Het is 18 november. Een file van meer dan tweeduizend mensen staat in de regen te wachten voor de Ninna-ji, de beroemde tempel in Kyoto. Allemaal willen ze erbij zijn op de première van een van de belangrijkste tentoonstellingen van Daniël Ost in het Land van de Rijzende Zon.De tentoonstelling is meer dan een jaar minutieus voorbereid en geprogrammeerd op het ideale moment, namelijk in de gouden week, de week waarin de herfstkleuren van de Japanse esdoorns het mooist zijn. Voor de Japanners is dat een topevenement. In Kyoto is er geen enkele hotelkamer meer te vinden.
...

Het is 18 november. Een file van meer dan tweeduizend mensen staat in de regen te wachten voor de Ninna-ji, de beroemde tempel in Kyoto. Allemaal willen ze erbij zijn op de première van een van de belangrijkste tentoonstellingen van Daniël Ost in het Land van de Rijzende Zon.De tentoonstelling is meer dan een jaar minutieus voorbereid en geprogrammeerd op het ideale moment, namelijk in de gouden week, de week waarin de herfstkleuren van de Japanse esdoorns het mooist zijn. Voor de Japanners is dat een topevenement. In Kyoto is er geen enkele hotelkamer meer te vinden. Door de Ninna-ji in Kyoto uit te kiezen wist Daniël Ost dat hij de lat hoog legde. Al meer duizend jaar is deze plek nauw verbonden met de keizerlijke familie. De Ninna-ji werd in 886 opgericht door keizer Kokaku en was aanvankelijk een paleis. Al snel werd het een tempel met de eerste of de tweede zoon van de keizer als hoogste in gezag. Die traditie werd in ere gehouden tot in 1867 keizer Meji aan de macht kwam. De Ninna-ji kan dus bogen op een lange en bloeiende geschiedenis en is tegenwoordig ook het hoofdkwartier van de Omuro-school van het Shingon-boeddhisme. "Het was een groot voorrecht om in de Ninna-ji te mogen tentoonstellen. Nooit eerder werd zoiets toegestaan", vertelt Daniël Ost. Hij heeft echter veel moeten onderhandelen met de religieuze autoriteiten. "Tot de laatste minuut werden we erop gewezen dat we ons strikt aan de regels dienden te houden, wat onder meer betekende dat we 's avonds niet mochten werken. Gelukkig mochten we uiteindelijk toch de laatste nacht onze verlichting precies afstellen."De tentoonstelling van Daniël Ost was nog in een ander opzicht origineel. Ze was vier avonden geopend na zonsondergang, van 17 tot 22 uur. "Voor grote natuurevenementen zoals de momiji (de esdoorns in herfsttooi), zijn de Japanners erg tuk op wat zij light up noemen. Verscheidene tempels zijn dan speciaal verlicht en een van de drukst bezochte is de Kodai-ji." Derde opvallend kenmerk van de tentoonstelling was de keuze van het thema, de chrysanten. Op drie grote composities na, werden ze verwerkt in een reeks installaties die het spectaculaire en het subtiele combineren. Chrysanten zijn vanuit het Oosten naar het Westen gekomen. Ze werden in Frankrijk geïntroduceerd in 1789, maar kwamen uit China, waar ze al minstens 2500 jaar gekweekt worden. Dat weten we uit geschriften van Confucius. Om allerlei vreemde redenen is deze bloem bij ons bijna uitsluitend verbonden met de dodenherdenking in het najaar, terwijl ze in Azië geassocieerd wordt met een lang leven en onsterfelijkheid. De regelmatige en straalvormige bloemblaadjes symboliseren de zon. En dat was voldoende om ze tot het embleem van de Japanse keizerlijke familie te maken. De chrysant op het wapenschild van de keizer heeft zestien bloembladen die op elkaar liggen als een windroos. In het centrum regeert de keizer. In zijn natuurlijke omgeving wordt de chrysant dus met de nodige eerbied behandeld. Heel wat tempels stellen opmerkelijke exemplaren tentoon. "Terwijl ik de indruk krijg dat de cultuur bij ons in Vlaanderen, in Nederland en in het noorden van Frankrijk met uitsterven wordt bedreigd, worden hier ongelofelijke wedstrijden rond de chrysant georganiseerd. Er wordt geselecteerd op grootte van de bloemen, de hoogte van de stengels, uitzonderlijke kleuren. De resultaten zijn soms echt spectaculair."Buiten de installatie van tientallen Luciola-lampjes van het Antwerpse glas-en designbedrijf L'Anverre werden de tuinen weinig betrokken in tentoonstelling. Er is één grote uitzondering : een indrukwekkende bol met bloemen in kleuren (van geel tot rood) die perfect passen bij de herfstbladeren van de momiji. De grootste composities stonden binnen, voor een decor van prachtig beschilderde windschermen. Alle mogelijke manieren en technieken die Daniël Ost graag gebruikt om het plantenmateriaal ten toon te stellen zijn hier vertegenwoordigd. Bijvoorbeeld een bloem in al haar eenvoud, in een vaas of een ander uitzonderlijk recipiënt. Hij liet een pot van terracotta maken waarin hij vier bloeiwijzen van dezelfde bloem plaatste. Vaak zijn z'n composities ook weelderig, zoals zijn interpretatie van de besneeuwde Fuji-berg. Maar helemaal uitbundig zijn twee grote werken waarin de chrysant niet eens de vedette is. Dat geldt voor de grassen die een masker of een harnas kunnen verbeelden en zeker voor de grote hangende mand, bestaande uit een weefwerk van duizenden stukken bamboe. Het meest poëtische stuk was een tapijt van bladeren en aardewerk met witte chrysanten die uit aardewerken eieren geboren lijken te worden, symbool voor de verstrengeling van leven en dood. Voor al die creaties gebruikt Daniël Ost voornamelijk twee Japanse variëteiten van chrysanten : de lichtjes openstaande bol en de ietwat warrige bloem die in het jargon van de botanisten Pendent-Filament wordt genoemd. De ode aan de chrysant werd onderbroken door twee grote composities met bessen, ook een typisch product van de herfst. De ene lijkt wel een uitbarsting van blauwe bessen uit een hoop aarde, een niet te stuiten voorbode van de lente. De andere is een groot fresco van rode bessen, dat u onweerstaanbaar naar het middelpunt der dingen lijkt te trekken, de essentie van het leven. Hier is dus weer de magie aan de macht. Daniël Ost, bijgestaan door tientallen Japanse medewerkers en zijn trouwe team uit Sint-Niklaas, is erin geslaagd de bloemen te laten spreken, in een taal die bruggen slaat tussen Oost en West. Een van de enthousiaste bezoekers was Bernard Catrysse, directeur van het Flanders Center in Osaka, het socio-culturele centrum van de Vlaamse regering in Japan, dat zijn dertigste verjaardag vierde met de campagne Taste of Flanders. "Voor deze campagne heeft het Flanders Center niet geaarzeld om het beste van wat Vlaanderen te bieden heeft op het vlak van muziek, design, literatuur, film en fotografie aan Japan te presenteren. Daniël Ost, Jan Decleir, Dirk Brossé en Bart Moeyaert zijn stuk voor stuk boegbeelden en iconen die uitblinken in hun discipline en die mee gestalte geven aan deze campagne. Daniël Ost is een uitzonderlijk talent. Hij wordt hier in Japan op handen gedragen en domineert nu al meer dan een decennium lang de wereld van de bloemen en vooral bloemeninstallaties. Zijn kennis van Japan en vooral zijn liefde en respect voor deze cultuur is fenomenaal en geeft hem een niet in te schatten voordeel. Het Flanders Center werkt al acht jaar met Daniël Ost samen en voor dit uitzonderlijke project in de Ninna-ji, waarvan de timing perfect samenviel met onze campagne, hebben we onze krachten niet gespaard om de artiest toe te laten hier weer met een adembenemende creatie voor de dag te komen. En ook nu heeft Ost onze verwachtingen ver overtroffen. " n Tekst Jean-Pierre GabrielDe chrysant op het wapenschild van de keizer heeft zestien bloembladen die op elkaar liggen als een windroos. In het centrum regeert de keizer. Daniël Ost is erin geslaagd de bloemen te laten spreken, in een taal die bruggen slaat tussen Oost en West. "Ost wordt in Japan op handen gedragen en domineert nu al meer dan een decennium lang de wereld van de bloemen en vooral bloemeninstallaties."