Het kinderjournaal Les Niouzz, het lifestyleprogramma Sans Chichis, The Voice Belgique, het kookprogramma Un gars, un chef met voormalig modeontwerper Gérald Watelet, deze zomer het wereldbekerprogramma Viva Brasil le mag : tv-presentator Adrien Devyver (33) legde de afgelopen zes jaar een gevarieerd parcours af bij de RTBF.
...

Het kinderjournaal Les Niouzz, het lifestyleprogramma Sans Chichis, The Voice Belgique, het kookprogramma Un gars, un chef met voormalig modeontwerper Gérald Watelet, deze zomer het wereldbekerprogramma Viva Brasil le mag : tv-presentator Adrien Devyver (33) legde de afgelopen zes jaar een gevarieerd parcours af bij de RTBF. Heel wat minder wispelturig is hij als het op zijn woonplaats aankomt : Devyver groeide op in La Hulpe (Terhulpen) en twijfelde er na zijn studie journalistiek in Louvain-la-Neuve geen moment aan om terug te keren. Ondertussen woont hij met zijn vriendin in Overijse. In Vlaams-Brabant dus, maar wel met uitzicht op het mooie meer van Genval - dat sinds de jaren zestig pal op de taalgrens ligt - en op slechts luttele kilometers van de plek waar hij zijn kinder- en jeugdjaren doorbracht. Hij kan zich niet voorstellen ooit weg te trekken uit de streek, bekent de naar eigen zeggen hyperactieve Devyver meteen. "Ik ben gehecht aan mijn roots. Aan mijn familie en de mensen en plekken die ik altijd gekend heb. Die hebben me gemaakt tot wie ik nu ben. Misschien zou ik als Luikenaar hetzelfde zeggen, maar ik denk toch dat het belangrijk was om op te groeien in een groene en veilige omgeving met veel open ruimte en sociaal contact. Als kind voelde ik me de koning te rijk in La Hulpe. Na de schooluren en in het weekend kon ik met mijn vrienden de velden intrekken om te voetballen en te ravotten, en in onze omgeving heerste een dorpsmentaliteit die veel veiligheid en geborgenheid bood. Bovendien was het verkeer toen nog een stuk rustiger dan nu. Als kind deed ik dus alles met de fiets of te voet, zonder dat mijn ouders zich zorgen hoefden te maken of ik 's avonds wel zou thuiskomen." Dat zorgeloze, idyllische Waals-Brabant uit zijn jeugd is stilaan aan het verdwijnen, zegt Devyver, al noemt hij de inwoners van de provincie nog steeds geluksvogels. "Dit is nog altijd een enorm aangename plek om te wonen, midden in het groen. Dat doet veel met mensen. Ze lopen hier in ieder geval minder op de tippen van hun tenen dan in Brussel en zijn ook socialer ingesteld. In grote steden is een gesprek al gauw beperkt tot 'hoi' en 'tot ziens', hier kennen de meeste buren elkaar nog en maakt men sneller tijd voor een praatje." Adrien Devyver : Dat valt goed mee. Het gebeurt wel dat mensen om een handtekening vragen of samen op de foto willen, maar dat stoort me niet. Zeker niet als kinderen me aanklampen, want ik herinner me nog goed hoe blij ik zelf was wanneer als ik als kleine jongen een bekend persoon tegen het lijf liep en dan een aandenken wist te versieren. Bovendien woon ik in een streek waar mensen veeleer welgesteld zijn en over het algemeen van hun privacy houden. Wederzijds respect wordt op prijs gesteld, zodat er misschien toch een zekere schroom bestaat om een bekend persoon aan de mouw te trekken. Sowieso probeer ik altijd grote inkopen te doen, zodat we er voor enkele weken vanaf zijn, en als ik echt geen tijd of zin heb om een praatje te maken, dan trek ik gewoon naar een Vlaamse gemeente als Hoeilaart. Daar is de kans dat iemand me herkent veel kleiner, zodat ik daar wel ongestoord de boodschappen kan doen of uit eten gaan. Ik heb me altijd kiplekker gevoeld in La Hulpe, van frustratie of een zeker gemis was dus absoluut geen sprake. Alleen dacht ik eerst verpleger en vervolgens kinesist te worden, richtingen waarvoor ik in mijn eigen woonplaats niet terechtkon, ik moest pendelen naar Woluwe. In Brussel heb ik me echter nooit thuis gevoeld - nog steeds niet trouwens. Ik mis er het gevoel van ruimte en sereniteit dat me zo vertrouwd is en hou ook helemaal niet van het opgefokte verkeer in Brussel. Ook het openbaar vervoer ligt me niet, misschien omdat ik mijn hele jeugd zoveel bewegingsvrijheid had en zelf voor mijn verplaatsingen kon zorgen. Maar het grootste verschil tussen Brussel en Waals-Brabant zit toch in de mensen. In de hoofdstad zijn ze zoveel gehaaster, zo gespannen en in zichzelf gekeerd, terwijl men hier nog een gemeenschapsgevoel koestert en tijd maakt voor elkaar. Dat ligt me beter dan het individualisme en het jachtige ritme van de grootstad - als journalist krijg ik in mijn werk al genoeg stress mee. In Brussel kun je ook dagenlang rondlopen zonder een vertrouwd gezicht te zien, terwijl je hier altijd wel een buurman of een kennis ontmoet. Dat geeft me een gevoel van verankering, en blijkbaar heb ik dat wel nodig. Uiteraard heb ik vrienden in het Brusselse en gaan we er weleens samen op stap, maar hoe minder ik in de er moet zijn, hoe liever ik het heb. Louvain-la-Neuve mist charme en is op architecturaal vlak niet bijzonder mooi - daar valt weinig tegenin te brengen. Anderzijds vond ik dat in mijn studententijd van ondergeschikt belang. Destijds wilde ik vooral optrekken met vrienden en plezier maken, en dat lukte heel goed (lacht). Er waren feestjes en concerten allerhande, en bovendien woonde ik met drie vrienden in een uithoek van de stad. We konden de boel dus al eens op stelten zetten zonder de buurt over ons heen te krijgen. Daarnaast vond ik het als student prettig dat Louvain-la-Neuve zo verkeersluw en compact is. Winkels, cafés, sportcentra en andere faciliteiten lagen allemaal op loopafstand, en dus was er aan gezelligheid en geborgenheid zeker geen gebrek. Ja, ik vond het jammer dat er zo weinig interessante kunst- en fotografietentoonstellingen waren, maar ik hoor dat die leemte stilaan begint te verdwijnen. Het kleinschalige karakter van Louvain-la-Neuve heeft voor een instroom van oudere mensen gezorgd, en dus probeert men het culturele aanbod nu toch wat meer te diversifiëren. In dat opzicht is Louvain-la-Neuve nog niet af, maar veeleer een stad in wording. Ik had geen vast contract en verdiende als losse medewerker geen fortuin, maar voelde me de koning te rijk. Ik schreef stukjes over wijkfeesten, dorpsspelen en andere folkloristische evenementen in Waals-Brabant : niet erg sexy of glamoureus, maar achteraf bekeken had ik me geen betere leerschool kunnen wensen. Ik kon tekst en beeld immers helemaal in eigen handen houden, zonder me aan grote analyses of stellingnames te moeten wagen, en na twee maanden had ik een adressenboekje van jewelste - voor elke beginnende journalist een geweldig cadeau. Bovendien ontdekte ik op een steenworp van La Hulpe plekken en activiteiten waar ik nooit eerder van gehoord had, waardoor ik nog meer van mijn streek ging houden. Wie er graag op uittrekt om te wandelen of te fietsen, zal zich in Waals-Brabant in geen geval vervelen. Dorpen als Grez-Doiceau en Beauvechain of de kanten van Jodoigne zijn bijvoorbeeld prachtig voor natuurliefhebbers die van uitgestrekte velden en vergezichten houden - alsof je in het zuiden van Frankrijk zit. Het ligt trouwens nog altijd niet in mijn aard om deze of gene job meteen af te wijzen of me ergens te goed voor te voelen. Bescheidenheid en jezelf ter discussie durven te stellen, brengen je verder dan op voorhand al deuren te sluiten. Als je de juiste instelling hebt, kun je overal wel iets van opsteken. De situatie is complex, want met zijn welgestelde bevolking en relatief lage werkloosheid laat Waals-Brabant zich niet zomaar in een zak stoppen met Wallonië. Het beeld van de Walen als luieriken die niet vooruit komen in het leven : daar verzet men zich hier heel sterk tegen. Anderzijds mist Waals-Brabant het duidelijke profiel van pakweg Luxemburg, een provincie die haar landelijke karakter cultiveert en zwaar inzet op natuurbehoud, of het levendige imago van Luik. Waals-Brabant zit letterlijk tussen de stad en het platteland in, wat maakt dat de provincie zowel op economisch als cultureel en toeristisch vlak haar weg nog zoekt. Maar noem deze provincie geen aanhangsel van het Brussels Gewest. Daarvoor zijn de verschillen in levensritme en -kwaliteit te groot, en dat lijkt men ook te koesteren. Zo proberen veel dorpen toch enig tegenwicht te bieden tegen de verstedelijking, en hun rurale karakter en lokale middenstand te beschermen. Terwijl je vroeger sowieso in Brussel moest zijn voor jonge, hippe evenementen als de Apéros Urbains, vind je die nu ook aan het meer van Genval en in Waterloo. Een ander voorbeeld van de eigen dynamiek van de provincie is de culturele ontwikkeling van het kasteel van La Hulpe, waar kunstenaar Jean Michel Folon in 2000 een stichting onderbracht en in de kasteelhoeve nu meer dan vijfhonderd aquarellen, sculpturen en andere werken tentoonstelt. Een van mijn favoriete plekken in Waals-Brabant is trouwens het regionaal domein rond het kasteel, een prachtig en goed onderhouden park dat aan Ernest Solvay toebehoorde, maar in 1968 aan de Belgische staat geschonken werd door zijn kleinzoon. Als kind bracht ik zowat mijn halve jeugd door in dat park, en met zijn gevarieerde landschappen vol vijvers, grote bomen en een Franse tuin is het nog altijd een fantastische plek voor een uitstap of een looptocht. De stadsvlucht uit Brussel laat zich uiteraard sterk voelen in Waals-Brabant. Veel nieuwkomers hebben een soortgelijk profiel : jonge dertigers die een tijdje in Brussel gewoond hebben, daar een gezinnetje gesticht hebben, tot ze merken dat de hoofdstad misschien toch niet ideaal is om kinderen groot te brengen. Dat doet de prijzen exploderen en heeft zijn weerslag op de beschikbare vrije ruimte. In het noorden van Waals-Brabant is de rek er trouwens wel uit. Maar wie hier opgegroeid is, kijkt niet op van al die belangstelling. Het kan geen toeval zijn dat nagenoeg al mijn vrienden uit mijn jeugd vroeg of laat terugkeerden naar Waals-Brabant of nu plannen in die richting maken. Ik ben een geval apart, want mijn vader is een Vlaming, afkomstig uit het Antwerpse, terwijl mijn moeder Franstalig is. Thuis in La Hulpe spraken we dus wel Frans, maar het Nederlands was nooit ver weg. Ik ging naar een Nederlandstalige kleuterschool in Overijse, en ook met de familie van mijn vader heb ik altijd Nederlands gesproken. Om maar te zeggen dat het soms moeilijk is om mensen tot de ene of de andere taalgroep te rekenen - zeker hier. Iets soortgelijks kun je zeggen van Overijse of van Genval, de gemeente aan de overkant van het meer. In mijn eigen appartementsgebouw heb ik zowel Nederlands- als Franstalige buren, en daarmee vorm ik echt geen uitzondering in deze streek. Bij de gemeente en in het postkantoor spreek ik consequent Nederlands, maar verder heb ik niet de indruk dat de taal hier zo gevoelig ligt. Daarvoor zijn er te veel zaken die Nederlands- en Franstaligen binden. Natuur, ruimte, veiligheid, een gemoedelijke sfeer : dat is wat ons allemaal naar deze streek lokt. Ik betreur dan ook dat enkele politieke partijen en de media het debat zo verzuurd hebben en ons nu haast dwingen om in een soort van dichotomie te leven : de Vlamingen aan de ene kant, de Franstaligen aan de andere. Dat veroorzaakt aan beide kanten van de taalgrens veel vooroordelen. Vooral Franstaligen vrezen dat ze absoluut niet welkom meer zijn in Vlaanderen, tenzij ze Nederlands spreken. Als inwoner van Overijse heb ik gelukkig een heel andere ervaring, en in omgekeerde richting is de gastvrijheid niet minder groot. Vlamingen merken snel dat ze welkom zijn in Waals-Brabant. DOOR WIM DENOLF & PORTRET CHARLIE DE KEERSMAECKER"Bescheidenheid brengt je verder dan op voorhand al deuren sluiten" "Waals-Brabant zit letterlijk tussen stad en platteland, zowel economisch als cultureel en toeristisch zoekt de provincie nog haar eigen weg"