De uitstulping op mijn autoband heeft de grootte van een kippen-ei. Even daarvoor heb ik op de Autobahn nog 150 gekacheld, als de band op dat moment geklapt was, had ik het nu niet naverteld. Met het aparte genot van het buroventje dat ook eens zijn handen vuil mag maken, leg ik het reservewiel op en kom veilig thuis.
...

De uitstulping op mijn autoband heeft de grootte van een kippen-ei. Even daarvoor heb ik op de Autobahn nog 150 gekacheld, als de band op dat moment geklapt was, had ik het nu niet naverteld. Met het aparte genot van het buroventje dat ook eens zijn handen vuil mag maken, leg ik het reservewiel op en kom veilig thuis. 's Maandags echter, als ik naar Bandencentrale Arnold wil vertrekken, doet de auto fluf-fluf-fluf. Ook een achterband blijkt nu de geest te hebben gegeven. Daar sta ik dan, in de druisende regen, gelatenheid voorwendend maar binnensmonds vloekend. Godver-gloeiende-godverdomme. Het schijnt het favoriete krachtwoord van mijn overgrootvader te zijn geweest, en als het tegenzit, gebruik ik het voor persoonlijke doeleinden. Ik trommel beheerst de wegenwacht op. Het tij zal wel keren. Straks zie ik een regenboog en lacht de wereld mij weer toe, met de geur van aardbeivelden. Dat is buiten de waard gerekend. Diezelfde dag nog zit ik aan mijn bureau. Ik sla mijn fruitsap om, en in mijn vermetele poging het glas nog te grijpen rolt mijn vulpen op de grond. Zo zoetjes. Toetsenbord vol plakkatief, en een gouden pen van 500 euro die gevorkt is als de tong van een slang. Godvergloeiendegodver. Waar zit het wezen dat nu lacht in zijn darmen ? Ik heb het mij vaak afgevraagd, als het maar niet wil lukken en ik mij het liefst terug zou trekken onder de grond, tussen de boomwortels, in foetushouding onder een plaid in ruitjesmotief. Maar zie, toeval bestaat niet ! Uitgerekend in deze periode krijg ik een publicatie in handen die Het Signalenboek heet. Vijf kloeke delen van 250 bladzijden elk, geschreven door Christiane Beerlandt, een enigszins uitgedijde dame die mij van op de rug van haar boeken kwaad bekijkt. Dit Signalenboek is ongetwijfeld een van de bizarste pennenvruchten die ik ooit in handen mocht houden. "Ontdek de onderliggende betekenis van gebeurtenissen, verschijnselen, ziekten... als signalen op je levenspad", belooft de cover. "Rolluiken kunnen niet meer opgetrokken worden", lees ik in het trefwoordenregister. "De rits van een kledingstuk is kapot." Maar ook geblokkeerde printers, lekkende balpennen, uitblijvende menstruaties (zonder zwangerschap) en de behoefte je nagels te lakken hebben ons stuk voor stuk iets belangrijks te vertellen. Het zijn signalen die je "naar je toetrekt", zoals trouwens ook problemen met de remmen van je fiets, het door je bed zakken, aangebrande voeding, een vogel die tegen je raam vliegt en zelfs het walgen van haar in je mond. Allemaal betekent het iets dieps en metafysisch. Het zou om te lachen zijn als het zo fascinerend niet was. Mijn lekke banden en omgevallen fruitsap staan ook uitgebreid in de boeken beschreven. Drie bladzijden lees ik over dat laatste, waaronder parels van raadgevingen als : "Laat alle energieën vrij uit jou stromen en geniet van het leven. Kom in de vreugde van jezelf en slacht het diertje in jou om op te staan als een prachtig mens." Zo had ik het omstoten van een glas ananassap van de Aldi niet eerder bekeken. Volgens de schrijfster is het belangrijk jezelf bij te sturen, zodat je niet nog een ander en groter Signaal moet ontmoeten dat qua gevolg veel erger is dan het eerste. Dat schiet mij door het hoofd als ik diezelfde week een auto zie die rond een lantaarnpaal geplooid is. Zou de bestuurder de boodschap in de wind hebben geslagen toen hij onlangs in een hondendrol trapte ? Volgens Beerlandt hebben haar Signalenboeken honderdduizend lezers. Volgens mij durft een aanzienlijk deel daarvan niet meer buiten te komen, geterroriseerd als zij zijn door belangrijke verschijnselen als kettingen die van je fiets vallen, hoofden die worden gestoten, pluimen van vogels die je op je weg vindt en - je houdt het niet voor mogelijk - de confrontatie met kuisfanaten. Ik ben geen rationele kikker die zweert bij de materie. Ik ben te vinden voor een scheut esoterie en een mespunt mysterie. Ik begrijp de drang om verklaringen te vinden voor de wispelturigheden van het leven. Maar dit georakel beneemt mij de adem. Laat mij voor één keer zeer cartesiaans zijn en - godvergloeiendegodver ! - de tergende nietszeggendheid van het verschijnsel brute pech omarmen. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders