Het koor van Mount Zion Baptist Church weet van geen ophouden. Alleen de alleroudste kerkgangers zitten nog op de lange houten banken. De rest van de congregatie is al tien minuten geleden opgesprongen en danst, roept, zingt, juicht, applaudisseert. Een vrouw met een grote roze hoed schudt verwoed haar tamboerijn. Het gezang van het heen en weer wiegend koor begon heel zacht en ingetogen. Dan werden we getrakteerd op een gamma van zwarte muzikale stijlen: shout and call-zang uit de slaventijd, blues, gospel en jazz... Steeds intenser werd het, om uit te monden in een exuberant, oorverdovend rockconcert. Een van de koordames is van pure emotie in tranen uitgebarsten. Een andere reikt haar een papieren zakdoekje aan. Ik denk aan de stijve dames in hun beige regenjassen en grijze korte krullenkapsels die met hun dunne stemmetjes enkele maanden geleden de begrafenis van een familielid in Vlaanderen probeerden op te luisteren. The Requiem Girls, noemde een vriend van het dorp hen sarcas...

Het koor van Mount Zion Baptist Church weet van geen ophouden. Alleen de alleroudste kerkgangers zitten nog op de lange houten banken. De rest van de congregatie is al tien minuten geleden opgesprongen en danst, roept, zingt, juicht, applaudisseert. Een vrouw met een grote roze hoed schudt verwoed haar tamboerijn. Het gezang van het heen en weer wiegend koor begon heel zacht en ingetogen. Dan werden we getrakteerd op een gamma van zwarte muzikale stijlen: shout and call-zang uit de slaventijd, blues, gospel en jazz... Steeds intenser werd het, om uit te monden in een exuberant, oorverdovend rockconcert. Een van de koordames is van pure emotie in tranen uitgebarsten. Een andere reikt haar een papieren zakdoekje aan. Ik denk aan de stijve dames in hun beige regenjassen en grijze korte krullenkapsels die met hun dunne stemmetjes enkele maanden geleden de begrafenis van een familielid in Vlaanderen probeerden op te luisteren. The Requiem Girls, noemde een vriend van het dorp hen sarcastisch. Nee, als ik dan toch opium voor het volk ga roken, dan liever in een kerk in Harlem. Na een keer of vijf een aanloop te hebben genomen naar wat de laatste noten leken, om dan telkens weer met nog meer enthousiasme verder te zingen, zetten het koor en de muzikanten er eindelijk een daverend, langgerekt punt achter. A-men! Zweet en tranen worden weggewist. Scheefgezakte witte bloesjes en dassen worden rechtgetrokken. Wat gekuch, het kort geween van een baby en dan wordt het, toch voor even, stil in de kerk. Het is tijd voor de announcements. Op zijn duizend gemakken begint de dominee de post van de afgelopen week voor te lezen, met af en toe een grapje dat beloond wordt met gelach en goedkeurend geroep van op de kerkbanken. Een dame in een rode jurk leest vervolgens de lijst van de sick and shut-ins voor. "Vergeet niet om onze zieke en bejaarde kerkleden te bezoeken", zegt ze. Ik kijk naar het Belgische echtpaar links van mij. "Gaat dit nog lang duren?" fluistert de vrouw. "Toch nog even", fluister ik terug. In de zwarte kerken is er geen haast bij. Voor diensten van drie, vier uren draait men zijn hand niet om. Zingen is slechts een van de dingen waarmee men de tijd vult. De dominee vertelt nu, op een toon alsof hij thuis meezit aan tafel, wie er deze week een kleine heeft gekregen en wie is overleden en wanneer hij wordt begraven. Hij roept de zoon naar voren van een kerklid dat vorige week is begraven en omhelst de jongen langdurig. Het volk applaudisseert warm. De jongen geeft een korte speech waarin hij zijn vader prijst. "Hij was een goede man", zegt hij. "We hebben het aan hem te danken dat er niemand in onze familie in de gevangenis zit." Wat bedoelt hij daarmee, lees ik in de blik van de Belgische vrouw naast me. Nu de doden zijn geprezen, is het tijd om de levenden te loven. De dominee roept een jonge vrouw bij zich omdat ze net aan de kunstacademie is afgestudeerd en een meisje dat haar verpleegsterstudies er heeft opzitten. Onder luid gejuich en geklap van de congregatie houdt hij de diploma's triomfantelijk in de lucht. Hij omhelst de pas gediplomeerden. De laatste student die naar voren wordt geroepen, is een lange magere slungel in een wijde broek, een lang T-shirt en een wit hoofdbandje. Hij laat zich wat onwennig door de dominee omarmen. De tiener is hier duidelijk om zijn diep ontroerde moeder een plezier te doen. Ze snikt luid terwijl ze behoedzaam naar de dominee wordt geleid door twee ushers, dames in witte verpleegsteruniformen, die in de zwarte kerken instaan voor de orde, wat een rekbaar begrip is. Vader is nergens te bespeuren. "We zijn trots op haar omdat ze er op haar eentje in geslaagd is haar zoon op het rechte pad te houden", zegt de dominee terwijl hij haar in zijn armen houdt. Luid gejuich in de kerkbanken. De tot in de puntjes verzorgde Belgische vrouw, zelf de moeder van drie studerende zonen en de echtgenote van een goedverdienende man, schudt wat meewarig het hoofd. Zoveel kabaal voor een simpel middelbaar diploma, zie ik haar denken. Ik moet haar straks toch een en ander uitleggen. Die lofbetuigingen zijn minder overdreven dan ze lijken. Slechts de helft van de zwarte Amerikaanse tieners behaalt zijn diploma van de middelbare school. Van de schoolverlaters in Harlem vindt bijna veertig procent geen werk. Vele van die jonge werklozen komen haast vanzelf terecht in de ondergrondse economie van drughandel en andere illegale activiteiten. Velen belanden dus ook achter tralies. Van de ruim twee miljoen volwassen Amerikanen die nu in gevangenissen zitten - drie procent van de totale bevolking - is 51 procent zwart, terwijl de zwarten slechts twaalf procent van de bevolking uitmaken. Er zijn meer zwarte mannen in gevangenissen dan in het hoger onderwijs. Opsluiten is dan ook een grotere prioriteit voor de overheid dan opvoeden. Tussen 1985 en 2000 stegen de staatsuitgaven voor hoger onderwijs met 24 procent, die voor gevangenissen met 166 procent. Dat ze haar zoon op school heeft kunnen houden, is voor die alleenstaande moeder in Mount Zion dus wel degelijk een prestatie. Na een laatste warm applaus mogen moeder en zoon terug naar hun plaats. Waarop het koor de glasramen nog maar eens flink doet trillen.Jacqueline Goossens, vanuit New York