De meest symbolische plek om de ontdekking te beginnen is het mausoleum voor Peter II Petrovic Njegos, op de bergpiek in het Lovcen Nationaal Park, nabij de oude hoofdstad Cetinje. Op de esplanade voor het mausoleum overzie je Montenegro : heuvelruggen zover het oog reikt. Toen de Ottomanen de hele Balkan innamen, weerstond het kleine Montenegrijnse rijk de aanvallen, het bleef onafhankelijk.
...

De meest symbolische plek om de ontdekking te beginnen is het mausoleum voor Peter II Petrovic Njegos, op de bergpiek in het Lovcen Nationaal Park, nabij de oude hoofdstad Cetinje. Op de esplanade voor het mausoleum overzie je Montenegro : heuvelruggen zover het oog reikt. Toen de Ottomanen de hele Balkan innamen, weerstond het kleine Montenegrijnse rijk de aanvallen, het bleef onafhankelijk. Cetinje ligt voor mij in de vallei. Het stadje met amper 15.000 inwoners is een bezoek meer dan waard. Cetinje beleefde zijn belle époque in het begin van de twintigste eeuw. De grootmachten vestigden er ambassades, meestal in hun eigen bouwstijl. Die gebouwen liggen in het centrum, tussen de veelkleurige laagbouw aan weidse pleinen en de wandelstraten met terrasjes. Cetinje herbergt ook de boeiendste musea van het land. Zo vind je in het sfeervolle klooster een schatkamer uit de lange vaderlandse geschiedenis : religieuze ceremoniekleding, kelken, manuscripten. Verderop ligt een groot neoklassiek gebouw met het kunstmuseum en het historisch museum. Het eerste omvat een enorme collectie Joegoslavische schone kunsten. Je belt aan om de eerste zaal binnen te kunnen, daarna dwaal je urenlang in je eentje rond. Eigenlijk omvat Montenegro twee landen. Het mausoleum van Peter II kan ter zake niet symbolischer zijn. Het is met zijn rug, een blinde muur, gericht naar het noorden, en verbergt zo het allermooiste vergezicht. Voor dat uitzicht moet ik op de terugweg de eerste rechts nemen. Ik draai rond een heuvel en van op het smalle weggetje dat tegen de rotswand kleeft, opent zich links het beeld op de Adriatische Zee, 1500 meter lager. Rechts ligt een van de grootste frivoliteiten van de geologie, de baai van Kotor. Vroeger liep hier alleen een ezelspad naar boven, zowat de belangrijkste toegangsweg tot het Montenegrijnse rijk. Een rit tot helemaal beneden vergt meer dan een uur. Een trip om bij voorkeur bij zonsondergang aan te vatten, met enig geluk krijg je een weergaloos spel van zon en wolken te zien. Ook de toegang tot de baai van Kotor via de kust, vanuit Hercig Novi en het nabije Kroatië is overdonderend. Je valt midden in een uniek spektakel, dat Annalisa Rellie in haar reisgids terecht omschrijft als Wagneriaans, gotisch. De baai spreidt zijn vleugels uit als een vlinder. De vaal grijsblauwe, deels beboste rotsmuren schieten steil naar boven, honderden meter hoog. Tegen de bergen zitten kleine dorpjes geprikt. In het midden van de baai liggen twee eilandjes. Het spel van wolken en zon doet het licht met de minuut veranderen, een permanente, natuurlijke lightshow. Ik rij door het onooglijke Morinj, dat in de negentiende eeuw dertien oceaanzeilschepen bezat. Risan, een paar kilometer verder, werd opgericht in 400 voor Christus door de Grieken. Verderop, tegenover de toegang tot de baai, net voor Perast, buigt de hoofdweg naar boven, zelf volg ik de kustlijn tot in het centrum van het dorpje. Het onnoemelijk rustige, sfeervolle en mooie dorpje heeft net wat nodig is om je als toerist te ontvangen : een hotel, een paar kamers, te huur voor de ronde prijs van acht euro (in september). Je krijgt er gratis een vriendelijk huisgezin bij met een wat surreële smaak voor roze en groen. Het restaurant op een pier heeft een royaal panorama op de baai. 's Nachts zijn de bergruggen silhouetten tegen de sterrenhemel, met aan hun voet de lichtjes van de dorpen. Een toeristencruise verlicht met zijn krachtige spots de baai. De misthoorn weergalmt tientallen seconden lang in de baai. Magisch. Nog verder in de baai ligt Kotor, terecht door Unesco opgenomen als werelderfgoed. Hier vind je het mooiste ommuurde oude stadsdeel van het land. Er liggen nog meer weidse vergezichten te wachten in het noordwesten van het land. Je ontdekt ze het best met de wagen. De rit brengt je eerst van de hoofdstad Podgorica, via Niksic tot Pluzine. Onderweg kom ik het Ostrogklooster tegen, hoog tegen de bergwand, muur en rotswand lopen er in elkaar over. Na een kleine twee uur klimmen tussen steeds steilere bergen bereik ik het hooggebergte van Montenegro. Pluzine ligt aan een stuwmeer. Eerst de brug over en dan rechtsaf richting Trsa en Zabljak. De gloednieuwe asfaltweg, net niet breed genoeg voor twee wagens, neemt me mee op een spectaculaire tocht door het Durmitor National Park. De pieken van meer 2000 meter volgen elkaar op langs het meanderende weggetje. De schapenboer is nog altijd dolgelukkig als hij even in gebarentaal kan communiceren met een buitenlandse passant. Het ene moment waan je je op de Schotse Highlands, om de hoek wachten grandioze rotsformaties van honderden meter hoog. Ineens stopt het asfalt en gaat over in een weliswaar goed onderhouden gravelweg. Een half uur later bereik ik Zabljak, het toeristische centrum van deze streek. Overnachten kan er in een van de losstaande huisjes. Deze buurt is 's winters een skicentrum, in de zomer kun je er trekken (er zijn tweeduizend kilometer paden) en bergen beklimmen. Een ander mogelijkheid is raften op de Tararivier, door Europa's langste en diepste canyon, ook voorzien van een Unescolabel. Ofwel rij je door langs de Tarabrug (met uitzicht op de canyon) tot in Mojkovac, een stadje op de weg naar Servië. De terugweg loopt langs het spectaculaire dal van de Tara en door het Biogradska Gora Nationaal Park. De afdaling eindigt waar we begonnen zijn, in Podgorica. Het volgende doel : het Skadarmeer, dat voor twee derde in Montenegro ligt en voor een derde in Albanië. Ik kies niet voor de kortste route vanuit Podgorica, maar richting Cetinje en na vijftien kilometer linksaf richting Rijeka Crnojevica. Het smalle weggetje kronkelt met de rivier mee naar het meer. Dat biedt een volmaakt mooi en rustgevend vergezicht. Edwy en Ria uit Grimbergen stoppen als ze mijn Belgische nummerplaat zien. Hun blik straalt even sterk als de mijne. Dit is prachtig, uniek, onontgonnen. Je hoopt dat het zo blijft, maar eigenlijk zou je dat ene huisje daar aan de rivier toch willen hebben. Naast het meer volg ik de weg naar Virpazar. Verscheidene dorpjes liggen op de oever, maar kamers of hotels vind ik er niet. De weg loopt tot aan het eind van de heuvelgroep, tot aan het vergezicht over het grensgebied Montenegro en Albanië. De afdaling eindigt in het kuststadje Ulcinj, de hoofdplaats van de regio. Hier roept de muezzin op tot het gebed. De streek is vooral bevolkt door Albanezen. Ulcinj is een levendig stadje. De terrasjes en nachtclubs staan op een lijn langs de kustbaan. Boven op de heuvelrug torent een monument (ter ere van de onbekende raket, vermoed ik). Voor een luttele acht euro laat ik me op een van de terrassen een smakelijke, simpele maaltijd met een flesje goede lokale wijn voorzetten. Vanuit Ulcinj trek ik verder zuidwaarts, richting Albanië. Langs deze weg liggen de beste zandstranden, weliswaar aan vrij ondiep water. Op het zuidelijkste punt, het eiland Ada Bojana, ligt een hotel annex naturistenstrand . Rest ons nog de Adriatische kust. Veel toeristen zien nauwelijks iets anders van het land, ze dwalen. De kust is het drukste gedeelte van Montenegro. Langs de 62 kilometer lange kustlijn van Ulcinj naar Budva liggen verscheidene steden en dorpen. De weg kronkelt langs de heuvelrug, met schitterende uitzichten op de kustlijn. Onderweg passeer ik onder meer Bar, met in de heuvels een grote, maar volledige tot puin gereduceerde stad. Een leuke pleisterplaats is het kuststadje Petrovac. Nabij het toeristische centrum Budva ligt het fameuze Sveti Stefan, een visserdorp op een eilandje (nu met het vasteland verbonden via een dijk) dat omgevormd werd tot hotel, in de tijd van Joegoslavië was dit een pleisterplaats voor de rich and famous. Budva is zowat het toeristische centrum van de kust. Hier vind je een mooie omwalde oude stad, en alle toeristisch vertier dat je kunt wensen. Het merendeel van de stranden zijn keien, behalve in het zuiden, voorbij Ulcinj vind je zandstranden. Begin in de baai van Kotor (verblijven in Perast of Kotor, trek er gerust twee dagen voor uit). Vandaar de berg op naar Cetinje en in de namiddag naar Lovcen National Park, terug naar Cetinje bij zonsondergang via het panorama op de kust. Vervolgens naar Podgorica en het noordwesten, logeren in Zabljak of Mojkovac. Via Podgorica naar het Skadermeer, logeren in Virpazar of in een van de dorpjes aan het meer. Dan richting Ulcinj en Ada Bojana, om ten slotte de kust af te rijden, bijvoorbeeld richting Petrovac of Budva. Zo bent u een kleine week onderweg, tenzij u een zijsprong inlast naar Dubrovnik, 50 km over de grens. Avonturiers kunnen zich aan Albanië wagen.In Montenegro is alles, ook het toerisme, in volle ontwikkeling. Het is goedkoop te bereizen, het valt des te meer op omdat de officiële munt de euro is. Buiten het hoogseizoen kunt u zonder reserveren rondtrekken, er zijn altijd wel kamers vrij. Verwacht niet al te veel comfort in de hotels. De beste reisperiode : mei/juni en september. Er zijn twee luchthavens in Montenegro : Tivat, aan de baai van Kotor en Podgorica. U kunt ook vliegen op het nabijgelegen Dubrovnik. Zoek interessante aanbiedingen, ook voor de vluchten. Zelf rijden is haalbaar : via Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië, exact 2000 kilometer vanuit Brussel. Tot Split (1750 km) vrijwel uitsluitend snelwegen. De laatste 250 km (langs de Kroatische kust en Dubrovnik) is in de zomer een zware dobber. Een auto huren is ook een optie. Rijden in het binnenland van Montenegro is een interessante ervaring. Koop een goede wegenkaart. Op de hoofdwegen is het vrij vlot rijden. Rij met je lichten aan. Er zijn snelheidscontroles. Een paspoort volstaat ; gsm-netwerken zijn goed ontwikkeld, er zijn geldautomaten in de belangrijkste steden en dorpen. Ook het aanbod van reisgidsen evolueert. Ik gebruikte de goede Bradt TravelGuide over Montenegro, maar er komen ongetwijfeld andere gidsen op de markt. Algemene sites, hotelreserveringen : www.visit-montenegro.com en www.montenegro.com Tekst en foto's Marc Goldchstein