappen als reporter zette in 1986, eerst bij de radio en dan televisie.
...

We bellen bij Greet aan om kwart voor negen 's avonds. Ze laat ons binnen en loodst ons naar haar kantoor met grote ramen op het oosten. De tv eist meteen de aandacht op : een debat tussen Hillary Clinton en Bernie Sanders staat op het punt te beginnen. Daar wordt het volkslied al gezongen, het traditionele startsein van alle evenementen. Lui in een zetel voor tv liggen is er niet bij voor Greet. "Tijdens het debat maak ik notities," legt ze uit, "en ik zend en beantwoord tweets." Het is drie uur 's nachts in België. Clinton en Sanders zijn nog maar net op het podium verschenen of de eerste tweets van slapeloze Belgen rollen binnen. Twee uur later twittert Greet ter conclusie : "Goed debat waarin beide kanten sterk uit de hoek kwamen." Maar haar taak zit er nog niet op. Ze zapt naar diverse tv-stations voor de nabeschouwingen. Intussen blijft ze aantekeningen maken, tot na middernacht. Dan mag ze naar bed maar niet voor lang: om vier uur moet ze uit de veren. Een kop koffie en vooruit ! Greet neemt de nationale en internationale perscommentaren op het debat door, checkt haar e-mail en bereidt haar bijdrage voor het middagnieuws van VTM voor. Tegen zes uur - middag in België - zit ze aan haar computer om via Skype haar verslag te brengen. Ze krijgt anderhalve minuut. Voor een buitenstaander lijkt dit heel weinig voor al het werk dat eraan voorafgaat. "Het is een kwestie van routine", zegt Greet die haar eerste stappen als reporter zette in 1986, eerst bij de radio en dan televisie. Rond de middag ontmoeten we Greet opnieuw bij haar thuis. Ze stelt ons voor aan haar partner Bart Vandaele, die in de tuin aan het werk is. Ze leerde hem vijftien jaar geleden kennen, hier in Washington. "Een gemeenschappelijke kennis stelde ons aan elkaar voor in een Frans restaurant." Bart is kruiden aan het overplanten in potten. "Die zijn bestemd voor onze restaurants", zegt hij. Bart is chef en eigenaar van Belga Café en B Too, twee Belgisch geïnspireerde restaurants op een half uur rijden van hier. Greet moet terug aan het werk. Straks gaat ze opnieuw live, dit keer op het VTM-avondnieuws. We rijden naar de studio's van Mobile Video in het hart van Washington. Greet is kind aan huis in dit facilitair bedrijf dat gebruikt wordt door zowel nationale als internationale tv-stations. De timing voor live-uitzendingen is strak. "VTM huurt de opnameruimte en camerapersoon voor tien minuten", vertelt Greet. Op het dak van het gebouw staan verschillende open witte tenten. Het uitzicht daarachter is ook voor de Vlaamse tv-kijker vertrouwd, met als meest prominente punt de witte koepel van het Capitool (waar het Congres zetelt), die tegenwoordig in de steigers staat voor restauratie. "Op drukke momenten staan we hier met meerdere samen", vertelt Greet. "Het komt er dan op aan om je te concentreren zodat je de stem van de journalist naast je uit je gehoor bant." Greet heeft exact 1 minuut en 45 seconden voor haar verslag. Of ze het maken van uitgebreidere reportages mist ? "Ik ben realistisch," antwoordt Greet, "ik wist op voorhand wat er van mij werd verwacht. Komt daarbij ook dat we niet met oneindige budgetten werken. De verslaggeving over de aanslagen in België en andere Europese onderwerpen eisten veel middelen op. En niemand vermoedde dat de Amerikaanse voorverkiezingen zo veel en zo lang aandacht zouden krijgen." Washington en de voorstad Alexandria, waar Greet woont, waren tijdens de burgeroorlog toevluchtsoorden voor slaven die waren ontsnapt uit zuidelijke staten. "Ik ben altijd nieuwsgierig naar mijn omgeving en de geschiedenis ervan. Zo botste ik enkele jaren geleden tijdens het joggen langs een onverharde weg op een verwaarloosde begraafplaats voor zwarte slaven. Onlangs is men begonnen met de opknap." 's Namiddags toont Greet een andere begraafplaats van bevrijde slaven die recent in eer werd hersteld, al moest daar een kantoorgebouw voor worden gesloopt. Er staat een monument, een allegorische voorstelling van de slavernij. "Dat beeld vind ik niet mooi, maar het is een aangrijpende plek", zegt ze. Wat verder komen we aan de Woodrow Wilson Bridge. De Potomac is hier breed. "We staan in een overstromingsgebied", zegt Greet terwijl we over een pier stappen met links en rechts dichte begroeiing. "Naast de brug is een fiets- en wandelpad. Van hier is het vijftien kilometer fietsen naar het Lincoln Memorial in Washington en twintig naar Mount Vernon, de achttiende-eeuwse villa en slavenplantage van George Washington, de eerste president. Greet komt hier vaak. "Langs het water is het zalig fietsen", zegt ze. "Ik ken intussen ook de kleinere zijwegen waar minder joggers en fietsers zijn. Het pad is vooral in het weekend erg druk." Later wandelen we langs zorgvuldig gerestaureerde achttiende- en negentiende-eeuwse huizen in Old Town Alexandria. Ook de kleinste huisjes, waar ooit zwarte en blanke arbeiders in woonden, zijn nu veel geld waard. De typische bewoner in Old Town is tegenwoordig blank, ouder en welgesteld. Alexandria was vroeger een rijke havenstad. Er is veel geld verdiend met de slavenhandel. Een van de meest pittoreske straatjes is Captain's Row. Het is geplaveid met Belgian cobblestones (kasseistenen) en wordt verlicht met gaslantaarns. Op King Street, de hoofdstraat van Old Town, komen we zowaar een restaurant tegen dat Brabo heet. "De eigenaar is de zoon van een Antwerpenaar", vertelt Greet, "Het menu is geïnspireerd op de traditionele Belgische keuken." Het logo van het restaurant is een tekening van het befaamde standbeeld op de Grote Markt van Antwerpen. We keren terug naar Washington DC. We rijden langs bekende plaatsen, zoals het Capitool, het Witte Huis, de Library of Congress (de grootste bibliotheek ter wereld), de National Gallery, het National Air and Space Museum, het International Spy Museum, het National Museum of the American Indian en het in aanbouw zijnde National Museum of African History and Culture. Greet is een enthousiaste gids. Ze houdt van haar stad en kent die op haar duim. "Twintig jaar geleden vond ik Washington vrij saai", zegt ze. "Intussen is de stad veel dynamischer geworden. Er is volop geïnvesteerd in restauratie, parken en cultuur. Vroeger raadde ik bezoekers aan om twee dagen uit te trekken voor Washington. Tegenwoordig krijg je vlot vier dagen vol." Het is druk in de National Mall, het bekende park tussen het Lincoln Memorial en het Capitool. We wandelen door de Mall naar het Hirshhorn, een cilindervormig museum van moderne en hedendaagse kunst. Greet komt hier graag : in de museumtuin staat haar favoriete sculptuur, een werk van de Spanjaard Juan Muñoz: vijf bronzen figuren met bolvormige onder- lichamen. "Muñoz stierf in 2001, twee weken voor de installatie van dit werk", vertelt ze. "Ironisch genoeg heet het Last Conversation Piece." Een andere plek waar Greet graag vertoeft, is de Georgetown Waterfront. Het is een uur voor zonsondergang als we er passeren. Het is druk op de café- en restaurantterrassen met uitzicht op de Potomac, het Kennedy Center en de Key Bridge. Er liggen boten aan waarop mensen cocktails drinken. "In de zomer zijn de vrouwen vaak in bikini", zegt Greet. "Dit is de Place m'as-tu vu van Washington. " Achter ons rijzen luxe-flatgebouwen. Georgetown is de duurste wijk van Washington DC. Onze volgende bestemming is Capitol Hill. "Bart en ik hebben hier gewoond toen de wijk geen al te beste reputatie had", vertelt Greet. "Heel wat mensen raadden hem af om hier een restaurant te openen." Belga Café bestaat intussen twaalf jaar. "In die tijd is de buurt veel veranderd," aldus Greet, "het is een populaire bestemming geworden waar mensen komen eten en winkelen." Belga Café maakt een gemoedelijke indruk. Het is bekend voor Belgische klassiekers zoals mosselen met friet en zijn uitgebreide Belgische bierkaart. Het dakterras zou niet misstaan in een hipsterwijk in Brooklyn. Net zoals de knappe streetart in het leuke steegje achter het restaurant. In 2013 opende Bart zijn tweede restaurant, B Too, op enkele kilometers van Belga Café. De chef in B Too is Antwerpenaar Dieter Samyn. Het interieur en het menu van B Too zijn meer upscale dan in Belga. De gerechten op het menu staan ook in het Nederlands : "Erwtjes met avocado" - "Witte worst met appeltjes" - "Garnaalkroket" en zelfs "Konijn met pruimen". Vele Amerikanen vinden konijnenvlees eten taboe. Bart brengt daar verandering in. "Het is tegenwoordig een van onze populaire gerechten", zegt hij. Dat en de wafels, meer dan vijftien soorten, van hartig tot zoet. Mist ze België ? "Soms wel", geeft Greet toe. "Vooral omdat ik er zoveel echt goede vrienden heb die ik veel te weinig zie. Dat geldt ook voor mijn familie. Ik heb een sterke band met mijn ouders en zus. Mijn petekind Elias is vorige week achttien geworden. Er is contact via Skype en Facebook, maar dat is toch wat veraf allemaal." Toch denkt ze niet aan terugkeren. "Bart en ik hebben ons leven hier uitgebouwd. En professioneel heb ik hier de kans om te doen wat ik graag doe." Ze houdt van Amerika zonder het land te idealiseren. "Amerika heeft ruimte en geeft mij nog altijd het gevoel dat er veel mogelijk is. Tegelijk besef ik maar al te goed dat ook hier de maatschappij steeds bekrompener wordt. Het land van de vrijheid en de immigranten heeft in de afgelopen twintig jaar een ander gelaat gekregen. Ik zie veel gelijkenissen met de sociale evolutie in Europa waar grenzen nu meer en meer gesloten worden, letterlijk en figuurlijk. Ik begrijp ook veel beter de schrik van de Amerikanen voor de wurggreep van de overheid." Ik vraag haar nog of ze het soms moeilijk vindt om haar persoonlijke voorkeur of afkeer van kandidaten niet te laten blijken tijdens haar verslaggeving. "Nee," zegt ze, "maar ik wil je gerust verklappen dat ik het tijd vind voor een vrouw in het Witte Huis." Tekst Jacqueline Goossens & Foto's Bart Michiels"Twee dagen Washington was vroeger genoeg. Tegenwoordig krijg je vlot vier dagen gevuld"