Het stond in de krant : zeven op tien van de door de inspectie gewogen middelbare scholen zijn te licht bevonden. In het lager onderwijs kregen de inspecteurs meer genoegdoening, daar schoot slechts 22 procent van de scholen tekort. Er is dus hoop.
...

Het stond in de krant : zeven op tien van de door de inspectie gewogen middelbare scholen zijn te licht bevonden. In het lager onderwijs kregen de inspecteurs meer genoegdoening, daar schoot slechts 22 procent van de scholen tekort. Er is dus hoop. Waarom zijn de heren en dames inspecteurs wrevelig ? Omdat volgens hen in ons onderwijs te zeer de nadruk wordt gelegd op kennisverwerving en te weinig aandacht besteed wordt aan maatschappelijke vorming, persoonlijkheidsontwikkeling en creativiteit. Leerkrachten zijn in de eerste plaats bezig met hun eigen klas, hun eigen vak. Ze zien de school niet als een geheel. Wie zich inkapselt, beperkt zijn sores. Leerboeken blijken heilig. Natuurlijk, want die zijn veilig en meestal politiek correct. Boeken dicht na schooltijd en geen gehannes met lastige ouders of directies. Komt het dan toch daar op neer ? Wat komen die inspecteurs nu weer roet in het eten gooien ? Volgens de inspecteurs is het slaafs volgen van leerboeken een rem op de levensechtheid van het onderwijs. Tja, het echte leven in de klas halen, kan ingewikkeld zijn en arbeidsintensief... Een lerares Nederlands weerlegde een paar maand geleden in een discussie mijn verwijt over aftandse literatuurlijsten met : ?Je verwacht toch niet dat ik volg wat er nu verschijnt ?? Op het gevaar af straks veroordeeld te worden door onderwijsmensen die dit lezen, ben ik verheugd te constateren dat men op een hoger niveau eindelijk zwart op wit durft te stellen dat tussen de school en het leven bijzonder weinig en bijzonder wankele bruggen bestaan. Natuurlijk is feitenkennis van kapitaal belang. Dat zal niemand ontkennen. Maar feiten staan niet op zich. Als je ze isoleert binnen de vier muren van een klas, worden ze steriel en verstoffen ze gauw. Het is ontstellend te constateren hoe weinig jonge stagiairs en sollicitanten weten over wat er zich onder hun ogen afspeelt, hoe gering hun inzicht in verbanden is. Het halen van sterke punten en graden in de middelbare school en in het hoger onderwijs is maar zelden recht evenredig met kennis en inzicht, die mensen in staat zouden moeten stellen om creatief en dynamisch te functioneren in een job en in de maatschappij. Allicht waren dat kinderen die keurig in het gelid van het traditionele onderwijs liepen, die slaafs hun leermeesters volgden en daarvoor waardering kregen. Jongelui met een andere instelling worden in het schoolmilieu al te vaak als hinderlijk ervaren. Ik geef toe dat het iets te eenvoudig is om alle schuld voor de wereldvreemdheid van onze schoolbevolking in de schoenen van het onderwijzend personeel te schuiven. In Vlaanderen worden braafheid en in de rij lopen over het algemeen nog steeds zeer hoog ingeschat. Vader weet het best, de eerste minister weet het best, de partijvoorzitter weet het best, de leraar weet het best. Iedereen die een trapje hoger staat, vertoont hier sinds jaar en dag de onbedwingbare neiging zich te gedragen als een god-de-vader. Al die onfeilbaren zouden danig kunnen schrikken wanneer het onderwijs over een aantal jaar plots kinderen gaat afleveren die niet alleen maar braaf knikken en met de pink op de broeknaad orders en bevelen uitvoeren. Hebben de heren en dames inspecteurs bij het neerschrijven van de conclusies van hun onderzoek ook nagedacht over dat soort consequenties van het onderwijsbeleid dat noodzakelijkerwijs uit hun kritiek op het huidige systeem zou moeten voortvloeien ? Tessa Vermeiren