Een paar dagen geleden zat ik aan tafel in een Antwerps restaurant met een jonge, joods-Amerikaanse collega. Ze werd geboren in Minneapolis, studeerde in Beijing en werkt al drie jaar als journalist in Hongkong. Laat ze ginder nu een man uit Antwerpen tegen het lijf lopen. Stel dat die relatie blijft duren, stel dat een van de twee in het land van de ander probeert te aarden. Zij hier of hij daar. Of dat ze samen op een totaal andere plaats proberen een leven op te bouwen. Zo gaat dat. Veel mensen blijven niet van geboorte tot dood op één plek, in één cultuur. Dat is niet altijd makkelijk, vaak ontwortelend maar even vaak verrijkend.

Bij de Japanse vader van Francis Tanaka was het een combinatie van noodlot en liefde, die hem in Brugge deed neerstrijken. Voor de Palestijnse vader van Karim Higazi eindigde zijn zwerftocht bij een meisje uit Tielt. Zijn zoon is van ginder én van hier.

Vaak verkassen mensen om minder romantische redenen. Omdat ze op de vlucht moeten voor oorlog of politiek geweld bijvoorbeeld. Zoals de Uruguayaanse vader van Joachim Garin Laneri. Of uit economische noodzaak zoals de Poolse en Italiaanse grootouders van Mauro Pawlowski.

Zij betreden een onbekende wereld, met andere spelregels, andere gevoeligheden, een andere taal. Veel in de rest van hun leven hangt af van waar en bij wie ze hier terechtkomen. Hoe warm het welkom of hoe kil de afwijzing.

Sommigen blijven koppig met vroeger leven, met de vertrouwde gewoonten, gevoed door het heimwee naar de plek vanwaar ze werden verdreven. Anderen doen alle moeite om op te gaan in de nieuwe wereld, om zelf nieuw te worden. Strijden moedig en vasthoudend voor een plaats. Maar toch ervaren ook die laatsten soms dat ze tweederangs blijven, hoever ze het ook hebben geschopt. Denk maar aan de ontgoocheling van gemeenteraadsleden Nahima Lanjri en Fatima Bali, toen ze uit de boot vielen bij de moeilijke vorming van de Antwerpse coalitie.

Als ze hier een tijd zijn, naar school gaan, diploma's halen, kinderen krijgen, werken, leven en doodgaan, kun je hen dan blijven catalogiseren als vreemden? Wat is eigen en wat is vreemd?

Misschien bent u aanvankelijk geschrokken van de titel op de voorpagina. Eigen Volk. Die twee simpele woorden roepen immers al geruime tijd associaties op met wantrouwen, afweermechanismen en zelfs agressie tegen alles wat vreemd is.

Precies om die angst te helpen ontkrachten, brengen wij u in dit kerstnummer verhalen van mensen die in dit land geborgenheid zoeken. Zij zijn eigen volk geworden. Als wij hen geen thuisgevoel kunnen geven, voel ik mij net zo goed vreemd in eigen land.

Het is kortzichtig van politici om donkerbruine kreten na te bauwen in iets beschaafder bewoordingen. En het is medeplichtig om te zwijgen en te laten gebeuren. Dat is de reden waarom Weekend Knack in zijn pagina's asiel geeft aan deze verhalen van mensen die van ver kwamen of die, zoals de vader van Louis Yskout, hun oorsprong niet kunnen achterhalen.

Het initiatief tot het bundelen van deze levensverhalen komt van de afdeling fotografie van de Hogeschool Gent, ter gelegenheid van de 250ste verjaardag van de Gentse Academie voor Schone Kunsten. Alle foto's werden gemaakt door oud-studenten van die kunstopleiding. Dit is echter slechts een deel van de verhalen. Deze 24 worden met andere gebundeld in een boek dat in het najaar van 2001 uitkomt. Dan wordt ook een tentoonstelling gebouwd rond dit initiatief.

Behalve redacteuren en medewerkers van Weekend Knack en Knack werkten journalisten van andere media en eminente auteurs mee aan dit project. Fotografe Kristien Buyse, die ook les geeft aan de Gentse Hogeschool, kwam bijna een jaar geleden met het plan bij ons aan. Ze heeft veel energie, enthousiasme en tijd gestoken in het warm maken van mensen om mee te werken aan Eigen Volk.

Namens iedereen die zijn naam onder dit project schreef, wens ik aan alle mensen die hier een thuis zoeken: een warm kerstfeest.

TESSA VERMEIREN