Nina Ricci is in 2011 vooral een parfum : L'Air du Temps, al meer dan zestig jaar een absolute klassieker. Die wereldwijd goed blijft verkopen. De modeactiviteiten van het in 1932 opgerichte huis lijken op het eerste gezicht minder succesvol dan vroeger. Er werkten ooit vierhonderd mensen in de ateliers, tegenwoordig zijn er dat nog zo'n vijftien. De coutureafdeling, die aan de basis ligt van de hele saga, bestaat al lang niet meer.
...

Nina Ricci is in 2011 vooral een parfum : L'Air du Temps, al meer dan zestig jaar een absolute klassieker. Die wereldwijd goed blijft verkopen. De modeactiviteiten van het in 1932 opgerichte huis lijken op het eerste gezicht minder succesvol dan vroeger. Er werkten ooit vierhonderd mensen in de ateliers, tegenwoordig zijn er dat nog zo'n vijftien. De coutureafdeling, die aan de basis ligt van de hele saga, bestaat al lang niet meer. Het merk heeft slechts één winkel, op de gelijkvloerse verdieping van het hoofd-kwartier aan avenue Montaigne in Parijs dat het merk sinds de vroege jaren zeventig betrekt. Een doorsnee luxemerk opent zowat elke week een nieuw vlaggenschip in pakweg Urumqi of Qatar. Eén winkel, dat is weinig. En toch. Onder het leiderschap van de Britse ontwerper Peter Copping, twee jaar geleden overgekomen van Louis Vuitton, wint Nina Ricci opnieuw terrein in de mode. En dat helpt uiteindelijk ook L'Air du Temps. Want niemand blijft vanzelf eeuwig jong. De Italiaanse Maria Nielli, geboren in 1883, emigreerde als kind naar Frankrijk. In 1904 trouwde ze met Luigi Ricci, een juwelier en componist. Ze werkte twintig jaar als klerenmaakster voor het Parijse Raffin. In 1932, al bijna vijftig, begon Nina Ricci een eigen couturehuis. Met haar zoon Robert als zakelijk directeur. Van een schamel salon groeide de zaak tot een bijenkorf van elf verdiepingen, verspreid over drie gebouwen. Na de Tweede Wereldoorlog lanceerde het huis een aantal parfums. Het was vooral Robert Ricci die daar zijn schouders onder zette. "Hij was een visionair op dat gebied", zegt de marketingdirecteur, Caius von Knorring. L'Air du Temps, het tweede parfum, was in 1948 een schot in de roos. De flacon, getooid met twee kristallen duiven, is nog altijd een van de beroemdste parfumverpakkingen. Een ontwerp van Robert Ricci en Marc Lalique : de cristallerie van Lalique was tot in de jaren vijftig de exclusieve leverancier van het huis en produceert ook nu nog flacons in beperkte oplage. Nina Ricci ontwierp tot in de vroege jaren vijftig (ze overleed in 1970). Haar eerste opvolger als artistiek directeur, in 1954, was een Belg, Jules-François Crahay. In 1963 vertrok Crahay naar Lanvin (hij was er chef-ontwerper tot in 1984). Hij werd vervangen door Gérard Pipart, een Fransman, die 35 jaar lang de leiding over het huis had. In 1998 werd Ricci overgenomen door de Spaanse groep Puig (die ook Paco Rabanne en sinds kort Jean-Paul Gaultier in haar modeportefeuille heeft, en de parfums maakt voor onder meer Prada en Comme des Garçons). De eerste, eerder voorzichtige pogingen om Nina Ricci te verjongen, met de ontwerpers Nathalie Gervais, Massimo Giussani, James Aguiar en Lars Nilsson, bleven grotendeels onopgemerkt. Maar Olivier Theyskens slaagde er circa 2006 wel in om het merk een tweede jeugd te geven. De modepers was ongeveer unaniem enthousiast. De verkoopcijfers, daarentegen, konden minder overtuigen, en de samenwerking met Theyskens werd na enkele seizoenen stopgezet. Puig rekent sinds twee jaar op de Brit Peter Copping om van Nina Ricci opnieuw een toonaangevend, commercieel succesvol luxemerk te maken. Copping, die opgroeide in de buurt van Oxford, begon zijn carrière in de mode als stagiair bij Christian Lacroix. "Ik ben als student vijf keer naar Parijs teruggekeerd," vertelt hij, "telkens voor een nieuwe stageopdracht, en zo heb ik de smaak te pakken gekregen. Ik wilde absoluut hier mijn loopbaan opbouwen." Dat is hem ook gelukt, weliswaar via een omweg langs Milaan : Copping kreeg zijn eerste echte baan van het Italiaanse merk Iceberg. "Ik heb achttien maanden aan de tweede lijn gewerkt. Ik zat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in een kamer te tekenen." Copping trok vervolgens naar Sonia Rykiel, waar hij drie jaar bleef, en Louis Vuitton, goed voor twaalf jaar. "Bij Vuitton was ik aanwezig van het prille begin, de eerste collectie van Marc Jacobs. Mijn rol is er geleidelijk aan geëvolueerd, van ontwerper in het team van Marc tot studiodirecteur." Copping staat met zijn beide voeten stevig op de grond. "Ik neem mijn baan ernstig. Ik werk graag met mijn team. Ik ben meestal al vroeg in het atelier. Er is een druk, maar als je gewoon je werk doet, kun je al heel wat bereiken. Ik vind mijn positie niet enorm belangrijk. Ik ben gelukkig dat ik hier ben, en dat ik kan doen wat ik wil. Ik houd van aangename, stille ervaringen. In een café zitten, op mijn gemak iets drinken, rondkijken. Dat volstaat voor mij." Peter Copping : Het is heel duidelijk een veel groter bedrijf dan Nina Ricci. Maar op de modeafdeling werkten we in onze eigen kleine bubbel. We konden experimenteren, samenwerken met kunstenaars : Richard Prince, Takashi Murakami, Stephen Sprouse. Een aantal van die projecten was bijzonder succesvol. We beschikten over enorme budgetten. Maar we haalden ook goede resultaten. Marc delegeert veel. Hij is daar erg goed in. Hij laat zijn mensen groeien, heeft het altijd over zijn team. Op het eind was ik officieel spokesman van de precollecties. De familie Puig heeft me gecontacteerd omdat ze die precollecties erg goed vonden. Zelf voelde ik me aangetrokken door de typisch Parijse esthetiek van Nina Ricci. Het is een erg vrouwelijk merk. En ik houd daarvan. Ik wist dat mijn esthetiek heel anders was. En ik wist dat ik met het merk iets heel anders wou doen. En dat was voor mij belangrijk - niet wat hij gedaan had. Ik wil kleren ontwerpen die verkopen. Ik vind dat belangrijk : we werken in de mode-industrie, met de klemtoon op industrie. Onze archieven worden ergens buiten Parijs bewaard. Ik ben er nog niet geweest. Nina Ricci heeft destijds een stijl ontwikkeld, een zekere spirit. Maar echt sterke stukken heeft ze niet achtergelaten. Bij Yves Saint Laurent denk je onmiddellijk aan de smoking, aan de saharienne. Chanel, dat is tweed, camelia's. Bij Nina Ricci zijn de codes minder letterlijk. Daar gaat het om een gevoel van vrouwelijkheid dat je als ontwerper moet trachten te vatten. Het succes van de parfums helpt de mode. Maar de prêt-à-porter blijft centraal voor het bedrijf. Er werkten ooit vierhonderd mensen in de ateliers. Nu zijn we met vijftien. Een klein team, maar dat volstaat. We zijn efficiënt. De resultaten zijn goed en ik krijg veel vrijheid. Ik ben niet bevoegd voor de parfums, maar ik zou er in de toekomst wel graag aan meewerken. Mijn beeld voor Nina Ricci wordt met elke collectie concreter. Er is een duidelijke evolutie, maar tegelijk is er ook een consistentie. De Nina Ricci-vrouw is nu beter gedefinieerd, en dat betekent dat er in de mode inspiratie kan worden geput voor de parfums. DOOR JESSE BROUNSPETER COPPING : "DE NINA RICCI-VROUW IS NU BETER GEDEFINIEERD, EN DAT BETEKENT DAT ER IN DE MODE INSPIRATIE KAN WORDEN GEPUT VOOR DE PARFUMS." PETER COPPING : "IK WIL KLEREN ONTWERPEN DIE VERKOPEN. WE WERKEN IN DE MODE-INDUSTRIE, MET DE KLEMTOON OP INDUSTRIE."