Een prachtige lentedag, geen wolkje aan de blauwe hemel. Bloemen en bloesems, wilgenkatjes, rietpluimen en rietkragen wiegen op de frisse bries. We varen door inktzwart water in een dakloze platte schuit. Het water is soms maar een halve meter diep en we moeten bukken om onder de lage brugge-tjes door te varen. Het water is zo zuiver dat er ook zoetwatermossel en rivierkreeft in leven. Op de oevers zitten zwijgende vissers. Een boer en een boerin, ingeduffeld als was dit Siberië, zijn een eindje verder met mestvorken en hooi aan de slag.
...

Een prachtige lentedag, geen wolkje aan de blauwe hemel. Bloemen en bloesems, wilgenkatjes, rietpluimen en rietkragen wiegen op de frisse bries. We varen door inktzwart water in een dakloze platte schuit. Het water is soms maar een halve meter diep en we moeten bukken om onder de lage brugge-tjes door te varen. Het water is zo zuiver dat er ook zoetwatermossel en rivierkreeft in leven. Op de oevers zitten zwijgende vissers. Een boer en een boerin, ingeduffeld als was dit Siberië, zijn een eindje verder met mestvorken en hooi aan de slag. Men zegt dat de turfstekers hier tot zes meter diep gaan. En dat de huizen op palen in de grond staan, tot op twintig meter diepte, om niet te verzakken als op tekeningen van Anton Pieck. De meeste van die huisjes zijn uitsluitend per boot te bereiken. Ook een paard komt per schip, net als de postbode, de pastoor en de dokter. En in de winter komen daar soms ijsbrekers aan te pas. Dit is een veengebied, een mysterieuze wereld van moeras, een intrigerend waterlandschap op enkele kilometers van de Opaalkust aan de Noordzee. En dit unieke gebied hebben we te danken aan eeuwen monnikenwerk. In 650 wilde koning Dagobert het noorden van zijn rijk kerstenen en stuurde daarom vier monniken naar deze streek : Omer, Bertin, Momelin en Ebertram. Omer werd bisschop en de drie anderen vestigden zich in de dichte bossen van het moerassige gebied. Ze verrichtten vele mirakelen en hun landsheer was zo onder de indruk, dat hij hun de grond van Sithiu schonk. Dertien eeuwen volharding van benedictijnen waren nodig om dit wonder te verwezenlijken. Zoveel tijd en doorzettingsvermogen om het water van de Aa om te leiden en naar zee te laten afvloeien, het land op te hogen, droog te leggen en te ontginnen. Nu is het een gevarieerd landschap van vennen en natte weilanden, smalle landstroken en rietvelden. De polder omvat 3730 hectare waarvan 1200 hectare water, 15 gemeenten, 700 kilometer kanaaltjes, riviertjes en sloten, 13.000 land- en waterpercelen, 500 hectare bebouwde grond waarop jaarlijks 7 miljoen bloemkolen en nog veel meer artisjokken geteeld worden door 70 tuindergezinnen. Er groeien 300 planten en 150 champignonsoorten, er leven meer dan 200 vogelsoorten, er zijn bijvoorbeeld 50.000 reigernesten. Het natuurreservaat is op zijn lieflijkst in mei-juni, maar dan is het er ook druk. Er zijn 52 wandelpaden, maar het gebied is het mooist vanuit een bacove of escuut, een traditionele schuit. (Boottochten van 1 uur tot een hele dag.) De bezoeker wordt met aandrang verzocht om de natuur te beschermen - de vele waterlelies om te beginnen -, geen afval achter te laten, alleen te stoppen op de aangelegde picknickplekken, steeds minder dan 6 kilometer per uur te varen om de oevers niet te beschadigen. Vrije toegang tussen 16 maart en 15 december. Parc Naturel des Caps et Marais d'Opale, Le Grand Vannage, BP 55, 62510 Arques, + 33 3 21 87 90 90, info@parc-opale.fr, www.parc-opale.fr