Stel je voor : er gebeurt in Antwerpen of in Brussel wat op 7 juli in Londen en vorig jaar in Madrid gebeurde. Hoe groot zou mijn angst zijn om 's anderendaags of een week later metro, trein of bus te nemen ? Stel je het onvoorstelbare voor : je kind, je geliefde, je buurman is een van de slachtoffers. Zou ik een foto maken met een bord voor mijn borst : ik ben niet bang, mij krijg je niet bang ? Ik denk het niet. Nu niet.
...

Stel je voor : er gebeurt in Antwerpen of in Brussel wat op 7 juli in Londen en vorig jaar in Madrid gebeurde. Hoe groot zou mijn angst zijn om 's anderendaags of een week later metro, trein of bus te nemen ? Stel je het onvoorstelbare voor : je kind, je geliefde, je buurman is een van de slachtoffers. Zou ik een foto maken met een bord voor mijn borst : ik ben niet bang, mij krijg je niet bang ? Ik denk het niet. Nu niet. Zelden in mijn leven ben ik bang geweest. Altijd heb ik vertrouwen gehad in de ándere. De andere die hier mijn pad kruiste of degene die ik ontmoette wanneer ik als 'vreemdeling' reisde in verre landen. Mensen in mijn omgeving waren wel angstig. Mijn moeder kon zich 35 jaar geleden niet voorstellen dat ik een verhouding had met een man van Arabische origine. Mijn buren vonden het onvoorzichtig dat ik een paar jaar geleden - na een inbraak in mijn Antwerpse flat - niet elke deur op driedubbel slot deed. Mijn vertrouwen is slechts één keer beschaamd in al die jaren. Een man die ik dicht bij mij liet, die ik maanden vertrouwd had, die mij bij de keel greep, tot wurgen in staat. Maar dat had niets te maken met het feit dat hij een andere huidskleur had. Hij was boeddhist, geen moslim. Het had meer van doen met zijn voorstelling van wat een man is, van wat een vrouw in zijn ogen moest zijn. Geen uur langer ben ik in zijn gezelschap gebleven, ook al moest ik daarvoor de nacht in, in een vreemde stad met zo onmiddellijk geen plek om te schuilen. Andere 'vreemden' hebben mij opgevangen en een veilig onderkomen geboden. Er leven tegenwoordig mensen onder ons die alles wat voor ons belangrijk is, verfoeien en verketteren. Zo'n Mohammed B. die aan het eind van zijn proces tegen de moeder van Theo van Gogh zegt dat hij niet met haar kan meevoelen omdat ze vrouw is én - in zijn ogen - ongelovig. Die in naam van een god moordt in koelen bloede. Jonge mensen ook zoals die vier uit Leeds, of zoals de Palestijnse zelfmoordterroriste die zich wou opblazen in een ziekenhuis, die wetens en willens hun eigen dood tegemoet gaan. De grote vraag blijft : waarom ? Er verschijnen dezer dagen tientallen analyses. Ondertussen is het wel duidelijk dat het te eenvoudig is om alles op het conto te schrijven van achterstelling en onwetendheid. Van een Mohammed B. en van die leraar Kahn uit Leeds kun je niet zeggen dat ze geen kansen hebben gekregen. Ze komen ook niet, bij wijze van spreken, van een andere planeet. Hun leven onderscheidde zich in niet zoveel van het onze. Ze hebben zich wel mentaal van ons afgekeerd. Waarom is godsdienst zo pervers dat ze mensen naar de duisternis kan voeren en tot gruweldaden leiden, waaraan het voortbestaan van het eigen ik wordt opgeofferd ? Een wijze vriend wees mij erop dat godsdienst een substituut kan worden voor de liefde. De liefde die een mens steeds opnieuw helpt om zijn povere conditie te overstijgen. De liefde die een mens zo gek maakt dat hij zijn eigen leven verbindt aan dat van weerloze kinderen van eigen bloed, in de - min of meer bewuste - hoop dat ze als volwassenen na zijn dood iets van hem laten voortleven. Martelaarschap en stigmatisering in deze en vroegere tijden, als ultieme smeekbede om aandacht en erkenning, als subsituut voor de liefde, zo niet van medemensen dan toch van een almachtige maar tegelijk wraakzuchtige God. In wat voor soort duistere Middeleeuwen dreigen we weer te belanden ? Waarom wordt godsdienst die pretendeert mensen te verenigen, iets wat mensen verdeelt en tot vijanden maakt ? De kruistochten, de Reconquista, de nieuwe heksenjachten in Oost-Europa door orthodoxe monniken, de blinde bigotterie van de crea-tionisten in de Verenigde Staten, de zelfmoordaanslagen door moslims, allemaal exploten van dezelfde duisternis die de menselijke geest telkens weer bevangt. Er is reden om bang te zijn voor deze redeloze waanzin, waar en in welke vorm ze ook optreedt. TESSA VERMEIREN