1. Het Ei, officieel de 3316, een leunstoel voor Fritz Jansen, die ook wel eens de orenklapper wordt genoemd. De vorm lijkt geïnspireerd op de sculpturen van Brancusi en Barbara Hepworth. Vreemd hoe vaak de meubelen van Jacobsen opduiken in sexy foto's, bijvoorbeeld in het beroemde portret van Christine Keeler, heldin van het Britse Profumo-schandaal in de jaren zestig. Het Ei werd destijds aangeprezen met de in het Engels opgestelde slogan " Never again will you have to choose between aching legs and aching vanity".

2. De Cylinda Line voor Stelton, uit 1967. De lijn tafelgoed bestond oorspronkelijk uit 18 stukken, uiteindelijk is die, door assistenten, uitgebreid tot 34. Het elegantste koffieservies uit de geschiedenis. In de jaren zestig gebruikte Jacobsen vormen als de cirkel, de cilinder, de triangel en de kubus voor zijn designontwerpen.

3. Bellevue, in Klampenborg aan de rand van Kopenhagen, is een door Jacobsen ontworpen woonwijk (destijds genoemd "De droom van de moderne levensstijl"). De woningen en bijbehorende zaal, uit de periode 1932-'37, werden onlangs gerenoveerd door de lokale architecten MAA PAR Ladegaard en Christiansen. Tot de blikvangers behoort een trendy restaurant dat de naam Jacobsen kreeg.

4. Het Royal SAS Hotel, officieel Royal Hotel og lufthavnsterminal for SAS. Adres: Hammerichsgade 1-5 in Kopenhagen, gebouwd tussen 1955 en '60. Het voor het hotel ontworpen meubilair wordt nog altijd geproduceerd, en behalve de stoelen en de lampen is bijvoorbeeld ook de deurkruk AJ nog beschikbaar. Het gebouw zelf is zwaar en monumentaal, het meubilair licht en organisch: een perfecte balans.

5. Bestek AJ, uit 1957, wellicht het allermooiste bestek uit de geschiedenis van de mensheid. De lepels zijn uitgerekte ovalen, de vorken hebben maar drie tanden. Voorgesteld op de XIe Triënnale van Milaan en gebruikt in Stanley Kubricks filmklassieker 2001: A Space Odyssey. Destijds ontwikkeld voor het Royal SAS Hotel en gemaakt door A. Michelsens Solvvsmedje, thans geproduceerd door Royal Copenhagen/Georg Jensen.

6. De Zwaan (alias FH 3320) is een jaar ouder dan het Ei en vergelijkbaar met de Tulip Chair van Eero Saarinen (uit 1956) en de Womb Chair (al uit 1948) van dezelfde ontwerper. Verkrijgbaar met draaiend stalen onderstel of vast houten geraamte. Er werd ook een tweepersoonsversie van gemaakt, maar die bank was minder geslaagd.

7. AJ-lampen voor Louis Poulsen & Co. A/S uit 1957. En nog maar een ontwerp voor het Royal SAS Hotel, minimalistisch en toch erg gemarkeerd door de jaren vijftig. Gemakkelijk verkrijgbaar in Denemarken, maar nauwelijks verspreid in de rest van Europa. Jammer.

8. De Mier, uit 1952, en de kindjes: de absolute klassieker en een van de meest gekopieerde stoelen ooit. Jacobsen begon een ontwerp steeds met schetsen. Daarna werd een levensgroot model gemaakt van gips of karton, dat werd bewerkt tot de meester, een perfectionist, tevreden was. De Mier was de stoel waarmee Jacobsen beroemd werd als meubeldesigner. Het was de eerste van een hele reeks lichtgewichtstoelen met telkens rug en zit in één stuk gebogen hout. Model 3107 uit 1955 wordt vaak nummer 7 genoemd en werd destijds geleverd in zwart, wit en bleekhout. Dat kleurengamma werd uitgebreid onder de deskundige leiding van Verner Panton. De 3107 is het grootste succes van de Deense meubelindustrie: er werden meer dan vijf miljoen exemplaren van gemaakt.

Referentie: "Arne Jacobsen", door Carsten Thau en Kjeld Vindum, Architektens Forlag, 1998 (alleen in het Deens).

Jesse Brouns