Ik had al veel goeds gehoord over Delvaux. Ik zag het als een ernstig bedrijf dat in zijn groei nog geen foutjes had gemaakt", zegt Gaspard Durrleman, sinds november 2000 de nieuwe baas van Delvaux. "Toen François Schwennicke ( de gedelegeerd bestuurder) mij uitnodigde in de ateliers wist ik het zeker: dit bedrijf heeft alles van een groot huis. Maar het is nog klein. Ik zie het als een merk voor morgen: vanuit de lange traditie en ervaring kunnen we voortbouwen."
...

Ik had al veel goeds gehoord over Delvaux. Ik zag het als een ernstig bedrijf dat in zijn groei nog geen foutjes had gemaakt", zegt Gaspard Durrleman, sinds november 2000 de nieuwe baas van Delvaux. "Toen François Schwennicke ( de gedelegeerd bestuurder) mij uitnodigde in de ateliers wist ik het zeker: dit bedrijf heeft alles van een groot huis. Maar het is nog klein. Ik zie het als een merk voor morgen: vanuit de lange traditie en ervaring kunnen we voortbouwen." Gaspard Durrleman weet waarover hij praat. Hij werkte acht jaar in een directeursfunctie bij het Franse Hermès. "Mijn professioneel leven heeft te maken met enkele belangrijke ontmoetingen", zegt hij over zijn overstap naar Delvaux. "Eerst met iemand uit de telecomsector, daarna met Jean-Louis Dumas van Hermès en nu met François. On s'est rejoint, we hebben beslist om samen verder te gaan." Voor Schwennicke, die altijd aangekondigd had tegen zijn veertigste een stap opzij te zetten (hij wordt 40 in juli), is het zeer verfrissend om het bedrijf door een "extern oog" te laten bekijken. "Het valt mee om er met zijn tweeën voor te staan", zegt Schwennicke. "Alleen raak je opgebrand." Het achtjarige zoontje van François Schwennicke was een extra reden om Gaspard Durrleman aan te werven: "Mijn pa deed dat omdat hij me niet genoeg zag." Voorlopig is Schwennicke niet meer thuis dan vroeger, want het duo heeft de handen vol met ambitieuze plannen. Durrleman stelde al snel na zijn aankomst de diagnose: Delvaux moet door de klanten opnieuw gezien worden als een huis van nieuwigheden. "De zaken gaan goed en het accessoire scoort hoog in het modebeeld", aldus Schwennicke. "Maar we mogen niet rusten. De concurrentie komt sterk opzetten."De collectie winter 2001-2002 is de eerste waarop Durrleman zijn stempel drukte. Het aanbod werd uitgebreid, maar alleen met producten die "typisch Delvaux" zijn. Durrleman benadrukt dat hij in alle bescheidenheid wil werken, want een huis met zo'n persoonlijkheid zet je niet op zijn kop. "Het vertrekpunt is het vak dat Delvaux al zo lang beoefent. We hebben knowhow in de leerverwerking, in het textiel (de sjaals) en er is een eigen atelier voor de metalen sluitstukken van een tas. Vanuit die kennis kunnen we producten creëren. Ik zie ons morgen geen tafelporselein op de markt brengen, dat heeft niets met Delvaux te maken." Nieuw, of opnieuw, in de collectie is de bagagelijn (die introductie was al langer gepland): lichtgewicht weekendtassen in toile de cuir of in technologisch nylon. In beide gevallen met een duidelijk D-stempel. Ook nieuw zijn de riemen en de juwelen. "Het gaat om leren koordjes met metalen stukken uit het atelier, bijvoorbeeld geelkoper", legt Durrlemant uit. "Het zijn sportieve, maar stijlvolle juwelen. Ideale cadeaus." Zijden dassen komen er ook aan. "Zijden sjaals maken we al lang, de techniek hebben we in huis. Bovendien was er altijd een link met onze hoofdactiviteit. De prints op de sjaals zijn gebaseerd op kunstwerkjes gemaakt van restjes leer, hier verzameld in het atelier." Hoewel Delvaux in België al zeer sterk staat, blijft ons land de komende twee jaar een prioriteit. "We willen onze positie op de thuismarkt confirmeren en ons tegelijk defensief opstellen", zegt Durrleman. "Wij zijn immers niet als enigen geïnteresseerd in de Belgische vrouw." Naar het voorbeeld van het Brugse vlaggenschip worden verscheidene winkels gerenoveerd en vergroot. Knokke, de twee adressen in Brussel, Oostende en Antwerpen staan op de lijst. "Met een vernieuwd winkelnet en een uitgebreide collectie kunnen we ons opmaken voor een volgend doel: de export opdrijven."Trui Moerkerke / Foto Catherine Lambermont