Een dag voor het inschepen dompel ik me onder in het levendige Muscat. Ik laat me bedwelmen door de geuren en kleuren in de Muttrah-soek, waar de mensen lijken te figureren in een zwart-witfilm : de dames in een zwarte lange overjurk, de mannen in een witte. Het contrast tussen de seksen kan niet beter worden geïllustreerd.
...

Een dag voor het inschepen dompel ik me onder in het levendige Muscat. Ik laat me bedwelmen door de geuren en kleuren in de Muttrah-soek, waar de mensen lijken te figureren in een zwart-witfilm : de dames in een zwarte lange overjurk, de mannen in een witte. Het contrast tussen de seksen kan niet beter worden geïllustreerd. Siham, mijn vrouwelijke gids, neemt me mee naar een kleurrijke vismarkt. Het zijn enkel mannen die er zaken doen en met bankbiljetten zwaaien. Siham neemt me mee naar een vissersdorp. Op de vraag waarom zij als jong meisje zo'n zwarte overjurk draagt, antwoordt ze dat het een modeverschijnsel is, dat overwaaide uit het rijke Saudi-Arabië. We spreken af om samen te eten, met een Indische dame : drie culturen aan één tafel. Sihams nieuwsgierigheid, en haar kennis over onze westerse gewoontes en geneugten verrassen me. Mannen, reizen, cultuur en politiek komen ter sprake, zelfs seks, zonder schroom. Verwonderlijk hoe vrij ze over alles praten, toch zolang er geen mannen in de buurt zijn. "Welkom aan boord van de Silver Cloud", een oosters meisje overhandigt me een glas champagne. De cruise langs een aantal emiraten en golfstaten tot in Dubai is wat afstand betreft niet kilometers niet indrukwekkend, maar qua bezienswaardigheden wel. Op de boot zijn er drie uitstekende restaurants en tal van activiteiten : yogalessen, computercursussen, bridgewedstrijden, lezingen over muziek en kunst, pingpongcompetities, tot schilder- en kooklessen. Vanavond staat er een zanger-pianist op het programma, morgen een buikspreker. En elke dag worden er excursies georganiseerd. Buiten de golfstaten Oman, Qatar en Bahrein doen we vier emiraten aan : Fujairah, Sharjah, Abu Dhabi en Dubai. Fujairah is het enige van de zeven emiraten dat op de westkust ligt, met veel forten en wachttorens. Uit zowat elk huis komt de doordringende geur van koffie, symbool voor gastvrijheid. Er worden altijd dadels bij geserveerd. De export van dadels was, vóór de ontdekking van olie en gas, een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. In het museum van Fujairah tref ik een collectie juwelen, wapens en ceramiek aan, zelfs vondsten die dateren uit de bronstijd. Naast het museum ligt een indrukwekkend fort uit 1670, simpel van vorm maar groots. Nuridin, onze gids, vertelt dat er hier vroeger enkel bedoeïenen woonden, er waren geen grenzen tussen bijvoorbeeld Oman en Fujairah. Intussen hebben die bedoeïenen allemaal een huis gekregen en is er schoolplicht ingevoerd. Behuizing, medicatie, scholing en elektriciteit zijn volledig op kosten van de staat. Belastingen worden er niet betaald in de emiraten. Bankleningen zijn intrestloos en autotaksen onbestaand. Die paradijselijke toestand is echter enkel weggelegd voor de Emerati zelf. Zestig procent van de 110.000 inwoners van Fujairah zijn expats. Ook zij betalen weinig belasting, maar voor hen is het leven behoorlijk duur : iémand moet de economie rechthouden. De natuur is ondanks de droogte erg mooi : kale rotsen die worden opgefleurd door oases, groene vlekken in een bruin landschap. We rijden door de canyon bij Dibba, op 800 meter hoogte. De omringende bergen van zandsteen werden uitgebeiteld door water en wind tot natuurlijke kunstwerken. We bezoeken de kleinste en oudste stenen moskee van de emiraten : Al Bidyah, uit 1446. Het heeft een uitzonderlijke architectuur voor een religieus gebouw : vier puntige koepels met één steunpilaar in het midden. Een juweeltje, bewaakt door een groot fort op een heuvel boven de moskee. Een bord met Fujairah is growing vat deze staat goed samen. Er zijn drie vijfsterrenhotels bijgekomen. Steeds meer toeristen komen hierheen omdat het goedkoper is dan Dubai en even luxueus. Er wordt een extra landtong in zee aangelegd, om nog meer villa's op het strand te kunnen bouwen. Land winnen op de zee is hier een echte obsessie. Sharjah is het derde grootste emiraat van de zeven, het werd altijd beschouwd als het arme neefje van Dubai, maar dat is het niet op cultureel vlak. Er zijn 26 musea, verschillende theaters en kunstgalerieën, en de architectuur behoort tot de interessantste van de regio. De kunstminnende sjeik studeerde literatuur en wil zijn volk cultuur bijbrengen. De man is ook zeer religieus. Sharjah is het enige emiraat waar alcohol en zelfs de waterpijp totaal gebannen zijn. Voor een half miljoen mensen zijn er wel zeshonderd moskeeën. Dubai, dat driemaal zoveel inwoners telt, heeft er honderd minder. Terug in Oman leggen we aan op het noordelijke schiereiland Musandam, dat gescheiden is van de rest van Oman door de oostelijke emiraten. Van op de boeg van het schip kijk ik uit op de haven van Khasab. Er staan jeeps klaar voor een tocht door de bergen langs de mooiste kust van Oman. Musandam wordt het Noorwegen van de Arabische Golf genoemd, door de kustlijn die doet denken aan de Noorse fjorden. Dit was lange tijd no-go voor toeristen door de sterke militaire aanwezigheid, maar de uitzonderlijke schoonheid van het schiereiland zorgt voor een stijgende populariteit. Volgens gids Hanif is het ook de beste plek om te snorkelen : "Er zwemmen gouden vissen rond." We rijden de 2087 meter hoge berg Harim op. Het ruwe decor heeft veel weg van een maanlandschap met hier en daar een huisje dat lijkt op te gaan in de achtergrond. Niet zolang geleden kon je hier nog luipaarden, woestijnlynxen en vossen zien. Bovenop de berg vinden we fossielen : visgraten en schelpen in de rotsen, omdat deze plek miljoenen jaren geleden uit de zee is opgerezen. Er zijn ook rotstekeningen van 3600 jaar oud. 's Namiddags maak ik een tochtje met een dhow, een traditioneel houten zeilscheepje, langs de fjorden. Grote rotspartijen rijzen op uit de zee. Een tiental dolfijnen springt naast onze boot. Bij het snorkelen leveren algen, koralen met massa's kleurrijke vissen evenveel sensatie onder water als erboven. "Allah is the same god as yours", zegt Rada die ons de grote moskee van Bahrein laat zien. Ze vertelt hoe tijdens een dienst niemand, zelfs de sjeik niet, een tweede rij mag vormen voor de eerste vol is. Dat betekent : gelijkheid voor iedereen. Voor sommigen is het een les in nederigheid. Ze vertelt ook dat de heilige Maria voorkomt in de koran en dat er zelfs een volledig hoofdstuk aan haar is gewijd. Ze probeert de overeenkomsten tussen de religies aan te duiden, niet de verschillen. Bahrein is niet groot, 717 vierkante kilometer, en Manama is de hoofdstad. Er wonen maar 65.000 mensen, van wie de helft buitenlanders zijn. In het nationale museum zie ik plannen voor een nieuw museum voor moderne kunst. Als dit gerealiseerd wordt, spreekt niemand nog over het museum van Bilbao. Serena rijdt mee King-Faisalbrug op naar Saudi-Arabië. Halfweg drinken we een koffie. "Als we verder gaan, moeten jullie een boerka aan", lacht ze. Elk weekend rijden vijftienduizend Saudische wagens over deze brug om in Bahrein van de vrijheid te proeven. "Wij mogen thuis alcohol drinken", vertelt ze, en voor veel Saudi's is dat het summum. Serena is een geëmancipeerde vrouw. Ze is veertig en heeft zich samen met haar zoon voor ingenieurstudies ingeschreven. Maar ze geeft toe, dat 'nee' zeggen tegen haar man niet echt een optie is : "Ach, het is ons zo aangeleerd en het kost me geen moeite." Rond het fort van Bahrein ligt een Portugees dorp uit 1532. De huizen werden aan arme mensen gegeven, maar 'arm' is hier een relatief begrip. Voor elke deur staan dure auto's : de laatste BMW, de grootste Nissan, een Mercedes. Voor de prijs van de brandstof moeten ze het niet laten : mineraalwater kost hier vijf keer meer dan benzine. De echte armen zijn de buitenlandse arbeiders die vaak in erbarmelijke omstandigheden leven. Qatar lijkt van op het water op Dubai : wolkenkrabbers en bouwwerven, waar je ook kijkt. In april worden er jaarlijks belangrijke kameelraces gehouden op het circuit van Qatar. Wedden op kameel- of paardenrennen is verboden, maar de races zijn erg populair, zeker sinds door een actie (van onder meer Brigitte Bardot) de twaalfjarige jockeys werden vervangen door titanium robotten. Kinderarbeid heeft plaats gemaakt voor Star Trek goes Middle East. De eigenaars van de paarden rijden als woestelingen in hun terreinwagens en hanteren teugels en zweepje met de zapper. Een andere dure hobby van 70 procent van de mannen van Qatar is het trainen van valken. Een 'gewone' valk kost tussen duizend en vijfduizend dollar, maar de witte valk van Iran kan tot honderdduizend dollar oplopen en is een statussymbool. We nemen een kijkje in het King-Faisalmuseum. Zowat elk land in deze regio heeft een King Faisal, maar de titel dekt niet altijd de lading. De leider van Qatar is Emir Hamad bin Khalifa al-Thani. Een emir is een prins, toch heeft hij de opperste macht in Qatar. Het museum herbergt zijn privécollectie, onder andere een enorme verzameling oude wagens en motors. Doha, de hoofdstad van Qatar, wordt de mooiste stad in de Arabische Golf genoemd. Er is een kustweg van zeven kilometer die langs de vissershaven loopt. De soek Waqif is van een weekendmarkt uitgegroeid tot een labyrint van kleine straatjes vol winkeltjes met antieke juwelen, tapijten, kleren, souvenirs en zelfs valken. Je kunt er nog de sfeer van ver vervlogen tijden opsnuiven. Ik koop een miswaak, een traditionele Arabische tandenborstel. Het is een takje van de arakboom en bevat negentien ingrediënten die gunstig zijn voor de tandhygiëne. Het smaakt bitter, maar geeft je adem een aangenaam zoete geur. Abu Dhabi : hier komt het echte grote geld vandaan. Ze hebben olie tot het einde der tijden. Moeilijk te geloven dat er veertig jaar geleden enkel zand was. De hele voormiddag heb ik aan boord genoten van het zwembad, de fitness en yogales. Maar de grootste broer van de emiraten wil ik niet missen. De tocht gaat naar Al Ain, de tweede stad van Abu Dhabi. We rijden langs de moskee die lijkt op de Taj Mahal, maar nog gigantischer is. Onderweg zie ik zandduinen, waarvan sommige 250 meter hoog zijn. Met wat heimwee naar mijn varend paleis blijf ik nog één nacht in Dubai. De stad is nog steeds een werf, een kwart van alle hoogbouwkranen staat er. De Burj Dubai, die het hoogste gebouw ter wereld moet worden met bijna duizend meter, is bijna af. Het weelderige decor van mijn hotel steekt schril af tegen de chaos eromheen. Een oase, deze keer middenin de stad, met uitzicht op de snelst groeiende wolkenkrabber en tegelijk op de snelst groeiende economie ter wereld. Tekst en foto's Myriam Thys