Je zou kunnen denken dat het onkruid is, maar dit plantje, Isatis tinctoria, ook pastel of wede genoemd, was gedurende drie eeuwen een goudmijn voor Toulouse en omstreken. In dat stukje Zuid-Frankrijk, het Land van Cocagne, vond het de ideale bodem om te groeien en te bloeien: vruchtbare, losse grond, rijk aan kiezel, kalk en klei. Eeuwenlang werd het gekweekt om kleding blauw te kleuren. Een blauw dat zijn gelijke niet had.
...

Je zou kunnen denken dat het onkruid is, maar dit plantje, Isatis tinctoria, ook pastel of wede genoemd, was gedurende drie eeuwen een goudmijn voor Toulouse en omstreken. In dat stukje Zuid-Frankrijk, het Land van Cocagne, vond het de ideale bodem om te groeien en te bloeien: vruchtbare, losse grond, rijk aan kiezel, kalk en klei. Eeuwenlang werd het gekweekt om kleding blauw te kleuren. Een blauw dat zijn gelijke niet had. Er werden fortuinen mee verdiend, maar men moest er wat voor overhebben. Wede is immers een veeleisende plant die de bodem snel uitput. Om de twee jaar lieten de boeren de grond braak liggen, zodat hij weer op krachten kon komen. De teelt zelf vergde veel inspanningen en mankracht. Wede is afkomstig uit Spanje en uit het oosten. In Frankrijk dook de plant op in de 12de eeuw. In de 15de en de 16de eeuw werden er gouden zaken mee gedaan. Mensen droegen toen kleurige kleren zodat er intensief gebruik werd gemaakt van plantaardige kleurstoffen waaronder wede, karmozijn, meekrap en wouw. Iedere sociale klasse had zo haar voorkeur. De zachte winters in het Land van Cocagne waren een echte weldaad voor de wede, en vele generaties boeren deden alles om het de plant naar de zin te maken. Het zaaien en de langdurige, zorgvuldige voorbereiding van de grond was zeer arbeidsintensief. Het plukken van de mooiste blaadjes, met de hand of met de schaar, vergde heel wat vaardigheid. Twintig ton per hectare bedroeg de gemiddelde productie in die tijd. De bloemen werden niet gebruikt. De blaadjes die de kostbare kleurstof leverden, werden heel omzichtig opgeslagen en in de gaten gehouden om rotten te vermijden. Daarna werden ze gewassen, gedroogd, gemalen en tot pulp verwerkt. De vrouwen draaiden die pulp tot balletjes van 10 tot 15 cm diameter, en die werden dan nog weken en weken te drogen gelegd. Het is aan die balletjes die coques werden genoemd, waaraan het Land van Cocagne zijn naam te danken heeft. Eén jaar na het plukken van de blaadjes waren de coques volledig droog. Dan volgde een gistingsproces om een agranat te verkrijgen, een soort pasta waaruit tenslotte de kleurstof werd getrokken. De mooie blauwe kleur wordt veroorzaakt door oxydatie van de brij. Toulouse en omgeving werd dan wel centrum van de productie, maar de kleurstof werd befaamd door de uitvoer. Het textiel dat in Toulouse werd vervaardigd, kon niet wedijveren met de luxueuze stoffen die in Engeland of in Vlaanderen werden geweven. Honderden ossenwagens vervoerden de kleurstof naar de grootste textielcentra in Spanje, Vlaanderen en Engeland. Ook de vervoerders werden dus rijk door het 'blauwe goud'. Na een lange periode van uitstekende oogsten, begon de handel in wede beetje bij beetje te tanen. De godsdienstoorlogen kwamen stokken in de wielen steken en er dook een geduchte concurrent op, de indigoplant, die veel makkelijker te kweken viel. Bovendien hadden diegenen die met wede fortuin hadden gemaakt, niets van hun reusachtige winsten geïnvesteerd in de verbetering van de productie. Vanaf het begin van de 18de eeuw was het beroemde pastelblauw tot verdwijnen gedoemd, ondanks enkele pogingen om de teelt opnieuw aan te zwengelen ten tijde van Napoleon. Maar meer dan driehonderd jaar later is het opnieuw zover. Op de plek waar het pastelblauw hoogdagen beleefde, wordt opnieuw wede gekweekt en pigment geëxtraheerd. De moedige initiatiefnemer heet Henri Lambert en is van Belgische afkomst. Samen met zijn echtgenote heeft hij de productie van pastelblauw weer opgestart ten behoeve van de schone kunsten, de binnenhuisinrichting en de kledingsector. Hij werkte een nieuw procédé uit om het pigment rechtstreeks uit de bladeren én de bloemen te puren, wat een uitgebreid gamma blauwtinten oplevert. Ambachtelijke kennis en wetenschap gaan hier hand in hand. Met de hulp van onderzoekers van de universiteit van Toulouse en na talloze experimenten in Italië, bewerkt het echtpaar Lambert in Lectoure - het hartje van de Gers - zeven hectare wede. Hun inspanningen werden beloond met de prijs van de Club Dunhill Prestige International, een prijs voor ambachtslui die zeldzame ambachten van de vergetelheid willen redden. Een verdiende kroon op het werk van het bevlogen echtpaar voor wie geen inspanning te veel is, als je bedenkt dat één ton bladeren slechts twee kilo pigment oplevert. In het atelier van Lectoure wordt het pigment al gevormd tijdens de eerste maceratie ( proces waarbij uit plantaardig materiaal smaak- en kleurstoffen worden losgemaakt, red.) van de bladeren. Hoewel ze nog kleurloos is, bevat de verkregen vloeistof reeds het pigment. Door oxydatie kleurt de vloeistof groen en het schuim dat aan de oppervlakte verschijnt, produceert een intens blauw. De vloeistof wordt dan overgebracht naar rustkuipen, waarin het zuiver pigment naar de bodem zakt. De inhoud van de kuipen wordt tenslotte gefilterd en gedroogd. Het beroemde Bleu de Lectoure kan in heel wat producten worden verwerkt: verf, ouderwetse muurkalk, inkt, potloden, aquarellen of pastelstiften. Ook het zuiver pigment wordt gecommercialiseerd. De grootste voldoening voor Henri Lambert is echter dat zijn kennis en kennis en zijn ambachtelijke vaardigheden door de haute couture naar waarde worden geschat. Zoals zijn illustere voorgangers hun pigment aan de beste wevers van de mooiste stoffen leverden, zo telt Lambert tegenwoordig een van de grootste Parijse couturiers onder zijn klanten. Olivier Lapidus maakte voor zijn jongste collectie gebruik van natuurlijke kleurstoffen en wil in de toekomst nieuwe ecologische verfmethoden uitdokteren. Hij vond in Henri Lambert "een man die de kleurenalchemie perfect beheerst". Beide mannen besloten samen te investeren in de bescherming en de productie van planten die kleurstoffen leveren. Beider kennis en ervaring zal hen hopelijk in staat stellen traditie en technologie met elkaar te verweven en, waarom ook niet, een Europese norm te stellen voor ecologische verfmethoden. Eén ding is zeker, Henri Lambert is erin geslaagd een prestigieus ambacht opnieuw leven in te blazen.Tekst en foto's Catherine Lambermont