Het zal niemand verwonderen dat de azalea een van de vedettes is op de Gentse Floraliën. De kamerazalea is toch wel echt een Vlaams product. Volgens de statistieken produceert ons land minstens de helft van de honderd miljoen azalea's die jaarlijks in Europa worden gekweekt. Meer dan 45 miljoen stuks groeien in de gigantische serres in en rond Lochristi.

Genetici en plantenveredelaars hebben echter een lange weg afgelegd om planten te verkrijgen die negen maanden per jaar bloeien: van 15 augustus tot 15 mei.

De geschiedenis van de potazalea begint bij vier voorouders in het Verre Oosten: de Chinese Rhododendron simsii en drie Japanse nichtjes: R. indicum (stasuki-tsutsuji), R. scabrum (kerama-tsutsuji) en R. mucronatum (ryukyu-tsutsuji). Het Japanse woord tsutsuji is zeker goedgekozen, want het betekent 'die de bladeren behoudt', en dat is een van de eigenschappen van de potazalea.

In 1806 komt de natuurlijke soort Rhododendron simsii via Engeland naar het Europese vasteland. De eerste bloei ervan staat in 1812 opgetekend in het beroemde Curtis Botanical Magazine. De plant belandt in onze streken in 1818, en werd het jaar daarop voor het eerst tentoongesteld in Gent. Belgische, Franse en Duitse veredelaars begonnen meteen te kruisen. De zaden verkregen uit de vruchtjes gaven variaties in kleur, vorm en afmetingen van de bloem, en ook in de bloeiperiode.

Algemeen kan men stellen dat onze huidige potazalea kenmerken geërfd heeft van de vier voorouders. R. indicum is verantwoordelijk voor de halve bolvorm en de karmijnrode kleur. Van R. mucronatum zijn de grote bloemen en het purper afkomstig, een kleur die genetisch niet moet onderdoen voor wit. Het kleurengamma dat gaat van purper tot rood, is een erfenis van R. scabrum. De vroege bloei en de mogelijkheid om vanaf het origineel plotse, niet-geprogrammeerde mutaties te creëren, is te danken aan R. simsii.

Laten we het nu even uitsluitend over de bloei hebben. In 1860 bloeiden de azalea's enkel in april, en niet langer dan een week. Beetje bij beetje kwamen er variëteiten die vroeger bloeiden, zoals de Belgische cultivar Madame Petrick, de eerste die met Kerstmis bloeide. Maar de grootste revolutie kwam er in 1967, toen de Duitse veredelaar Stahnke uitpakte met Helmut Vogel, een cultivar die vanaf 15 augustus begon te bloeien. Dat was vier maanden eerder dan alle andere tot dan toe. Uiteraard werd van deze variëteit gretig gebruikgemaakt voor nieuwe selecties.

De potazalea is intussen een massaproduct geworden. Toch probeert men de plant een ander imago te geven dan dat van de kamerplant die even het huis binnenkomt en zo weer buiten is.

Vier bloemisten gaven, elk op hun manier, een andere kijk op deze populaire bloeier. Lieve Buysse en Geert Pattyn combineerden zalmroze azalea's met liaantakken, berkenbast en mos. Allebei presenteerden ze hun compositie in een geschenkmand. Annick van Wesemael combineerde witte azalea's met een bol varens, waaruit hier en daar een bloem te voorschijn komt. Daniël Ost koos voor de miniatuurvorm, een van de nieuwste trends in de azaleakweek. Voor die kleine bloempjes, symbool voor een maagdelijke lente, gebruikte hij beeldspraak uit de paasperiode, namelijk eieren die uit het nest gevallen zijn en blijven hangen in de fijnste takjes.

Jean-Pierre Gabriel