Motorrijders leven in een eigen wereld waar de niet-rijders met een mengeling van afgunst en afgrijnzen naar kijken. Bovendien hebben ze een eigen reputatie, van ruig gedecoreerde Hells Angels tot veertigers die met hun motor een midlifecrisis te lijf gaan of niets ontziende, piepjonge hardrijders. Met het mobiliteitsvraagstuk voor ogen kunnen we ze ook beschouwen als diegenen die zich efficiënt bewegen, terwijl automobilisten almaar gefrustreerder raken. "Motorrijders," zegt collega Ferre Beyens, "zijn de beste automobilisten omdat ze gewend zijn van zeer defensief te rijden en verder vooruit te kijken dan een andere weggebruiker."
...

Motorrijders leven in een eigen wereld waar de niet-rijders met een mengeling van afgunst en afgrijnzen naar kijken. Bovendien hebben ze een eigen reputatie, van ruig gedecoreerde Hells Angels tot veertigers die met hun motor een midlifecrisis te lijf gaan of niets ontziende, piepjonge hardrijders. Met het mobiliteitsvraagstuk voor ogen kunnen we ze ook beschouwen als diegenen die zich efficiënt bewegen, terwijl automobilisten almaar gefrustreerder raken. "Motorrijders," zegt collega Ferre Beyens, "zijn de beste automobilisten omdat ze gewend zijn van zeer defensief te rijden en verder vooruit te kijken dan een andere weggebruiker." Hoe ook, misverstanden kunnen hardnekkig zijn. Een ervan wil dat de motorenwereld er een is van mannen onder elkaar. Wie dat en andere stereotypen gelooft, moet The perfect Vehicle van Melissa Holbrook Pierson lezen, dat Nicholas Lezard van de Engelse Guardian omschrijft als "the best book about motorcycling". Holbrook Pierson herinnert zich in dat boek haar vele passies, voor paarden, voor de Amerikaanse Burgeroorlog, voor poëzie, voor het echte socialisme, voor een twaalftal jongens, maar de passie voor het motorrijden heeft alle andere overschaduwd. Al droomt ze er sporadisch nog wel van om een eigen paard te bezitten. Ze neemt er een paperback lang de tijd voor om haar fascinatie voor het motorrijden aan buitenstaanders uit te leggen. "De wereld bestaat uit twee soorten mensen. Diegenen die iets ondernemen, en diegenen die niets doen. Geprojecteerd op de motor krijg je mensen die als ze horen dat je met de motor rijdt, reageren met 'Echt ? Dat had ik ook altijd al gewild.' Terwijl de tweede groep de vaststelling afmaakt met een sec 'En is dat niet gevaarlijk ?' " Dat laatste vindt de schrijfster zo kenmerkend voor het hedendaagse Amerika, waar angst regeert als een allesverlammend dier. Wie echt leeft, zoekt juist het risico op. Het is soms moeilijk de drijfveren van een motorrijder te achterhalen, maar zeker is dat de aankoop - meer nog dan die van een auto - een emotionele kwestie is, die voortspruit uit een diep geworteld verlangen met een heel lange geschiedenis. "Ik heb het motorgevoel altijd gehad, ben ermee geboren", herinnert schrijver HermanBrusselmans (46) zich. "Al ben ik niet van het type motard-in-hart-en-nieren dat in één ruk naar het zuiden van Portugal rijdt, want daarvoor heb ik te veel schrik van de camions. Maar ik heb wel een motor in het bloed, al rij ik misschien maar vierduizend kilometer per jaar bijeen, en enkel als 't goe weer is. Terwijl ik er 's winters gewoon kan van genieten om in de garage een hele tijd naar mijn Buell te zitten staren. Ik zie graag moto's, zoals een ander graag meubels ziet of auto's. Zo'n naked bike is voor mij absoluut een esthetische ervaring, die met een klein extraatje, zoals de race-chip die ik op de mijne liet monteren, goed is voor 100 pk en een top van pakweg 220 km - da's meer dan genoeg voor mij. Ik ben een vinnige rijder, maar waag me niet meer in groep op de weg omdat dan de neiging ontstaat om de anderen met hun zwaardere Aprilia's of Ducati's te volgen en dan schiet je wel eens tekort bij een inhaalmanoeuvre en moet je alles dichtgooien." "Op mijn achttiende reed ik met een Honda Dax, da's eigenlijk een brommerke. Mijn eerste motor heb ik behoorlijk laat gekocht, toen mijn ex-vrouw de auto kreeg en ik een beetje zonder vervoer viel. 't Was een tweetakt MZ 150 cc die eigenlijk nooit behoorlijk wilde starten. Als ik er vierhonderd kilometer mee gereden heb, zal ik er evenveel kilometer naast gelopen hebben. Daarna kwamen de choppers, maar ik raakte erop uitgekeken toen iedereen ermee ging rijden - tot zelfs vrouwen en jeannetten. Omdat ik iets anders zocht, smeerde een goeie verkoper me bijna een Harley Dyna Glide aan, maar die bleek een stuk minder vinnig dan mijne Honda en stukken duurder. In diezelfde zaak ontdekte ik toen de Buell met de 1200 Sportster-motor en daar rij ik nog mee. Hij is een beetje speciaal en nu ze 'm niet meer maken, raak ik er steeds meer aan gehecht." "Natuurlijk is ook het geluid een belangrijk element en daarom heb ik er een andere uitlaat op gezet, dan hoort ge die toffe ploffen van de tweecilinder beter komen. Maar voor alles gaat het ook om een sensuele ervaring. De manier alleen al waarop ge erop zit, met zo'n leren pak, allez, dat voelt toch redelijk stoer aan, dan ben ik het manneke weer. Komen die menselijke machistische trekjes boven, ijdelheid en andere bullshit natuurlijk, maar ik vergeef mezelf die kleine onnozelheden."Weekend Knacks art-director Tim Oeyen (32) is een estheet met oog voor lijnen, vormen en volumes en een passie voor Vespa. "Oude Vespa's kun je aan het voorwiel herkennen, dat kapke is zo vrouwelijk afgerond, latere modellen hebben dat niet meer. Al van in mijn jeugd, toen de Vespa aan een revival toe was, keek ik ernaar uit, al had ik er toen de centen niet voor. Nu wel en 't is een small frame van 1979 geworden, een model dat eigenlijk uit '63 dateert." "Zelf ken ik niets van techniek en om de snelheid is het me ook al niet te doen. Het is een louter esthetische ervaring en allicht een stuk m'as-tu vu. En wat bleek ? Al van de eerste dag werd ik her en der aangesproken door nieuwsgierigen die er zelf een hadden gehad, thuis nog een verroest exemplaar hebben staan of het verschijnsel gewoon tof vinden. Wat dat betreft is zo'n Vespa beter dan een hond, voor je het weet, word je aangesproken. Ideaal voor wie op zoek is naar contacten. Zelf rij ik er nooit ver mee, maar elk excuus is genoeg om er de stad mee in te gaan. Ik dacht dat hij op de Leien geweldig flexibel zou blijken. In de praktijk pakte dat wel even anders uit, omdat je jezelf beperkingen gaat opleggen, zoals het vermijden van kasseien. Maar cruisen langs de kaaien is dan weer zalig. En het is een tweezitter, zodat er iemand achterop kan voor een romantisch uitje." Anne Potemans (29) heeft altijd geweten dat ze een motor zou bezitten, maar de wetswijziging over het rijbewijs zorgden voor een stroomversnelling. "Ik ben geen freak, maar ik wist precies wat ik wilde : een BMW Funduro, omdat BMW sowieso al de mooiste machines maakt, met het minst tierlantijntjes en het meeste stijl. Twee maanden zoeken op het net brachten me uiteindelijk bij een particulier in Kortrijk die 'm helemaal tot bij me thuis heeft gebracht, want ik mocht niet eens rijden." "Dus heb ik het minimale aantal uren les gevolgd om de weg op te mogen en een week keihard geoefend om meteen met succes door het examen te rollen. Maar het mooiste was uiteindelijk de dag die ik met mijn schoonbroer heb doorgebracht om de motor uiteen te halen, de stukken na te zien, olie, luchtfilter en remvloeistof te vervangen en hem weer in elkaar te zetten - de perfecte introductie tot de vrijheid die ik daarna ontdekte : je vertrekt alleen, stippelt een weg uit, komt op kleine wegen en langs de mooiste plekken waar je met een auto nooit langsrijdt, en gaandeweg voel je het vertrouwen groeien. En ik was blij verrast over de positieve reacties van anderen : ik vreesde om voor een machovrouw te worden versleten, maar eigenlijk viel dat bijzonder mee. Onder motorrijders bestaat nog een soort uitstervende galanterie, en als je stopt, heb je meteen aanspraak.""Een motor het verlengstuk van de rijder ? Ik heb ervan gehoord, maar ik geloof dat zoiets meer voor mannen het geval is."Als fervent autoliefhebber vallen me twee soorten rijders op : diegenen die in een elegante eenheid met hun motor door het landschap zweven en in de bochten op hun best zijn omdat ze dan met hun hele lichaam meesturen. En diegenen die verkrampt in het zadel zitten, meestal zijn dat veertigplussers die bezig zijn hun jeugddromen achterna te racen en daarbij niet zelden een wat zielige indruk laten. Motorjournalist Frank Vanhove (34) moet lachen om mijn waarneming, maar begrijpt ze en legt uit dat motorrijden een intensieve bezigheid is. "Bij motorrijden gaat het niet in de eerste plaats om de verplaatsing : rijden is een doel op zich en om daar een beetje van te genieten moet je wel iets kunnen. Omdat je er veel meer mee bezig moet zijn dan bij autorijden. Noem het rijden een sport op zich is, die nog het best met skiën te vergelijken valt. Om te beginnen is er het spel van het evenwicht, de eenheid met de machine, omgeven door wind en geluid. De beweeglijkheid met een motor voelt fantastisch, en daarvoor is een zekere feeling voor mechaniek nodig, want iemand die niet van techniek en mechaniek houdt, kan nooit van motorrijden houden. Ik geloof niet dat je als motorrijder geboren wordt, maar er is wel een sterke aantrekkingskracht nodig en als je er een tijdje goed mee bezig bent, komt het besef dat een motor nu eenmaal het schitterendste vervoermiddel is." "Mijn eerste motor was een verpieterd brommertje dat ik met twee linkerhanden in drie maanden heb opgekuist - met de nodige brokken. Maar dat eerste ritje maakte alles goed. Alles eraan was sensatie, het trilde en ronkte en elke handeling gaf voldoening : het gas geven, het remmen, het schakelen, het fysiek zelf insturen. Het zweven over de weg. En later : het nauwkeurig doseren van al die handelingen, het aanleren van nieuwe reflexen zodat elke rit een sport wordt waarbij het evenwichtsorgaan hard moet werken. De echte rijder meet je niet af aan het aantal kilometers dat hij aflegt, maar aan zijn passie. Dat voel je meteen. Zelf kan ik me niet herinneren dat ik ooit één motor heb zien passeren zonder ernaar te kijken, want ik ben geïnteresseerd in elke motor. Ik kijk ook naar elke geparkeerde motor, kijk wat de eigenaar ermee gedaan heeft, of de voetsteuntjes afgesleten zijn, of het ding goed gesoigneerd is, hoe die in elkaar steekt. Ik zie een motor niet als een statussymbool, noch als een vehikel om je midlifecrisis mee te lijf te gaan of een middel om wijven achterop te krijgen. Een motor is een vat vol sensaties en daar hoef je niet eens hard voor te gaan, want je voelt alles in de buik."Omdat een serieus journalist zich in zijn onderwerp hoort in te leven, trekken we voor een initiatiecursus naar Motoren & Toerisme Aktief in Schellebelle waar Gaëtan Van Branteghem ieder weekend nieuwelingen in hun eerste zadel helpt. Van de redactrices bij Weekend Knack blijkt alleen Sabine Lamiroy monter genoeg om het ook te proberen. Nu is Van Branteghem een aardige man in de omgang, maar tijdens de opleiding wil hij discipline . "Wie zich niet naar de regels kan schikken, kan beter gaan vissen." En omdat we geen geduld hebben om te vissen, blijven we een dag lang in zijn spoor. Zo'n 95 procent van de cursisten bezit niet eens een motorfiets, maar voelt wel de behoefte om in het zadel te klimmen. Van Branteghems taak bestaat erin de nieuwelingen wat in te tomen, omdat ze te snel te veel willen, en sommigen zichzelf overschatten. Daarom laat hij zijn pupillen eerst met de motor rondstappen, toont ze hoe ze op een correcte manier het vehikel van zijn steun helpen en spreekt het magische woord Bravok uit, een geheugensteuntje voor de diverse controles die een motorrijder voor elk ritje behoort uit te voeren. Twee uur later leren we gedoseerd remmen, min of meer feilloos schakelen en verbeteren onze kijktechniek, die bij het oefenen fundamenteler blijkt dan we hadden vermoed. Na de lunch slalommen we tussen kegels en aan het einde van de dag gaan we allemaal samen op stap met 'onze' Suzuki125-lesmotor voor een rit van dertig kilometer. "Ik was echt wel een beetje bang voor ik eraan begon," zegt Sabine achteraf, "maar tegelijkertijd voelde ik me er erg toe aangetrokken om het te proberen. Het eerste uur was het doorbijten en tijdens de korte wandeling met de motor aan de hand, voelde het ding loodzwaar aan en bij de remtest was ik veel te abrupt. Maar eens in het zadel manifesteerde zich een mix van spanning, nieuwsgierigheid en trots, en later verdween het verkrampte gevoel en kon het genieten beginnen."Om een lang verhaal kort te maken : 's avonds kwam geen van ons met vis thuis, maar met een heus brevet en het verlangen naar meer. Tekst Pierre Darge I Foto's Guy Kokken"Zo'n naked bike is absoluut een esthetische ervaring. Met als extra de race-chip, goed voor een top van 220 km, da's genoeg voor mij.""Zelf rij ik nooit ver met de Vespa, maar elk excuus is genoeg om er de stad mee in te trekken.""Onder motorrijders bestaat nog een soort galanterie. Als je stopt, heb je meteen aanspraak."