"Mijn moeder had een kruidenierswinkeltje in Grobbendonk. Ze was altijd thuis, maar toch ook niet echt beschikbaar. Ook in het weekend was ze altijd aan het werken. Haar motto was 'Vooruit, vooruit, vooruit.' In de lagere school was ik een typisch haantje de voorste, maar nadien, in de Latijn-Wetenschappen, zakte ik naar de middenmoot. De eerste twee jaar werd ik een grijze muis wat studieprestaties betreft. Vanaf het derde jaar trapte ik lol in de klas en kreeg dikwijls onder mijn voeten. Ik studeerde om erdoor te raken. Zonder veel enthousiasme, met minimale inzet. Rondhangen op de schaatsbaan, muziek en jongens waren veel boeiender. Op het laatste nippertje heb ik mij herpakt. Ik leerde op dat moment dat iets kan lukken, als je maar doorzet. Ook aan de universiteit, ik deed politieke en sociale wetenschappen, blokte ik voor de punten, weer vond ik alles wat bij het studentenleven hoorde belangrijker dan de studie zelf. Mijn thesis heb ik nooit afgemaakt."
...