Wim Denolf
...

Wim DenolfPal Zileri: familiale zorgzaamheidIn Romeo & Julia kruisen twee machtige Italiaanse families de degens, bij Pal Zileri slaan ze de handen in elkaar. Het Italiaanse bedrijf uit Quinto Vicentino, een dorp bij Vicenza in het noordoosten van Italië, werd opgericht in 1970, toen de families Barizza en Miola besloten de lokale knowhow inzake mannenkleding op grote schaal toe te passen. Manuela Miola (36), dochter van medestichter en CEO Aronne Miola, leidt er sinds '94 de pr- en publiciteitsafdeling: "Meteen na mijn studies, want het was altijd mijn vurigste wens om in het familiebedrijf te werken. De behoefte om afstand te nemen van mijn familie had ik niet. Als je zo dicht bij huis een baan kunt vinden waarbij je veel interessante mensen ontmoet en vaak reist, dan laat je dat toch niet liggen? Druk heb ik echter nooit ervaren. Mijn vader zei altijd: ik wil je alleen maar in de buurt als je het echt wilt. In tegenstelling tot mijn oudere zus Lisa, die het dagelijks management verzorgt, heeft mijn jongste zus dan ook een andere weg gekozen." Miola, moeder van twee, doorliep de eerste maanden alle afdelingen van het bedrijf en is er dan volledig mee vergroeid. "Een familiebedrijf is een stuk van jezelf, de betrokkenheid is veel groter dan voor een gewone werknemer. Het is alsof je samen een levenswerk uitbouwt. Aanvankelijk waren we een klein lokaal label, nu vormen Europa, Amerika en Azië de helft van onze omzet." Die mag er zijn: 114 miljoen euro in 2001. Het label bezit 34 eigen winkels, onder meer in Parijs en Londen, en omvat naast een sport- en travel-collectie ook accessoires als schoenen en bagage. Bovendien werd onlangs het bloemige Pal Zileri-parfum gelanceerd. Dat vader Miola ook haar baas is, stoort Manuela niet: "Onze meningsverschillen gaan eerder over privé-zaken dan over het bedrijf, ook al moeten we budgettaire afspraken maken. Ik beschouw het als een voordeel dat papa mijn baas is, het wederzijdse respect is groot. Bovendien houdt hij werk en privé liefst gescheiden. Zo is er een ongeschreven regel dat we op familiebijeenkomsten nooit over het werk spreken. Wie iets te zeggen heeft, doet dat op kantoor, niet met de kinderen en andere familieleden erbij. Mijn enige handicap is dat ik voor hem altijd een kind blijf, zíjn kind (lacht)." Ook binnen het bedrijf moest Miola zich bewijzen: "Als zoon of dochter van de baas veroorzaak je altijd opschudding. De werknemers denken dat je het gemakkelijk hebt gehad, omdat je de baan zomaar krijgt. Je moet ieder, stuk voor stuk, overtuigen van je kunnen. Eigenlijk kun je je geen fouten veroorloven, de verwachtingen zijn zeer hooggespannen."Als familiebedrijf hecht Pal Zileri veel belang aan waarden als samenwerking en harmonie, zegt Miola. Huisvesting en transport worden voorzien voor werknemers, terwijl begin jaren tachtig reeds een crèche werd geopend voor hun kroost. De openingsuren, van kwart over zeven 's ochtends tot halfzes 's avonds, zijn dezelfde als die van de productie. Ook oudere kinderen worden, in samenwerking met lokale scholen, buiten de gewone lesuren opgevangen. De opvoeders behoren telkens tot het bedrijf zelf. "De productie omvat veel handwerk", zegt Miola, "onder meer in de afwerking van de mouwen en de knoopsgaten. Dat veronderstelt jaren training. Vroeger staken we veel energie in de opleiding van jonge meisjes die na enkele jaren huwden en uiteindelijk thuis bleven om voor de kinderen te zorgen. Dankzij de nieuwe voorzieningen blijft hun kennis nu behouden. Een familiebedrijf is het ook aan zichzelf verschuldigd oog te hebben voor de noden van zijn personeel."Falke: liever privéSchmallenberg is u wellicht onbekend, maar voor de textielindustrie van het Duitse Sauerland is het dorpje in het zuidoosten van Nordrhein-Westfalen essentieel. Sinds dakwerker Franz Falke-Rohen hier eind negentiende eeuw een breifabriek opstartte, is Schmallenberg de basis van het Falke-imperium. Dat omvat ruim 3000 werknemers, van wie 700 in Schmallenberg. De groep ging van start met haast ambachtelijk vervaardigde sokken en kousen, maar produceert inmiddels ook panty's, ergonomische sportsokken (jaarlijks 2,5 miljoen paar, afgestemd op specifieke toepassingen) en modieuze herenkleding. Ook labels als Boss, Kenzo en Esprit maken er sokken. "Mijn toekomst stond al vast bij mijn geboorte", zegt bedrijfsleider van de vierde generatie Paul Falke (44), onder wie de omzet steeg tot 224 miljoen euro in 2001 en flagship stores geopend werden in Keulen en Parijs. Een shop-in-shop bestaat onder meer in de Brusselse Inno. "Leuk vond ik dat niet, in mijn jeugd stelde ik me daar vele vragen over. Anderzijds ben ik echt opgegroeid in het bedrijf, want mijn ouders leidden het op een heel persoonlijke manier. Bij ons thuis leek het soms meer op een restaurant dan een privé-woning. Zodoende ben ik toch gehecht aan de familienaam en nam ik het bedrijf over na de dood van mijn vader, nu twaalf jaar geleden. Elk succes op bedrijfsvlak is een succes voor de familie." De stormachtige omwentelingen in de modewereld zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan in Schmallenberg, zegt Falke: "De mode-industrie is dynamischer en werkt sneller dan ooit. Familiale bedrijven als het onze zijn vaak erg gericht op het product en de machinerie. Om in de huidige omstandigheden te overleven en de juiste producten te leveren, moesten we een markt- en consumentgericht bedrijf worden." Dat lijkt aardig te lukken. Zo werd de Ergonomic Sport System-sokkencollectie onlangs uitgebreid met functionele, beschermende onderkleding voor mannen en vrouwen. Dankzij analyses van het menselijke lichaam en research naar (naadloze) pasvormen en stofcombinaties bewaart de kleurrijke kleding waar nodig de lichaamswarmte, terwijl transpiratievocht lokaal wordt afgevoerd. "Als ik kijk hoe we erin slagen mee te groeien met de anderen, denk ik niet dat een familiebedrijf nadelig is", beaamt Paul Falke, samen met een neef ook eigenaar. "Als ik zie hoe het beursgenoteerde bedrijven nu vergaat, ben ik blij dat we onze vrijheid hebben behouden. Daar nemen de aandeelhouders de beslissingen, maar die hebben niet de knowhow van iemand die in het bedrijf staat. We zouden nooit dezelfde kwaliteit kunnen handhaven."De eigendomsstructuur voorziet dat elke eigenaar, lees zijn aandeel, slechts vervangen kan worden door één persoon. Bij voorkeur een familielid, zodat overdracht in vreemde, laat staan meerdere handen haast uitgesloten is. "We zijn een van de weinigen waar de familie-, bedrijfs- en merknaam dezelfde is. Dat is vrij uitzonderlijk in de modewereld en een voordeel. Het product en het bedrijf kunnen geïdentificeerd worden met een herkenbaar gezicht." Toch wil Falke zijn dochter en nakende tweede kind tot niets dwingen: "Dwang leidt nooit tot goede prestaties. Uit ervaring weet ik dat verwachtingen haast even dwingend zijn als bevelen, dus zal ik geen stempel op hun hoofd drukken. Ze moeten zelf maar weten of ze de volgende generatie willen zijn."Ermenegildo Zegna: eendracht maakt machtZoals vele familiebedrijven heeft ook Ermenegildo Zegna een lange en bewogen geschiedenis achter de rug. Die begint in 1910, als de twintigjarige Ermenegildo na een opleiding als stoffenmaker in Groot-Brittannië terugkeert naar Trivero, zijn geboortedorp in de Italiaanse Alpen. Hij richt er een stoffenfabriek op, start vele jaren later een naar hem genaamd mannenlabel en bouwt mettertijd een wereldwijd imperium uit: 390 Zegna-winkels, waarvan 138 in eigen beheer, een omzet van ruim 685 miljoen euro, 14 fabrieken in heel Europa, 4000 werknemers, niet slecht voor een ondernemende knaap die met drie werknemers van start ging. In het voorjaar werd nog een tweede Belgische boetiek geopend in de Antwerpse Arme Duivelstraat. Anno 2002 staan vier kleinkinderen aan het roer. "De aanwezigheid en samenhang van onze familie zijn bepalend voor het succes van het label", zegt Benedetta Zegna, de 37-jarige verantwoordelijke voor het personeelsbeleid. Als kind speelde ze op de grote marmeren trap van de neoklassieke villa die haar grootvader bouwde naast de ateliers en die nu dienstdoet als ontvangstplaats. "Familiebedrijven gaan meestal ten onder aan interne spanningen of door de toetreding van buitenstaanders. Dat is een delicate operatie die de continuïteit in het gedrang brengt. Zoiets slaagt zelden, bedrijven als Gucci zijn uitzonderlijk." Zoals de andere familieleden stapte Benedetta niet meteen in het bedrijf. Na haar studies politieke wetenschappen en een cursus marketing in Firenze werkte ze eerst een jaar bij een stoffenfabrikant in Como en volgde ze een stage bij Saks Fifth Avenue: "In de familie staan we erop dat iedereen zich op een spontane en normale manier ontwikkelt, ook al groei je op in het bedrijf. Het is een manier om zelfvertrouwen en ervaring op te doen en het sterkt je tegenover de buitenwereld. Je bent niet zomaar de zoon of dochter van. Sowieso is in het bedrijf werken geen verplichting. Voorwaarde is dat iedereen iets doet dat aansluit bij zijn persoonlijkheid. Een creatieve duizendpoot moet je niet opsluiten in een administratieve functie." Het voordeel van in een familiebedrijf te werken? Benedetta hoeft niet lang na te denken: "Vooral op moeilijke momenten vind je gemakkelijker de moed en motivatie om door te gaan, terwijl problemen en risico's onderling gedeeld worden. We hangen sterk aan elkaar, als een voetbalploeg waarin iedereen zijn bijdrage levert. Zodoende kunnen we ook verschillende terreinen beheren, van de productie van exclusieve stoffen en maatwerk tot de uitbating van winkels. Al hebben we daarbij wel externe analyses gebruikt, want voor een familieonderneming is een agressieve groeistrategie zoals die nu gangbaar is in de textielwereld geen gemakkelijke opdracht."Als Italiaans familiebedrijf was Zegna altijd een heel mannelijk, gedisciplineerd en gefocust bedrijf, bekent Benedetta: "Zulke waarden beïnvloeden ook het werk, en bovendien zijn familiebedrijven vaak een beetje gesloten. Mettertijd is het belangrijker geworden om oog te hebben voor wat er elders in de wereld gebeurt. Nu een jongere generatie aan het roer staat, hechten we meer belang aan de ervaringen en indrukken die we opdoen buiten het bedrijf. Alleen zo kunnen we vernieuwen. Zonder in extremen te vervallen, voor een familiebedrijf zijn coherentie en herkenbaarheid immers de pluspunten bij uitstek."Paul Falke: "Als ik zie hoe het beursgenoteerde bedrijven nu vergaat, ben ik blij dat we onze vrijheid hebben behouden." Benedetta Zegna: "We hangen sterk aan elkaar, als een voetbalploeg waarin iedereen zijn bijdrage levert."