Eeanor Lambert stimuleerde de internationale doorbraak van Oscar de la Renta, Halston en Calvin Klein. Haar International Best-Dressed List fungeerde als ijkpunt voor goede smaak, maar belangrijker was dat ze met de lijst de impuls gaf voor de oprichting van de Council of Fashion Designers of America. Eleanor Lambert was immers een meester in public relations. Haar tweede echtgenote was Seymour Berkson, verantwoordelijke van de internationale nieuwsdienst van Hearst en later uitgever van de New York Journal American. Hij maakte haar vertrouwd met het reilen en zeilen van de media. Zij was een aandachtige leerling en werd al snel creatief in het bedenken van concepten om persaandacht te krijgen. Ze kreeg de bijnaam van 'flik' omdat ze journalisten durfde af te blaffen als die haar mening niet deelden. Niettemin smeedde ze nauwe vriendschapsbanden met invloedrijke redacteurs als Diana Vreeland. Ze overtuigde hen om zich niet uitsluitend te fixeren op couture uit Parijs, maar ook om de Amerikaanse modeontwerpers te promoten, haar levenslange missie.
...

Eeanor Lambert stimuleerde de internationale doorbraak van Oscar de la Renta, Halston en Calvin Klein. Haar International Best-Dressed List fungeerde als ijkpunt voor goede smaak, maar belangrijker was dat ze met de lijst de impuls gaf voor de oprichting van de Council of Fashion Designers of America. Eleanor Lambert was immers een meester in public relations. Haar tweede echtgenote was Seymour Berkson, verantwoordelijke van de internationale nieuwsdienst van Hearst en later uitgever van de New York Journal American. Hij maakte haar vertrouwd met het reilen en zeilen van de media. Zij was een aandachtige leerling en werd al snel creatief in het bedenken van concepten om persaandacht te krijgen. Ze kreeg de bijnaam van 'flik' omdat ze journalisten durfde af te blaffen als die haar mening niet deelden. Niettemin smeedde ze nauwe vriendschapsbanden met invloedrijke redacteurs als Diana Vreeland. Ze overtuigde hen om zich niet uitsluitend te fixeren op couture uit Parijs, maar ook om de Amerikaanse modeontwerpers te promoten, haar levenslange missie. Eleanor Lambert wilde dat jonge Amerikaanse designers van zich lieten horen. Daarom bracht ze in 1942 de Coty Awards tot leven, een soort Oscars voor de modewereld. Dertig jaar lang betekenden deze onderscheidingen een mijlpaal in de carrière van generaties modeontwerpers. Tot de cosmeticareus Coty, wegens de concurrerende beauty business van steeds meer luxelabels, afhaakte. De Coty Awards werden vervangen door de CDFA Awards, uitgereikt door de Council of Fashion Designers of America, een organisatie die Eleanor Lambert in 1962 mee oprichtte, met als doel de rivaliserende antagonisten van de Amerikaanse modewereld aan één tafel te krijgen. Bovendien was het in die tijd gebruikelijk dat ontwerpers anoniem werkten in de achterkamers van grote leveranciers. Eleanor Lambert was van mening dat de industriëlen een stap achteruit moesten zetten om de creatieve krachten op de voorgrond te laten treden. Verder ijverde de CFDA voor de erkenning van mode als een onderdeel van de Amerikaanse kunst en cultuur. Lambert was thuis in die wereld, want zij lanceerde het Witney Museum toen het werd opgericht in 1930. In 1967 slaagde de CDFA erin mode te exposeren in het Metropolitan Museum of Arts. The Art of Fashion was een van de meest bezochte tentoonstellingen in de geschiedenis van het Met. Maar om dat succes te bereiken had Lambert al een hele weg afgelegd. Tijdens de jaren veertig legde ze de basis voor haar latere succes. Zo organiseerde ze in 1943 als persverantwoordelijke voor de New York Dress Institute twee keer per jaar een aantal modeshows. Ze huurde een balzaal en wist ontwerpers te overtuigen om hun collecties in één en dezelfde week voor te stellen aan de pers. Elk van hen moest 1500 dollar betalen en in vijf dagen tijd liepen er 55 defilés. Het werd de voorloper van de New York Fashion Week zoals we die vandaag kennen. Het ergerde Lambert mateloos dat Amerikaanse mode niet serieus werd genomen. Couture uit Parijs was volgens haar al te lang de maatstaf voor goede smaak. Haar wraak was zoet toen ze in 1973, samen met Marie-Hélène de Rotschild, werd gevraagd een benefiet te organiseren voor de restauratie van Versailles. Voor de eerste keer defileerden vijf Amerikaanse ontwerpers samen met grote Franse couturies als Yves Saint Laurent, Pierre Cardin en Givenchy. Het was Lamberts grote triomf. Zelfs toen ze de pensioengerechtigde leeftijd bereikt had, bleven labels als Tiffany's een beroep op haar doen. Ze verklaarde aan de Amerikaanse pers: "Ik wil hier niet zitten wachten op de dood. Ik ben blij zo oud te zijn." En dat ze zich amuseerde, was duidelijk. Zo liet ze zich graag opmerken op cocktail party's en modeshows. Al verklaarde ze na de shows steevast dat het niet de moeite was geweest. "Oudere vrouwen moeten beslissen welk silhouet hen het best past, om het vervolgens te dragen als een uniform", was haar stelling. Consequent kocht ze op het einde van haar leven geen designermerken meer, en trok ze regelmatig naar Californië om haar kleren op maat te laten maken. Misschien was de echte reden wel dat ze zich niet meer kon terugvinden in hedendaagse mode. Ze had er geen goed woord meer voor over, en dat kon ze zich op haar hoge leeftijd permitteren. Armani was volgens haar de laatste ontwerper die nog invloed van enige betekenis heeft gehad. En dan nog. Zo vertelde ze in een vaktijdschrift : "Armani heeft comfort in de mode geïntroduceerd. Maar een silhouet creëren om mode comfortabel te maken is nog geen modetrend op zich. Een modetrend creëer je alleen maar als je een silhouet wijzigt in iets decoratiefs of aantrekkelijks. Mode is als een rode jurk die aandacht trekt. Nu Yves Saint Laurent met pensioen is, blijft er niemand meer over", verklaarde ze in een interview toen ze op drie augustus ll. honderd werd. Niettemin was Lambert één maand later weer helemaal in de ban van de New York Fashion Week. En net als in andere seizoenen verzamelde ze in september iedereen met een beetje naam in de modewereld in haar appartement aan het New Yorkse Central Park. Gekleed in een tuniek en met een tulband om de haren speelde ze zoals altijd de rol van elegante gastvrouw. Haar energie was legendarisch. Ze beschouwde transatlantische vluchten als een busrit en was een fervent voorstander van facelifts en verjongingskuren. Zo bezocht ze jaarlijks een kliniek in het Duitse Rottach-Egern om zich te laten injecteren met foetale cellen van schapen. Kostprijs : 5000 dollar. Van dat bedrag kon ze alleen maar dromen toen ze als jong meisje opgroeide in Crawfordshireville in Indiana. Haar vader plakte affiches voor het Ringling Brothers Circus, maar Eleanor wou meer van het leven en besloot beeldhouwster te worden. Tot ze moest toegeven dat het talent haar ontbrak en ze in het huwelijksbootje trad met een architect, Willis Conor. Het koppel hield niet lang stand en na de scheiding trok Eleanor naar New York, waar ze begon te werken voor uitgever Franklin Spear. Hij spoorde haar aan om in de public relations te stappen en in één dag tijd slaagde ze erin tien kunstgalerijen tot klant te maken. Ze integreerde zich snel in de New Yorkse elite, en werd de uitgaanskompaan van de happy few. Lambert schepte graag op met een kleine tattoo op haar enkel, die ze naar eigen zeggen liet zetten tijdens een wilde nacht met de schrijver Parker. Gestimuleerd door een bevriende naaister, Mollie Parnis, zette ze enkele jaren later haar eerste stappen in de modewereld. De Tweede Wereldoorlog hield de Amerikaanse geldbeurzen gesloten en de textielvakbond huurde haar in om een campagne te lanceren. De patriottische affiches met het waarschuwende vingertje van Martha Washington en de baseline Aren't you ashamed not to have a new dress ? vond weinig weerklank. Vandaar dat in 1940 het New York Dress Institute werd opgericht met Eleanor Lambert als persverantwoordelijke. Ze bedacht de International Best-Dressed List om Amerikaanse mode tijdens de recessie te promoten. Inspiratiebron was een gelijkaardige Parijse lijst, maar de Fransen hadden in die periode wel iets anders aan hun hoofd dan mode. Later beschreef ze het als een publiciteitsstunt. Niettemin werd er steeds meer ruchtbaarheid aan gegeven. Tot vorig jaar was de Best-Dressed List een internationaal fenomeen. Eleanor Lambert zelf relativeerde het belang ervan. Zo verklaarde ze enkele jaren geleden in de Observer : "Beschouw het als een archief voor de generaties die na ons komen. Zodat ze kunnen zien wat mensen droegen in een bepaalde periode. Ik ben niet geïnteresseerd in trends. Wel in mensen die goede smaak vertegenwoordigen, die staan voor romantiek, elegantie en traditie, met respect voor de grote ontwerpers. Het heeft niets met schoonheid te maken. Marie-Hélène de Rotschild was een lelijke vrouw, maar ze had de perfecte stijl." Niettemin zorgde Lamberts selectie regelmatig voor veel commotie. Zo kreeg ze heel wat kritiek wegens de herhaaldelijke nominatie van Ivana Trump. Critici beweren dan ook dat de lijst meer een barometer was voor sociale status dan wel voor stijl, hamerend op het feit dat vooral dochters van diplomaten en dames met oud geld de lijst haalden. Toch kan niemand de stijl ontkennen van Audrey Hepburn, Jackie Kennedy en Bianca Jagger, om maar een paar namen te noemen. Op de laatste Best-Dressed List die vorig jaar nog werd voorgesteld, stond Halle Berry op de eerste plaats, gevolgd door Nicole Kidman, wier naam de lijst al meerdere malen haalde. Toeval of niet, maar ondertussen is Kidman het nieuwe gezicht van Chanel N°5 (zie p. 16). Zo heeft Eleanor Lambert dan toch het laatste woord. n Tekst Pascale Baelden