Twee weken geleden overleed Pamela Harriman, de Amerikaanse ambassadeur in Parijs. Geboren in 1920 in een verarmde Britse adellijke familie, was het van jongsaf haar enige ambitie om rijk te worden. Voor een vrouw van haar generatie en komaf, met als enige opleiding finishing school, kon dat enkel door een huwelijk. Ze trouwde, net voor het uitbreken van WO II, met Randolph Churchill, zoon van Winston, wat haar toegang verleende tot invloedrijke kringen. Binnen de kortste keren was dat huwelijk echter afgelopen, en Pamela Churchill werd tijdens en na de oorlog de maîtresse van mannen met macht en geld. E...

Twee weken geleden overleed Pamela Harriman, de Amerikaanse ambassadeur in Parijs. Geboren in 1920 in een verarmde Britse adellijke familie, was het van jongsaf haar enige ambitie om rijk te worden. Voor een vrouw van haar generatie en komaf, met als enige opleiding finishing school, kon dat enkel door een huwelijk. Ze trouwde, net voor het uitbreken van WO II, met Randolph Churchill, zoon van Winston, wat haar toegang verleende tot invloedrijke kringen. Binnen de kortste keren was dat huwelijk echter afgelopen, en Pamela Churchill werd tijdens en na de oorlog de maîtresse van mannen met macht en geld. Een lange rij onder wie Fiat-tycoon Gianni Agnelli, prins Aly Khan, bankier baron Elie de Rothschild en Averell Harriman, Amerikaans gezant in Londen in oorlogstijd. Pamela Churchill, zoals ze zich na haar scheiding bleef noemen, was een van de laatste echte courtisanes. En een goudzoekster. Maar hoe graag ze dat ook wilde, geen van deze mannen verleende haar respectabiliteit door een huwelijk. Ze werd wel rijkelijk door hen onderhouden. Sommigen bleven haar weelderig leven financieren, zelfs decennia nadat de relatie afgelopen was. De Europese en Amerikaanse high society accepteerde haar met opgetrokken neus. Maar zij forceerde alle deuren, ze had een doel voor ogen en dat zou ze bereiken. In 1960 trouwde ze met de succesvolle Broadway-producer Leland Hayward, en toen die in 1971 overleed, hertrouwde ze binnen de paar maanden met haar oorlogsminnaar Averell Harriman, die op dat moment weduwnaar was en al 79. Hij was een kapitaalkrachtig en politiek machtig man in de Verenigde Staten van de jaren '70. Pamela was eindelijk waar ze zijn wou : in het centrum van de macht. Toen ze samen met haar man, en na zijn overlijden in 1986 in haar eentje, gigantische fundraising-campagnes voor de Democraten opzette, ontpopte Pamela Harriman zich tot een politiek dier dat zich volzoog met de kennis van de mensen rondom haar. Een techniek die ze heel haar leven al had toegepast met de mannen met wie ze omging. Uiteindelijk werd ze de kingmaker van Bill Clinton, de eerste president van de Democraten sinds 12 jaar. Voor bewezen diensten werd ze beloond met de post van ambassadeur in Parijs. Een ultieme triomf op de Parijse adel en bourgeoisie die in de jaren '50 de officiële maîtresse van de Rothschild en Agnelli met de nek aankeken. In The New York Times verscheen een opmerkelijke commentaar na haar dood. Russell Baker schrijft met respect over het geslaagde leven van een echte vrouw. Een die precies had wat machtige mannen charmeerde en die nooit schaamte kende over de manier waarop ze aan de top is gekomen. En hij voegt eraan toe dat dit exact de tactiek is die mannen zonder scrupules hanteren. Hoewel in dat geval seksuele serviliteiten wel niet zo frequent zullen zijn... De grenzeloze bewondering die Amerika de jongste weken voor Pamela Harriman opbrengt, staat in schril contrast met de heksenjacht die op Hillary Clinton wordt gevoerd. Mevrouw Clinton, die als een manwijf wordt afgeschilderd, heeft het grote nadeel intelligenter te zijn dan haar man. Zij heeft er zich nu met tegenzin bij neergelegd om in zijn schaduw te blijven. Maar zelfs dat is niet genoeg om de moordlust te bedwingen van de Amerikaanse powerbrokers die heimwee hebben naar echte vrouwen als Pamela Harriman. Dat soort vrouwen ondersteunt immers hun ego, verstoort de stereotiepen niet en vormt dus geen reële bedreiging. Helaas voor hen zijn de Pamela's een uitstervend ras. Tessa Vermeiren