In het Nederlandse Houthem werd een vervallen klooster met grote middelen gerestaureerd en heringericht tot het luxe hotel-restaurant met kuuroord, Château Gerlach.

Pieter van Doveren / Foto's Tony Le Duc

Op een vijftal kilometer van het toeristische vertieroord Valkenburg bevindt zich, tussen de glooiingen van het Geuldal, te midden van het Limburgse groen, het lintdorp Houthem. Daar werd een tot ruïne vervallen kloostercomplex gerestaureerd : het kasteel kreeg de bestemming van restaurant, het pachthof werd hotel en in de zuidvleugel kwamen een overdekt Romeins zwembad, een Kneipp-kuuroord en conferentiezalen. Op het domein bevinden zich tevens een museum, de schatkamer van St. Gerlach, een nieuwe catecheseruimte, een nieuwe sacristie en een nieuwe Gerlachuskapel. De man achter dit omvangrijke initiatief is Camille Oostwegel, de bekende Limburgse horecaondernemer, die door de restauratie, renovatie en het onderhoud van kastelen en kasteeltuinen, Limburgse hoeven en een oud stift, een imperium van luxehotels en restaurants wist op te bouwen. Oostwegel wordt in Nederlands Limburg bewonderd omdat zijn projecten het Limburgs patrimonium helpen in stand houden en zorgen voor werkgelegenheid.

Camille Oostwegel werd in Houthem geboren en heeft het verval van het kasteel van St. Gerlach en de omliggende gebouwen dus van dichtbij kunnen meemaken.

Het verhaal gaat dat er rond het begin van de 12de eeuw een lichtzinnige en hardvochtige adellijke ridder in het Geuldal leefde. De plotse dood van zijn gade veroorzaakte een totale ommekeer in zijn leven. De ridder deed afstand van zijn rijkdommen en legde een aantal geloftes af : hij zou nooit meer wijn drinken, geen vlees meer eten, altijd vasten, geen schoeisel meer dragen en zich voortbewegen in een ruiggeweven boetekleed. De ridder trok te voet naar Rome, waar hij de paus ontmoette. Die stuurde hem naar Jeruzalem, waar hij als boetedoening voor zijn losbandige leven, 7 jaar lang het vee van een hospitaal hoedde. Dan keerde hij terug naar Houthem, waar hij als een kluizenaar in een holle eik woonde. De heremiet dronk slechts water uit de put, die tot op vandaag op het landgoed staat. De aanwezigheid van de kluizenaar maakte van Houthem een heilige plaats voor pelgrims. Na zijn dood werd het graf van Sanctus Gerlachus ondergebracht in een kapel met aangebouwd klooster. Later verhuisde het gebeente naar de kerk van het landgoed. Deze kerk werd door de vermaarde, laat-barokke, Tiroolse gewelfschilder Johann Adam Schöpf van boven tot onder voorzien van fresco's, die het leven van de kluizenaar weergeven. De kerk van St. Gerlach met het witte praalgraf van de heilige Gerlachus behoort tot de top tien van de Nederlandse monumenten.

De geschiedenis van het landgoed St. Gerlach gaat vermoedelijk terug tot het begin van de 13de eeuw, toen Gosewijn IV van Valkenburg besloot om een klooster te stichten bij het graf van de rond 1165 overleden kluizenaar. Het klooster kreeg een eigen proost en oefende een grote aantrekkingskracht uit op voorname geslachten. De laatste vier eeuwen, tot de opheffing van het klooster in de 18de eeuw, was St. Gerlach een convent van adellijke dames. Het klooster had te lijden onder de verschillende godsdienstoorlogen. Op 6 september 1786 werd het opgedoekt, de goederen verkocht en kwamen de gebouwen in familiebezit. De kerk werd aan de gemeente geschonken, en werd in 1808 de nieuwe parochiekerk. De laatste particuliere bewoner van het kasteel was de Waalse baron de Selys de Fanson. Hij stierf in 1979 op 53-jarige leeftijd en vermaakte zijn Houthemse eigendom aan de kerk. Voor het betalen van de erfenisrechten en het onderhoud had de kerk echter geen middelen beschikbaar en de gebouwen verpauperden volledig. Om het landgoed van de ondergang te redden, kwam er de Stichting Behoud St. Gerlach en, wat later, een overeenkomst met Camille Oostwegel Holding B.V. Het Kerkbestuur ging ermee akkoord dat het geplande hotel-restaurant zou gaan behoren tot de groep die ook restaurant Kasteel Erenstein, Château Neercanne, restaurant Pirandello en de hotels Brughof en Winselerhof onder zijn beheer heeft. Uiteindelijk werd 50 miljoen gulden geïnvesteerd (een klein miljard frank), waarvan een 8 miljoen gulden subsidie. De rest werd voor 65 procent door de Camille Oostwegel Holding en voor 35 procent door de Vechtse Slag n.v. bijeengebracht. Deze laatste was vooral geïnteresseerd om in het voormalige stiftgebouw en de graanschuren een aantal hotelappartementen te realiseren. Bijna tegelijkertijd bestemde het Nederlandse ministerie van Landbouw de omliggende gronden als natuurontwikkelingsproject. Het nieuwe natuurgebied met wilde Konikspaarden en Schotse Hooglanders draagt de naam Ingendael en is toegankelijk voor het publiek.

Het gerestaureerde Château Gerlach opende op 1 maart van dit jaar. Links van het kasteel ligt het heropgebouwde en heringerichte pachthof. Het gebouw werd aan de buitenkant in de authentieke ossenbloed-kleur herschilderd. Binnen wacht gastheer-directeur Peter Harkema. Hij moet nog een beetje bijkomen van de Nato-conferentie, die de vorige week in St. Gerlach plaatshad. Voor de weelderige en comfortabele inrichting van het pachthof leverde de Genkse antiquair Queen of the South de nodige exotische decoraties. Zo is het plafondpaneel in de bar een gedeelte van een plafond uit een New Yorks hotel. Aan de linkerzijvleugel van het kasteel zijn in de voormalige koestallen het zwembad en het Kneipp-kuurcentrum ondergebracht. Priester Sebastiaan Kneipp, die precies een eeuw geleden overleed, sprak de wijze woorden : ?Als de mensen slechts half zoveel moeite zouden doen om gezond te blijven en verstandig te leven, als ze moeite doen om ziek te worden, zou de helft van de ziekten hun bespaard blijven.? Zijn fysiotherapie is gebaseerd op vijf pijlers, waarvan de hydrotherapie de belangrijkste is. De watertherapie zorgt voor temperatuurprikkels, waardoor gunstige reacties in de bloedvaten, spieren en de stofwisseling ontstaan. Ook phytotherapie (kruiden- en plantentherapie), bewegingstherapie en voedingsleer zijn belangrijke elementen in het Kneipp-kuurcentrum.

Voordat het restaurant en de bistro worden aangedaan, is er tijd en ruimte genoeg voor een wandeling. Rond het kasteel strekt zich een park uit met majestueuze eiken en beuken, door buxus omzoomde plantsoenen en een groep historische, bronzen figuren. Bij de herinrichting van het landschap heeft men eerst getracht om aan de hand van oude afbeeldingen en van luchtfoto's de geschiedenis opnieuw in kaart te brengen. Via de aanplant van oude planten- en bomenrassen heeft men geprobeerd te herstellen wat er vroeger is geweest. De ingang van het kasteel bevindt zich aan de achterkant en is te bereiken via een binnenplein met terras. Er is keuze uit twee eetgelegenheden. Voor een informeel hapje is er de gezellige Bistrot de Liège, die ondergebracht is in de vroegere kasteelkeuken. Aan het plafond hangen hammen te drogen en onder de schouw staat een oud, gietijzeren fornuis. Het gebeuren in het deftige restaurant Les Trois Corbeaux speelt zich af in een klassieke omgeving. Er zijn verschillende zalen : men kan kiezen tussen de bibliotheek van de baron, de met wanddecoraties versierde spiegelzaal en de Smyrnazaal, waar de muren bedekt zijn met 19de-eeuws behangselpapier. In Nederland is uit eten gaan in een gastronomisch restaurant bijna automatisch geassocieerd met stijfdeftigheid. Het verfijnde maniërisme staat de anders zo lawaaierige Nederlander niet, waardoor de opgevoerde voorkomendheid overkomt als geforceerd gedoe. Nederlanders kijken ook op naar Franse namen, die in de horeca refereren aan zuiderse levenskunst. In Vlaamse ogen komt het wat onbegrijpelijk aanstellerig over om het niet gewoon over Kasteel Gerlach en De Drie Raven te hebben, maar over Château Gerlach en restaurant Les Trois Corbeaux. Ook op de spijskaart zijn de benamingen van de gerechten Frans, wat overigens niet automatisch betekent dat Nederland zich aan het losweken is van zijn weinig opwindende culinaire verleden. Algemeen chef-kok is Gert Grootenboer. Hij was lang de rechterhand van Hans Snijders (chef-kok van Château Neercanne). Gert Grootenboer houdt ervan om via het gebruik van vergeten producten, zoals kweeperen en pompoenen, de smaken van vroeger weer op te roepen. Streekproducten, zoals Limburgse grotchampignons en Geuldal-lam, en in het wild groeiende waterkers en munt genieten zijn voorkeur.

Château St. Gerlach : Joseph Corneli Allée 1, NL 6301 KK Bad Valkenburg a/d Geul (Houthem). Tel. (00-31) 43/608.88.88. Er zijn 58 luxehotelkamers en suites, 39 comfortabele hotelappartementsuites, een restaurant en een bistro, en diverse salons en zalen. Wandelroutes in de directe omgeving.

Links : het prachtig gerestaureerde Château Gerlach ligt te midden van een majestueus park. Rechts : een van de specialiteiten is rillette van eend met gedroogde ham en notenvinaigrette.

Het kasteel herbergt zowel het deftige restaurant Les Trois Corbeaux als de gezellige Bistrot de Liège. Gert Grootenboer (linksboven) is algemeen chef-kok. Het Romeinse zwembad werd ondergebracht in de zuidvleugel.