Zo, eindelijk komt die nieuwe eeuw op gang. Opvallend anders dan het vermeende einde van de vorige. Een beetje in mineur, of met terughoudendheid. Het doorprikken van de ballonnen was natuurlijk al begonnen eind 1999 toen we het massaal lieten afweten op al die pompeuze feestjes die blitse marketingmensen hadden bedacht op creatieve vergadermomenten.

Een knaljaar kon je die afsluiter niet echt noemen. Ondanks het feit dat het ons economisch weer beter gaat en dat veel minder mensen werkloos zijn, heerst er onbehagen. Daar kan geen peptalk van politici tegenop. Wat ik rond mij hoor, is dat men geen zin meer heeft in al dat geforceerd gedoe bij elke gelegenheid. Laten we emoties maar weer bewaren voor wat ons echt raakt.

In mijn omgeving zijn er almaar meer mensen die afstand nemen van status en presteren. Jongeren en ouderen. Alsof ze voorvoelen dat dit het einde is van het fake tijdperk.

Hoeveel kometen zijn er de jongste tijd al op de beursvloer gedonderd? Een ernstige rechter in Ieper aarzelde niet om een grootsprakerige beurskoning publiekelijk een pak voor de broek te geven. Het moet die man verbaasd hebben dat iemand hem op die manier tot zijn ware proporties durfde te reduceren. Was hij niet door heel Vlaanderen jaren bewierookt en gezalfd? Hadden de leiders van het volk zijn parabel van de vermenigvuldiging van het (zwart) geld niet klakkeloos geloofd? Maar of die publieke kastijding hem geraakt heeft? Dat liet hij in geen geval blijken.

Zijn we ver van de weg afgedwaald? Ik denk het. Wat is nog echt en hoe zijn we verstrikt geraakt in al die valse, kleffe gevoelens? Begin december stond op de voorpagina van De Morgen een foto van Julia 'Butterfly' Hill die de kunstmatig opgelapte sequoia omarmde waarin ze twee jaar had gewoond om hem voor de kettingzaag te behoeden. Diepe wrevel voelde ik bij dat beeld. Net als ik vaak onwel word van het overemotionele, plaatsvervangde martelaarsgedrag van Michel Vandenbosch, de redder van geslagen runderen en gekooide circustijgers. Jazeker, dergelijke acties liggen goed in de markt. Partijvoorzitters en ministers zijn er als de kippen bij om mee te kakelen in het koor van sentimentaliteit. Het geeft een mens een status: die van de rechtvaardigheid zelve.

Maar bomen gaan dood. Dieren worden geslacht voor consumptie of afgemaakt omdat ze te oud zijn geworden. De natuur en het leven zelf zijn geen rimpelloze vijver. Er is naast succes en vreugde ook storm, agressie, verval, vernietiging, ziekte, dood. Zo is het leven nu eenmaal. Er was een tijd dat mensen dat wisten en accepteerden. In minder "beschaafde" gemeenschappen is dat nog altijd zo.

Merkwaardig is het trouwens dat mensen van de generaties die zo heftig reageren op wat - in hun ogen - de mens de natuur aandoet, geen woorden blijken te hebben als diep leed in hun eigen kring rondwaart. Wij, die zoveel meedogendheid opbrengen voor vermeend bomen- en dierenleed, blijken nauwelijks te kunnen omgaan met verdriet, verlies, aftakeling, dreigende dood en rouw onder de mensen.

De schroom en de onwennigheid tegenover die echte dingen van het leven staan in schril contrast tegen de barnumemoties die voortdurend worden uitgesmeerd in de media.

In de kerstdagen heb ik De Bres van Chris De Stoop gelezen. Meer dan één pagina heeft mij diep getroffen. Precies omdat hij erin slaagt de dingen van het leven in hun ware proporties te schetsen. De manier waarop de mens met de natuur en de dieren omgaat. Hij ontleedt genadeloos het manipulatieve spel dat wordt gespeeld door bestuurders en actiegroepen die beweren voor het heil van de mensen of het behoud van de natuur op te komen en daarbij het leven en de mensen zelf vergeten.

Zijn boek verkoopt niet zo goed, zegt hij. Allicht. Omdat het ingaat tegen de stroom van valse emoties en het redeloos opgeklopt optimisme.

Dit is pas het begin van het einde van het fake tijdperk.

TESSA VERMEIREN