:: Info : 00800 55 80 09 00
...

:: Info : 00800 55 80 09 00Je krijgt er geen speld tussen, Jack Heuer, de zelfverklaarde 'tempelbewaker' van TAG Heuer heeft dan ook ruim 140 jaar familiegeschiedenis in het bloed. Het Zwitserse horlogehuis groeide uit het atelier in Saint-Imier van overgrootvader Edouard Heuer. Zelf stond Jack Heuer ruim twintig jaar aan het hoofd van die onderneming. Hij ontwikkelde en verfijnde jarenlang instrumenten om de tijd te meten tijdens autoraces en sportwedstrijden, ver voorbij de grenzen van wat gewone stervelingen kunnen bevatten. Toch liet uitgerekend hij zich door de tijd verrassen. "Eind jaren zeventig beleefde de Zwitserse horlogerie een absoluut dieptepunt", zegt Heuer, intussen 71 jaar. "De concurrentie van Japanse kwartshorloges was een brutale aanval op de hele sector." De gevolgen waren ingrijpend : het familiebedrijf werd opgekocht door Piaget en toen die het doorgaf aan de Franse TAG-groep, verdween de laatste Heuer van het toneel. "Ik was verbitterd en keerde de horlogerie de rug toe", zegt Heuer, die consumentenelektronica ging ontwikkelen voor een bedrijf in Hongkong. "Je levenswerk in vreemde handen te zien belanden, daar had ik jarenlang wrange gevoelens bij." En toch. Nu hij terugblikt, noemt Heuer zich een tevreden man. "Terwijl andere namen verdwenen of gemarginaliseerd zijn, stelt ons bedrijf het beter dan ooit. En wat mezelf betreft, hoeveel generatiegenoten krijgen een tweede kans ?" LVMH, sinds 1999 eigenaar van TAG Heuer, haalde Heuer weer binnen. Sindsdien is de voormalige bedrijfsleider zowel ambassadeur als technisch adviseur van het huis. Edouard Heuer was een uitvinder die bijdroeg tot de ontwikkeling van mechanische chronografen, en zijn nazaten ontwierpen in 1916 de Micrograph, de eerste mechanische stopwatch met een precisie van een honderdste seconde. Dat was revolutionair : twintig keer preciezer dan de toenmalige standaard. De Heuers raakten dan ook verbonden met 's werelds grootste sportevenementen. In de jaren twintig leverden ze de meetinstrumenten voor de Olympische Spelen in Antwerpen, Parijs en Amsterdam, en ook de eerste wereldkampioenschappen Formule 1 in 1950 werden opgemeten met hun manuele chronometers. Na de komst van Jack Heuer in 1962 braken gouden tijden aan. Het huis rustte racewagens uit met dashboardchronografen en lanceerde in '66 een elektronische stopwatch om tijden te meten tot op een duizendste seconde. Met automatische chronografen als de Autavia en de Monaco, de eerste vierkante chronograaf met een waterdichte kast, stond Heuer opnieuw in de spits. "Je moet weten dat mechanische chronografen eind jaren veertig heel populair waren", zegt Heuer. "Alle hoge officieren droegen er een, en dus werden zulke uurwerken na de oorlog een statussymbool. Maar in de jaren vijftig werden de zelfopwindende uurwerken modieus. Het Zwitserse exportvolume daalde jaar na jaar. We moesten dus wel iets nieuws bedenken: automatische chronografen." Intussen voeren niet langer familievaders en uitvinders het hoge woord in de horlogerie, maar managers en marketing. Ook bij TAG Heuer, nu een onderdeel van een beursgenoteerde luxegroep en geleid door een manager die het klappen van de zweep leerde in de zuivelsector. "Denk niet dat het in mijn tijd zo anders was", corrigeert Heuer. "Op eigen kracht kon je toen ook niet veel. Toen ik als jongeman vier jaar in New York woonde, leerde ik de Amerikaanse aanpak kennen : product placement, pr, reclame, sponsoring, premiums, noem maar op. Europa kende dat niet, maar om wereldwijd door te breken had je ze wel nodig." Als horlogemaker beperkte Heuer - als jongeman zelf een racepiloot - zich dan ook niet tot technische aspecten : in Jo Siffert, een Zwitserse automonteur die zich opwerkte tot Formule-1-rijder, vond hij een goedkope manier om de Autavia wereldbekend te maken. "Ik naaide ons logo bij wijze van spreken zelf op zijn pak, zonder agentschappen, advocaten of contract. Dat is nu ondenkbaar, maar zo amateuristisch waren we dus niet. Trouwens, in de jaren zestig, zeventig maakte Zwitserland de helft van alle horloges ter wereld, nu nog geen drie procent. En dan tel ik tien miljoen Swatch-horloges per jaar mee. Zoveel gewicht heeft marketing dus niet." Dat acteur Steve McQueen een Monaco-uurwerk droeg in Le Mans, de weinig genietbare racefilm uit 1970, noemt Heuer een gelukkig toeval. "Ik had het op een akkoordje gegooid met een rekwisiteur in Hollywood : ik leverde hem horloges voor Amerikaanse sterren, in ruil bezorgde hij me gesigneerde foto's. Chuck Heston, Burt Reynolds, Jack Lemmon, ik had een hele verzameling. Toen hij Le Mans voorbereidde, vroeg hij me in paniek om een grote lading uurwerken te bezorgen. Dat McQueen het gezicht van de Monaco werd, heb ik aan Siffert te danken. Hij was McQueens persoonlijke coach en stopte hem het uurwerk toe. Van bestudeerde positionering was helemaal geen sprake. McQueen werd pas een mythe na zijn dood." Dit voorjaar introduceert TAG Heuer een nieuwe versie van zijn Formula 1-horloge, oorspronkelijk gelanceerd in de jaren tachtig. Naast de zes kenmerken van alle sporthorloges van het huis (een stalen kast die waterdicht is tot op 200 meter, krasbestendig saffierglas, een geschroefde kroon, lichtgevende wijzers en cijfers, een horlogering die in één richting draait en een dubbele veiligheidsklep), werd de kast van extra schokbescherming voorzien. Ambassadeur is de 24-jarige Kimi Räikkönen, een stoutmoedige piloot uit de McLaren Mercedes-stal, met wie TAG Heuer sinds jaren samenwerkt. Kenners vergelijken Räikkönen, tweede op het jongste wereldkampioenschap, met de betreurde Ayrton Senna, een wereldkampioen in de dop. Geen goedkope marketing, zegt TAG Heuer, want het huis ontwikkelt en verfijnt al sinds de jaren dertig meetinstrumenten voor de autosport. Het wordt hoog aangeschreven door de raceteams, piloten en wedstrijdorganisatoren met wie het nauw samenwerkt, en is sinds 1992 bovendien officiële timekeeper van de wereldkampioenschappen Formule 1 . Bij elke race sleept TAG Heuer tonnen materiaal en tientallen ingenieurs aan en levert gedetailleerde informatie aan de raceteams. Heuers bevoorrechte relaties met de autosport resulteerden in de jaren zeventig in een partnership met Ferrari. Het familiebedrijf leverde niet alleen het chronometersysteem van Ferrari's privé-circuit in Fiorano, maar ook de meetinstrumenten van het hele raceteam. Kampioenen als Jacky Ickx en Niki Lauda droegen de sporthorloges. "Weet je dat er in al die jaren nooit geld uitgewisseld is tussen TAG Heuer en Ferrari ?" zegt Heuer. "We waren allebei kleine bedrijven met een beperkt budget, en dus leverden we alleen diensten aan elkaar. Miljoenen miniatuurwagens voor kinderen droegen ons logo, en honderdduizenden fans kleefden het op hun eigen auto. Daar kun je nu alleen maar van dromen." Zijn tweede leven in het voormalige familiebedrijf omschrijft Heuer zelf als een brug tussen het verleden en de toekomst. "Ik had geen enkele ambitie meer, maar ik voelde dat het nieuwe management het meende, dat ze patrimonium van TAG Heuer wilden bewaren. Ook de mensen op het terrein zijn blij dat iemand hen over het verleden kan vertellen, over het dna van het merk. Er zijn al genoeg grote merken die zich door het succes laten afremmen en niet meer vernieuwen."Het in ere herstelde familielid doet overigens wel meer dan dat : als lid van het comité dat over nieuwigheden gaat, heeft Heuer een stevige vinger in de pap. "Het oog voor detail dat ik als ingenieur in de horlogerie heb ontwikkeld, vergt jarenlange ervaring", zegt Heuer. "Mijn mening strijkt vaak tegen de haren, maar ik krijg altijd mijn zin. Ze weten dat ik niet toegeef."Eén suggestie van Heuer leverde het horlogehuis alvast geen windeieren op. Met de beslissing om klassiekers als de Monza en de Monaco te vernieuwen, kwam TAG Heuer net op tijd voor de revival van mechanische uurwerken. De reeks vormt nu een derde van de totale verkoop. "Ik ben trots dat modellen die ikzelf ontworpen heb en toen avant-garde waren, nog altijd succes hebben op mijn oude dag. In de horlogerie heb je zulke klas- siekers nodig. Bedrijven zonder een ziel of geschiedenis missen de boot." Tekst Wim Denolf"Ik had geen ambitie meer, maar voelde dat het nieuwe management het meende met de comeback. Ook de mensen op het terrein zijn blij dat iemand hen over het dna van het merk kan vertellen."