Zoals ze daar in bad ligt, met haar knie die als een ijsberg uit het water steekt. Het water waar de damp van afslaat en dat onrustig weerspiegelt op het plafond, telkens als zij een nieuwe bladzijde omslaat van haar boek. Een pocket van Paulo Coelho, die al eens in het water is getuimeld en er door haar bliksemsnel weer uitgevist, wat niet verhindert dat hij helemaal kromgetrokken is. Het ontlokte haar de opmerking dat niemand nu over zo'n veilig badboek beschikte als zij.
...

Zoals ze daar in bad ligt, met haar knie die als een ijsberg uit het water steekt. Het water waar de damp van afslaat en dat onrustig weerspiegelt op het plafond, telkens als zij een nieuwe bladzijde omslaat van haar boek. Een pocket van Paulo Coelho, die al eens in het water is getuimeld en er door haar bliksemsnel weer uitgevist, wat niet verhindert dat hij helemaal kromgetrokken is. Het ontlokte haar de opmerking dat niemand nu over zo'n veilig badboek beschikte als zij. Ze dacht dat ik kwaad zou worden toen ik zag dat ze dat boekje van mij in het water liet vallen. Ik maalde er niet om. Ik ben niet zo verslingerd aan Paulo Coelho als zij. Bovendien vind ik steeds meer dat boeken gebruiksvoorwerpen zijn, geen kostbare museumstukken. Als ik vijftig bladzijden ver ben, kraak ik tegenwoordig de rug van een boek, grondig en onherroepelijk. Dat je zoiets ongestraft kunt doen met al die mooie woorden, verschaft mij bijna lijfelijk genot. Zij heeft nu een scheerapparaatje tevoorschijn getoverd, zo'n krabbertje van Gilette - al zou het ook van Bic kunnen zijn, al naargelang de bereidheid van de scheermesjesfabrikant om mij voor deze vorm van product placement te betalen met gratis bussen schuim. Traag en nauwgezet ontdoet ze zich van overtollige lichaamsbeharing, terwijl ik met een half oog toekijk, goedkeurend, want ondanks haar 35 jaren mag ze er zijn. Onze verhouding is van grote verrukking geëvolueerd naar een lightversie van wat Brel in zijn Chanson des vieux amants heeft beschreven. We staan elkaar beurtelings naar het leven en hebben elkander weer lief, afwisselend als striemende voorjaarsbuien gevolgd door onverwachte strepen zon. Duiveltjeskermis in zijn vermoeiendste vorm. Uitputtend is het zeker, maar we hebben allebei aanleg voor deze hysterische, haast gedrochtelijke vorm van liefde, die ons tegelijk vernietigt en voedt. Ze is weer rustig nu. Ze leest verder in haar boekje, dat De duivel en het meisje heet en dat ze vasthoudt met die vingertjes van haar, die mij doen denken aan de zuignappootjes van een boomkikkertje en die mij telkens weer vertederen als ik ze zie. Zelfs de kordaatheid waarmee ze haar washandje uitwringt, is mij vertrouwd, alsmede haar vermoeide zucht als ze de Dove Massage Shower in het water laat vallen - al zou het evengoed een product van Nivea kunnen zijn, al naargelang de bereidheid van de fabrikant enzovoort. Gefascineerd kijk ik toe terwijl ze haar haren uitspoelt en in het bad overeind gaat staan, waarbij ik een lichte opwinding gewaarword. Ze verzoekt mij haar de handdoek aan te reiken. Terwijl ze zich efficiënt afdroogt, bestudeer ik in de spiegel mijn vermoeide kop. Grijs schemert door mijn stoppelbaard. Dat het een mens zelfs niet gegund is zijn haarkleur te behouden, bedenk ik chagrijnig. "Je wordt grijs", draait ze het mes in de wonde, als ze merkt hoe ik mijzelf bestudeer. "Dat mag hoor", voegt ze er milder aan toe. Haar lippen krullen zich tot een glimlach die mij aan wilgenkatjes doet denken, en aan vriendelijke rupsen uit een film van Walt Disney. Ze stift nu haar lippen, op de toppen van haar tenen, reikend naar de spiegel als een bloem naar het licht. De spieren in haar kuiten zijn daarbij begeerlijk opgespannen, zodat ik zin krijg mij aan haar te vergrijpen. Ik hou mij echter gedeisd en begeef mij naar de keuken, waar ik mij om Herman bekommer. Herman is geen schrijver maar een vriendschapskoek. Een gelig goedje dat zij van haar ex cadeau heeft gekregen, en dat nu in een potje op het aanrecht staat te gisten. "Herman heeft honger", lees ik in de gebruiksaanwijzing. Plichtbewust voed ik Herman met 2 dl melk, 2 dl bloem en 2,5 dl suiker, om hem dan weer liefdevol te bedekken met de geruite keukenhanddoek. Morgen mag ik hem in vijf gelijke porties verdelen, om op mijn beurt vier Hermannetjes weg te geven. De vijfde zal ik mengen met twee geraspte appels, 100 gram fijngehakte chocolade en een snuif kaneel, om die vervolgens in de oven te bakken. Ik kijk daar al ten zeerste naar uit. Waarom ik zo verlekkerd ben op dit soort huiselijkheden is mij een raadsel. Het staat haaks op mijn - nochtans even reële - belangstelling voor vuurwapens, wurgslangen en de merkwaardige levensloop van bijvoorbeeld Adolf Hitler. Jean-Paul Mulders