:: Autobiography, Helmut Newton, uitgeverij Nan A. Talese Doubleday, ISBN 0-385-50807-7.
...

:: Autobiography, Helmut Newton, uitgeverij Nan A. Talese Doubleday, ISBN 0-385-50807-7.Aan Newtons modellen, of ze nu aan een hotelbed zijn vastgeklonken of halfnaakt doorheen het Parijse Bois de Boulogne dwalen, zijn we ondertussen gewend. En ook Helmut Newton zelf zijn we gaan beschouwen als een permanente aanwezige, dankzij de documentaires over zijn werk, de talloze monografieën en de stroom van overzichtstentoonstellingen. We kennen hem van de beroemdhedenpagina's uit de glansbladen : hij staat altijd gebruind en grijnslachend geportretteerd, in een rieten stoel aan de rand van een zwembad of aan een barmeubel op een feestje, soms omringd door starlets of andere langbenige schonen, haast altijd met zijn camera ostentatief in de hand. Helmut Newton ademde Parijs, Biarritz, Nice en vooral Monaco, het weeldeparadijs waar hij daadwerkelijk al vele jaren woonde. Hij heeft het gemaakt, zelfs buiten de lens van de paparazzi. Zijn foto's gingen bij leven al bijzonder duur van de hand, nu vraagt men er het drievoudige voor. Het mooie aan het levensverhaal van Newton is dat hij het zich altijd al zo had voorgesteld. Dat leren we uit zijn eigenste autobiografie. De wieg van Helmut Neustädter (zijn echte naam) stond in de welvarende Berlijnse wijk Schönberger. Hij groeide op in een huis waar dienstmeiden aan en af renden. Zijn vader, voorheen van modale afkomst, maakte fortuin met het vervaardigen van kledingknopen; zijn moeder, rijk geboren en met een verleden als weduwe, specialiseerde zich in het aanleggen van sociale netwerken en in andere edele dameshobby's. Onze protagonist geeft het al schrijvend ruiterlijk toe : hij was een volstrekt verwend kind dat zich voor alles, vooral de schoolbanken en verdere dagdagelijkse activiteiten, te goed en te verfijnd voelde. Hij beschouwde zichzelf als voorbestemd om erg belangrijk te worden. Vooral dankzij de modekuren van zijn moeder werd hij letterlijk omzwachteld door het dandyisme : kleine Helmut ging uitsluitend gekleed in witte blouses met brede kragen, fluwelen koorknaapblazers en veel te grote strikken. Andere kinderen hielden hem voor een meisje, want op jongetjes zoals hem zag je niet vaak een pagekapsel à la Louise Brooks. Hij was voortdurend ziek - hij viel zo vaak flauw dat zijn familie er op de duur niet meer van opkeek. Zijn hersenen laafde hij aan geïllustreerde kinderboeken en later, maar nog steeds te vroeg voor zijn leeftijd, aan de aangebrande literatuur-voor-volwassenen die hij uit de boekenkast van zijn vader stal. Hij vond ook alarmerend snel de bloottijdschriftjes onder de matras van zijn tien jaar oudere halfbroer Hans. De kleine Lord Fauntleroy bleek alras een sterk ontwikkeld gevoel voor het vrouwelijk lichaam te hebben, een karaktertrek die zijn ouders dan ook overduidelijk aan zijn beddenlakens konden aflezen. In een progressieve bui stuurden die hem naar de dokter, van wie de jonge Helmut vernam dat hij beter 'boem-boem' deed met een levensecht meisje dan met zijn linkerhand, simpelweg omdat de eerste optie veel leuker was. En met dit medisch attest onder de arm begon de held van het verhaal aan een bestaan waarbinnen seks van alle bijbelse zonden bevrijd was, de ideale vrijgeleide dus voor het werk waarmee hij later de wereld zou verbazen en doen blozen. Het gezin Neustädter behoorde tot de joodse gemeenschap, maar aan religie en rituelen had het lak. De synagoge bezochten ze drie keer per jaar, geen enkele van de zonen kreeg een bar mitswa en in de maand december stond er een reguliere Duitse kerstboom in de woonkamer. De oprukkende partij van Adolf Hitler dacht evenwel anders over religie en stambomen - de geschiedenis leert ons dat op een bepaald hysterisch moment zowat het hele Duitse volk de mening van de nazileider deelde. Dus ook rond de familie van Helmut spande zich het vangnet : zijn vader werd gedegradeerd binnen zijn eigen firma en steeds vaker verdwenen neven, nichten en vrienden op mysterieuze wijze. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog moest Helmut steeds meer op zijn hoede zijn en een cinema induiken als er weer eens een paspoortcontrole op straat plaatsvond ; op het zilveren scherm zag hij Hitler razen tegen de joden en hij begreep dat de dictator ook zijn bloed wou zien, of hij zich nu in het duister van de filmzaal verborg of niet. Hij maakte de Berlijnse Kristallnacht mee, maar gelukkig voor hem zat hij die avond op een tram, op weg naar een schuiladres. Helmut was een tiener in 1938, en niet langer het fatterige, flauwe kind van voorheen. Hij ging elke dag zwemmen om zijn lichaam te sterken en hij versierde meisjes bij de vleet. Bovendien had hij zijn ware liefde al gevonden. Sinds hij zijn eerste fototoestel in 1932 met zijn zakgeld had gekocht, was hij verslingerd : hij wou meisjes fotograferen, en de gebouwen van zijn stad, en de louche Berlijnse buurten, en de uitvoerders van zijn favoriete jazzplaten, en dit, en dat, en nog veel meer. Zijn vader zat in zak en as, want ondanks de dreiging van de nazi's droomde die ervan dat zijn zoon de knopenzaak zou verderzetten. Tevergeefs, want Helmut had een tweede thuis gevonden, in de fotostudio van Yva, een locale beroemdheid die modefoto's maakte en portretten van dansers en ballerina's, en tot genoegen van de bronstige Helmut afbeeldingen voor lingeriecatalogi. Hij was maar een van de assistenten, maar dat maakte niet uit, want in de ontwikkelkamer werkte een intrigerend meisje dat afgestudeerd was aan de Bauhaus-academie en een monocle droeg (het werd niets tussen hen, ach). Voor het eerst, allesbehalve voor het laatst, was hij omringd door prachtige vrouwen en de fotografie was het instrument om ze aan hem vast te klinken. Toch moest zijn droom wijken voor de realiteit : Duitsland werd gevaarlijke grond voor een joods veulen als hemzelf en de gevangenis en het strafkamp lonkten al te dwingend. Hij ontvluchtte Europa in december 1938, via een schip met als eindbestemming Shangai. Zijn moeder gaf hem een beurs met bijeengespaard geld mee en zelf vertrok ze met zijn halfbroer naar Zuid-Amerika. Zijn vader bleef achter in Berlijn, in de overtuiging dat zijn gezin spoken zag en dat het nooit tot een oorlog zou komen. Uiteindelijk belandde Helmut in Singapore, want dat leek hem een betere keuze dan het roerige Shangai : Singapore werd koloniaal bestuurd door Groot-Brittannië en hij had van horen zeggen dat het kraantjeswater er bacterievrij was. De autoriteiten registreerden hem als politiek vluchteling en brachten hem onder in een armtierige barak waar inderdaad stromend water was, maar ook ratten en gevaarlijke spinnen. Met zijn fototoestel als enig bruikbaar bezit onder de arm, ging hij werken voor een landelijke krant als fotoreporter van plaatselijke, voornamelijk Engelse societyfeestjes. Via de weinige nieuwskanalen begreep hij dat het verre Europa aan het begin van een inferno stond, en in de contreien waar hij verbleef stonden de Chinezen en de Japanners elkaar naar het leven. Er zat niets anders op dan vertier en troost te zoeken in de nachtelijke bars van Singapore, of achter de vrouwen aan te zitten, Helmuts specialiteit. Hij werd er zelfs zo bedreven in dat hij een soortement gigolo werd, hoppend van het ene naar het andere bed met verschillende gefortuneerde, verveelde dames. Het leven in Singapore was goed voor Helmut. De vaststelling dat het leven ondanks de grillige bochten altijd wel weer meevalt, is sowieso de teneur van deze autobiografie. De voorbije 83 jaar van zijn bestaan waren bewogen, soms gewoonweg deprimerend, maar de fotograaf blikt terug en vindt dat hij toch vooral geluk heeft gehad. Als krijgsgevangene in een kamp in Australië (van 1940 tot 1942) was hij twee jaar verstoken van seks, maar de broederschap en vooral het luie, gemoedelijke regime maakten veel goed. Als soldaat van het Australische leger (van 1942 tot 1946) maakte hij volop gebruik van de spreekwoordelijke landerigheid van zijn inheemse oversten en amuseerde hij zich vooral met de plaatselijke meisjes die altijd weer vielen voor een man in een uniform. In 1946 liet hij op officiële wijze zijn naam veranderen : de oorlog was afgelopen, Europa kon weer betreden worden en zijn ambitie om een wereldberoemd fotograaf te worden mocht hij weer opdiepen. Helmut Neustädter vertaalde zijn achternaam behoorlijk vrijelijk en werd dus Helmut Newton. In die hoedanigheid ontmoette hij zijn toekomstige vrouw June, een Australische actrice. Het zal wel waarheidsgetrouw zijn, maar het valt op dat vanaf dat moment de toon van zijn boek verandert : over andere meisjes en vrouwen schrijft hij niet meer en de enthousiaste manier waarop hij het relaas van zijn vorige veroveringen uit de doeken deed, maakt plaats voor gereserveerdheid, want over de intieme besognes van het echtpaar komt de lezer weinig te weten. Wel maakt Newton het overduidelijk dat June de liefde van zijn leven is. Met haar trekt hij naar Europa om er de redacties van de modebladen af te dweilen. Hijzelf gelooft rotsvast in zijn gewaagde beelden, maar hij crediteert vooral June met de concepten en de ideeën erachter. De fifties en de sixties spendeert het echtpaar in Londen en Parijs, maar swingen deed de carrière van Newton nog niet. Pas vanaf het moment dat Vogue met hem in zee gaat, verschijnen ze in volle glorie, zijn ongenaakbare, geseksualiseerde vampen, zijn luxueuze maîtresses, zijn onbeschaamde übervrouwen, zijn decadente femmes fatales. Ze zijn stuk voor stuk assemblages van zijn herinneringen en zijn fantasmes : hij heeft ze opgepikt uit de hoerenbuurten van zijn jeugd, uit de verhalen uit Histoire d'O, uit de pin-upboekjes uit zijn oorlogstijd. Het geniale én vooruitstrevende aan de beelden van Helmut Newton is hun volstrekte vanzelfsprekendheid : Newton hield niet van pudeur en bijgevolg ook niet van pretentie. Dankzij zijn half optimistische, half pragmatische levenskijk zag hij geen nut in het verdringen van zijn voorliefdes, een houding die zijn foto's alleen maar ten goede kwam. Meisjes, vrouwen en dames, Newton kon er niet genoeg van krijgen, bloot, aangekleed, lachend, huilend, onderworpen, triomferend, Newtoniaans. Hij deed er zijn zin mee, met respect maar kost wat kost. Wat bewijst dat het stampvoetend, eigengereid kindje uit Schönberg, nog steeds in de bejaarde fotograaf schuilde. Hij was de meester, maar dan vooral van zijn eigen grote talent. Tekst Peter De PotterZijn lange leven lang was Newton omringd door de prachtigste vrouwen, en de fotografie was het instrument om ze aan hem vast te klinken.Sinds hij voor 'Vogue' werkte, verschenen in volle glorie zijn ongenaakbare, geseksualiseerde vampen, zijn luxueuze maîtresses, zijn decadente femmes fatales.