Het verstelbare krukje waarop groot en klein plaatsnemen. Het korte gordijn dat privacy belooft, maar de buitenwereld net genoeg toont opdat u zich bekeken voelt. Het lampje dat het dwingende opnameritme aangeeft. Het minutenlange wachten bij onbestemde machinegeluiden en het verlossende moment waarop de strip met vier zelfportretten eindelijk in het bakje valt. De drang om ze meteen weg te graaien en wapperend te drogen : een fotocabine met chemische ontwikkeling is altijd een ervaring. De principes veranderen niet, maar het is elke keer net even anders.
...

Het verstelbare krukje waarop groot en klein plaatsnemen. Het korte gordijn dat privacy belooft, maar de buitenwereld net genoeg toont opdat u zich bekeken voelt. Het lampje dat het dwingende opnameritme aangeeft. Het minutenlange wachten bij onbestemde machinegeluiden en het verlossende moment waarop de strip met vier zelfportretten eindelijk in het bakje valt. De drang om ze meteen weg te graaien en wapperend te drogen : een fotocabine met chemische ontwikkeling is altijd een ervaring. De principes veranderen niet, maar het is elke keer net even anders. De allereerste machine werd voorgesteld op de Wereldexpo in Parijs in 1889. De eerste commerciële toestellen verschenen echter pas in de jaren twintig in het Parijse en New Yorkse straatbeeld. In de Verenigde Staten maakte de technologie furore als entertainment, in Europa sloeg vooral het praktische aspect aan. Bij ons waren de cabines tot in de jaren negentig dan ook te vinden in trein- en metrostations, gemeentehuizen en winkelcentra. Niet dat er toen veel aandacht voor bestond : enkel officiële documenten en kalverliefde wettigden een vrijwillige opsluiting in een benepen hok, waarin bovendien al eens een geurtje hing. Innoverende technologie en een prikkelende, laat staan artistieke behuizing waren amper nog aan de orde. De digitalisering en selfiecultuur bliezen het fenomeen nieuw leven in. Vintageliefhebbers verenigden zich rond initiatieven als de jaarlijkse International Photo Booth Convention, terwijl de Brusselse Botanique, het Palais de Tokyo in Parijs en andere vermaarde instellingen een toestel in huis haalden. Ook op trouwpartijen en evenementen allerhande, en als goedkoop reissouvenir is de fotostrip weer in trek, met dank aan een groeiend aantal herstellers. Bekend zijn onder meer A&A Studios in Chicago, dat vintage cabines restaureert en verhuurt, en het Duitse Photomat. Die onderneming startte in 2005 met één opgeknapte machine bij de Rosenthaler Platz in Berlijn en heeft er inmiddels bijna dertig. In België maakt onder meer Photomatique toestellen met een retrolook - uit te testen op locaties als het Huis van Alijn in Gent, het Fotografiemuseum in Antwerpen en het Brusselse café Bonnefooi. De in Japan razend populaire purikura- of fotostickercabines met eindeloos veel bewerkingsopties konden in Europa geen potten breken. Interactieve snufjes daarentegen slaan wel aan. Zo verhuurt onder meer het Brusselse Boomerang Media digitale toestellen die uw poseerwerk meteen op de sociale netwerken posten. Doet alleen een oude fotocabine uw hartje sneller slaan, dan kunt u terecht op Photobooth.net, een betrouwbare bron om na te gaan of u zich op uw volgende bestemming ergens kunt laten kieken. Zelfs aangepaste reisliteratuur is sinds kort geen probleem : in de prachtige graphic novel Photobooth : A Biography (Conundrum Press, 20 dollar) bekijkt de Canadese illustrator Meags Fitzgerald fotocabines door de ogen van gebruikers, herstellers en andere betrokkenen. Een prachtige reis doorheen de wereld en de tijd. WIM DENOLF