In haar magistrale boek The Orchid Thief (in 2002 vrij verfilmd als Adaptation) beschrijft auteur Susan Orlean Florida als een plek waar de beschaving en de jungle een eeuwige strijd uitvechten. De mens probeert het schiereiland te onderwerpen door almaar meer nieuwbouwwijken, winkelcentra en snelwegen te bouwen. De natuur, gesterkt door een tropisch klimaat en een overdaad aan water waarin planten en dieren zich vermenigvuldigen aan duizelingwekkende snelheden, vecht terug door dat allemaal zo snel mogelijk weer te overwoekeren. Waar het bouwen, het snoeien en het aangroeien elkaar in evenwicht houden, bestaat Florida zoals u en ik het kennen.
...

In haar magistrale boek The Orchid Thief (in 2002 vrij verfilmd als Adaptation) beschrijft auteur Susan Orlean Florida als een plek waar de beschaving en de jungle een eeuwige strijd uitvechten. De mens probeert het schiereiland te onderwerpen door almaar meer nieuwbouwwijken, winkelcentra en snelwegen te bouwen. De natuur, gesterkt door een tropisch klimaat en een overdaad aan water waarin planten en dieren zich vermenigvuldigen aan duizelingwekkende snelheden, vecht terug door dat allemaal zo snel mogelijk weer te overwoekeren. Waar het bouwen, het snoeien en het aangroeien elkaar in evenwicht houden, bestaat Florida zoals u en ik het kennen. Een plek waar dat proces uitstekend te aanschouwen valt, is Charlotte Harbor, de magnifieke, door barrière-eilanden omgeven baai tussen de steden Fort Myers en Sarasota. Ga met de rug naar de zee staan en je kunt niet naast de stormachtige ontwikkeling van de regio kijken. Met de kredietcrisis in de VS is de bouwwoede stilgevallen, maar dat neemt niet weg dat er het afgelopen decennium een explosieve groei heeft plaatsgevonden. Voorheen als ondoordringbaar beschouwde moerassen hebben in dit deel van Zuidwest-Florida plaatsgemaakt voor luxueuze nieuwbouw, golfterreinen, winkelcentra en viervakswegen. Ze moesten leefruimte bieden aan de vele tienduizenden mensen die hier de laatste tien à vijftien jaar zijn komen wonen, in een van de snelst groeiende regio's van de VS. Maar draai u om naar de zee en je aanschouwt een fenomenaal stuk natuur. De omringende gemeenten mogen dan uit hun voegen gebarsten zijn, Charlotte Harbor zelf is grotendeels onaangeroerd gebleven. Eén reden daarvoor is dat de snelwegen er relatief ver van de stranden liggen. Resultaat : het massatoerisme bleef weg en het magnifieke brakwaterestuarium is nog zo goed als ongerept. Alligators patrouilleren er door de mangrovemoerassen ; dolfijnen en zeekoeien dartelen door het warme, ondiepe water van de baai ; pleziervaartuigjes laveren heen en weer. Op de stranden vermaken de badgasten zich in alle rust. Buitengewoon druk wordt het er nooit. Wat hier een drukke dag heet, zou men in Knokke of Blankenberge als een ramp beschouwen. Charlotte Harbor ligt aan de monding van drie rivieren : de Peace River, de Myakka en de Caloosahatchee. Die voeden het estuarium, dat op zijn breedste punt 20 kilometer wijd en 75 kilometer lang is. Het estuarium is van het open water van de Golf van Mexico gescheiden door een reeks lange barrière-eilanden. Daarbinnen, zoals gezegd : een prachtig stuk natuur.De uitgelezen manier om Charlotte Harbor te verkennen, is per boot. Vanuit zowat alle bevolkingscentra in de regio vertrekken er rondvaarten. Wij namen de boot uit Bokeelia, een dorpje op de noordpunt van Pine Island, vlak voor de kust van Cape Coral. De rondvaart ging naar Cayo Costa State Park, beschermd natuurgebied en één van de barrière-eilanden die Charlotte Harbor scheiden van de Golf van Mexico. Bij het aanleggen werden we begroet door een troep dolfijnen die vlak voor de steiger een school vissen samendreven en er vervolgens met open bek doorheen kliefden. Een voedingspatroon dat dolfijnen wel eens meer tentoonspreiden. Gewoonlijk moet je National Geographic Channel opzetten om het te zien, maar in het heldere water hier kun je het met eigen ogen aanschouwen. Een Amerikaanse dame wilde meteen haar kleren uittrekken en bij de dolfijnen in het water springen. De gids kon haar nog net op betere gedachten brengen. Dolfijnen zijn doorgaans vriendelijk, maar het zijn en blijven roofdieren van een paar honderd kilo die je tijdens de maaltijd maar beter respecteert. Haaien zijn er in Charlotte Harbor overigens ook, maar je ziet ze haast nooit. Incidenten met zwemmers zijn bijzonder zeldzaam. Een treintje bracht ons vervolgens naar de zeezijde van Cayo Costa, waar een kilometerslang ongerept strand zich uitstrekt. Ga je daarheen, dan moet je je eigen eten en drinken meebrengen, want een strandpaviljoen of een hotdogkraam is er in dit natuurgebied niet. Ook rijkelijke hoeveelheden zonnebrandolie verdienen aanbeveling. Charlotte Harbor bevindt zich op dezelfde breedtegraad als Caïro en zelfs in de winter, met maxima rond 24 graden, kan de zon behoorlijk branden. In de zomer haalt het kwik gemiddeld 34 graden en vaak een stuk meer, bij een vaak verstikkende luchtvochtigheid. Pet en parasol zijn dus geen overbodige luxe. Ook voor wie niet wil meedoen met georganiseerde rondvaarten zijn de mogelijkheden legio. Zeilboten zijn te huur met of zonder ervaren schipper. Wie de mangrovemoerassen die de oevers van het estuarium begroeien wil verkennen, kan dat doen per kajak. Je doet er wel goed aan om een kompas of een gps-toestelletje mee te nemen, want verdwalen is mogelijk in de dichte begroeiing en niemand zit erop te wachten om alligatorvoer te worden. Gelukkig is er ook heel wat ander 'wild' te zien. Een rog die in het ondiepe water onder je kajak doorschuift, bijvoorbeeld. Of een majestueuze witkoparend die op uitkijk zit op de top van de mangroves. De nationale vogel van de VS was in de tweede helft van de twintigste eeuw met uitsterven bedreigd, maar maakte de laatste jaren een opmerkelijke comeback. Wie snelheid wil, kan gaan rondvaren in een airboat, een vaartuigje met platte bodem dat aangedreven door een vliegtuigpropeller over het water scheert. Op de airboat zal de wind die door de haren blaast voor de nodige verkoeling zorgen. Maar het helse motorlawaai kan kwade blikken van op rust gestelde zeilers en kajakkers opleveren. De grootste stad in de regio van Charlotte Harbor is Fort Myers. Ze groeide, zoals de naam al aangeeft, in de tweede helft van de negentiende eeuw rond een fort dat gebouwd werd door kolonel Abraham C. Myers. Die werd er met zijn garnizoen gestationeerd om de indianen onder de duim te houden. Fort Myers is nu uitgegroeid tot een agglomeratie van meer dan een half miljoen inwoners en is samen met Cape Coral, de explosief groeiende gemeente aan de overkant van de Caloo-sahatcheerivier, het economische zwaartepunt van de regio. In het Fort Myers Historical Museum, gevestigd in een oud treindepot, kom je alles te weten over de geschiedenis van de regio. Je leert er meer over de eerste blanke bewoners van Florida en over de Calusa-, Paleo- en Seminole-indianen die er voorheen baas waren. Een van de pronkstukken van de collectie is een privétreinwagon van het type waarmee rijkelui uit het noorden van het land zich destijds naar hun winterverblijven in het zonnige Florida lieten voeren. Overwinteren in Florida is, zoals bekend, nog steeds populair. Niet dat de regio een bejaardentehuis is, maar als je tussen september en mei naar Charlotte Harbor trekt, zul je je meer dan eens omringd zien door snow birds, ouderen uit het noorden die er de wintermaanden komen doorbrengen. Dat zijn overigens lang niet alleen kreupele grijsaards. Even vaak zijn het babyboomers die naar Florida gaan voor actieve vakanties vol golf, fietsen en watersport. Het zijn overigens ook niet alleen Amerikanen meer. Met de sterke euro en de kelderende vastgoedprijzen kopen meer en meer Europeanen hier huizen en appartementen. Je hoort dan ook niet zelden Duits, of Engels met een Brits accent. Of een streepje Nederlands, want ook Belgische kopers hebben Florida ontdekt. Fort Myers telt heel wat restaurants, bars en clubs, maar voor toeristen is vooral Fort Myers Beach, het langgerekte barrière-eiland vlak voor de kust, interessant. Wie de meer afgelegen stranden te verlaten vindt, kan hier terecht op een strand waar een drukte heerst waarvoor men zich in Blankenberge niét zou schamen. Als je in de lente in Fort Myers bent en een stukje onvervalste Amerikaanse cultuur wilt meemaken, kun je naar de spring training van een aantal professionele baseballteams gaan kijken. Terwijl het in het noorden van het land nog vriest dat het kraakt komen de Minnesota Twins en de Boston Red Sox in Fort Myers oefenen voor het zomerseizoen. Vooral uit het baseballgekke Boston komen daar speciaal duizenden fans voor afgezakt. Meteen een kans om je vertrouwd te maken met een sport die even onbegrijpelijk is voor Europeanen als wielrennen voor Amerikanen. Vanuit Charlotte Harbor zijn heel wat daguitstappen mogelijk. Op drie uur sta je in Miami, waar je kunt kuieren, dineren of een sigaar roken op de Cubaanse Calle Ocho ; of gaan stappen of winkelen in het mondaine South Beach. Ook Orlando en Disney World liggen op drie uur rijden. Een halfuur verder ligt Cape Canaveral. Of er daar een raketlancering plaatsheeft tijdens je verblijf, kun je nagaan op de website van de NASA, (www.nasa.gov). Hou er wel rekening mee dat je na de lange autorit geen garantie hebt dat je daadwerkelijk een raket of een spaceshuttle zult zien opstijgen. Het weer of technische problemen kunnen roet in het eten gooien. Wordt de lancering geschrapt, dan kan men zich echter vergapen aan mission control, de lanceerplatformen voor de spaceshuttle, het reusachtige assemblagegebouw voor raketten of een heuse Saturnus V-maanraket. Een bezienswaardigheid die nooit gecanceld wordt, zijn de Everglades. Hier kun je zien hoe Florida er zou uitzien als de mens de strijd tegen de woekerende natuur zou verliezen. De Everglades zijn in een notendop het uitgebreide moerasgebied dat de hele zuidpunt van Florida beslaat en nat wordt gehouden door het water dat uit Lake Okeechobee zuidwaarts de zee in vloeit Het typische beeld van de Everglades - eindeloze, van alligators vergeven mangrovemoerassen - treft u onder andere aan in Ten Thousand Islands, te bezoeken vanuit Everglades City, dat een uur rijden ten zuiden van Fort Myers ligt. Feit is : de Everglades zijn veel meer dan dat. Wij reden naar Shark Valley, halverwege Alligator Alley, de I75-autosnelweg naar Miami. Shark Valley is een enigszins merkwaardige benaming voor dit natuurpark, omdat het geen vallei is en er ook geen haaien leven. Wat je er wel aantreft, zijn alligators. En dan bedoelen we : véél alligators : honderden, zoniet duizenden.. In elke stroom, vijver of plas aan weerszijden van het vijftien kilometer lange fietspad ligt er wel eentje, en ze variëren van twintig centimeter lange jongen tot vier meter lange monsters. Vaak liggen die beesten ook te zonnen op het asfalt. Dat is geen probleem, want je kunt er gewoon omheen fietsen. Een alligator valt doorgaans geen volwassen mensen aan land aan, want als je rechtop staat, zie je er vanuit zijn perspectief uit als een kolos. Toch hou je beter een respectabele afstand. Een kwade alligator is wel degelijk levensgevaarlijk. Op de korte afstand haalt zo'n beest tot zestig kilometer per uur. Daar ontsnapt zelfs geen olympische hardloper aan. Voor de foto poseren naast een alligator, is dus geen goed idee. Hou ook uw kinderen nauwlettend in de gaten, want een kleuter is voor zo'n beest wél een hapklare brok. Wij huiverden bij het zien van een Duitse toerist die met zijn zoontje een halve meter voor de bek van een drie meter lang exemplaar hurkte. Gelukkig zijn er in Shark Valley ook uit de kluiten gewassen schildpadden en exotische vogels te zien. U doet er overigens goed aan om u in te smeren met een sterk insectenwerend middel, want zowat de enige diersoort die hier nog talrijker is dan de alligators is de gemene deer fly, een vlieg met vleugels die op het gewei van een hert lijken en die dwars door je kleren heen bijt. Terug in Charlotte Harbor is het aangenaam verpozen in een van de ongerepte dorpjes die de streek rijk is. Niet te missen is Matlacha (spreek uit : "Mat-la-shay"), een letterlijk zeer kleurrijk dorpje op een piepklein eilandje in de Pine Island Sound, de zee-engte die Pine Island van het vasteland scheidt. Matlacha is een vissersdorpje dat zich in de loop der jaren tot een kunstenaarskolonie en een centrum voor artisanale producten ontwikkelde. Het dorp is, net als Pine Island, dankzij strenge bouwvoorschriften gespaard gebleven van hoogbouw en heeft op die manier zijn eigenheid behouden. Op de hoofdweg kunt u van het ene in felle kleuren geschilderde winkeltje naar het andere kuieren. U kunt er de gebruikelijke Floridasnuisterijen op de kop tikken, maar ook excentriekere zaken, zoals kamergroot uitvergrote schilderijen van Beatlesplatenhoezen en andere quasi-popart in felle kleuren. Hebt u honger, dan kunt u die stillen in een van de talrijke vis- en zeevruchtenkraampjes, waar het eten recht uit de zee komt. Eten bij de zee is ook prettig in Fisherman's Village, een tot recreatie- en winkelcentrum omgebouwde visserijpier in Punta Gorda, een halfuur noordelijker, bij de mondig van de Peacerivier. Het eten in het restaurant aan het einde van de pier is traditioneel Amerikaans. Veel meer dan een (weliswaar zeer degelijke) hamburger en een breed aanbod van al dan niet gefrituurde zeevruchten, moet je er niet verwachten. Maar lunchen terwijl er twintig meter verderop dolfijnen uit het water springen, het heeft ontegensprekelijk iets. Een stuk mondainer is Boca Grande, het rijke dorp op de zuidpunt van het barrière-eiland Gasparilla. Alleen al de rit erheen is de moeite van de uitstap waard. Je komt er via een snelweg over het paradijselijke, azuurblauwe water van de Gasparilla Sound. In Boca Grande kunt u zich vergapen aan de weelderige strandvilla's. Onder andere de familie Bush, bekend van haar ex-presidenten, heeft er een buitenverblijf. Het strand, met zijn opmerkelijke vuurtoren, is langgerekt en zelden druk. Op het einde van de middag kun je er verpozen in de standbar die uitstekende pina colada's serveert, terwijl je nageniet van dit stukje verborgen Florida. Tekst en foto's Tom Vandyck