Briesend ploft Stelio in de stoel op het terras, maar heeft geen oog voor de wijde baai van Mirabello, noch voor de planten die deze zomer toch danig opschieten. In een zelfminachtend handgebaar, waar hij zijn afhankelijkheid mee onderstreept, roept hij uit: "Woman is cat! Man is dog! Man follow!" Dat heeft hij de laatste tijd, met behulp van de mobiele telefoon wellicht te veel gedaan. Antonella is even terug in Chili bij haar ouders, en al wil Stelio daarin liever niks anders zien dan het spiegelbeeld van hoe hijzelf door zijn familie dagelijks liefdevol wordt opgenomen, zijn wantrouwen groeit bij elke rinkel die haar niet thuis geeft. Erger nog is het wanneer ze wel opneemt en hem vraagt waarom hij nu weer belt. Zijn idyllische beschrijving hoe hij en het landschap, ja heel Kreta haar missen, botst op haar ongeduld.

Hij kan er niet bij. Ze hebben toch geen ruzie? Ja, zijn vader, nog altijd met heimwee naar het kolonelsregime, werd vaak wit om zijn neus toen Antonella, vuurrood van haar en vuurrood vanbinnen, van hieruit mee ijverde om Pinochet aan Spanje te laten uitleveren. Stelio lachte dan naar beide partijen alsof die politieke overtuiging maar een speeltje was dat de rest niet in de weg kon staan. Samen zijn is toch het belangrijkste?

Om de lastige herinnering aan de laatste telefoon weg te werken, toetst hij opnieuw haar nummer in. En als ze er niet is, andere. Een auditief bos van kreupelhout waarachter vrienden en familie aan wie hij telkens overdrevend lachend vraagt of Antonella daar soms niet is... Hij is sprakeloos als ze hem daarna toebijt dat hij haar niet moet bespioneren, en dat ze misschien niet naar Kreta terugkeert omdat ze eerst zichzelf moet vinden. Hij probeert niet te groggy te lijken van die nekslag. "Wat wil dat zeggen? Ik ben toch hier?"

Helga en Giorgio wonen in een klein huisje in het dorp, misschien onder invloed van haar Finse roots lijkt het op een Hans en Grietje-stulp. Zwaar, met steeds een glimlach op het roodaangelopen gezicht onder het witte haar, reed ze hem iedere morgen naar de kleine ijzerwinkel die hij uitbaatte in Agios Nikolaos. Ze zag wel dat er almaar minder kopers kwamen, dat de grote nieuwe zaak op de weg naar Kritsa zelfs hun oude klanten inpikte... Maar haar ontdekken van deze nieuwe wereld, de geboorte van hun dochtertje Lana liet nog geen tijd voor roest op hun gevoelens. Tot Giorgio tobberig begon te doen, en na een paniekerige optelsom puft dat de enige oplossing is dat haar ouders de hoog opgelopen schulden betalen. Hij is perplex wanneer Helga weigert. "Je kent mijn ouders niets eens."

"We zijn toch familie!" roept hij. "Jij eet toch ook bij mijn ouders!" Hij begrijpt haar stugheid niet, en wanneer ze nu naar de stad rijden, zit hij ineengekrompen op de passagiersstoel, hij jankt haar een spookbeeld van armoede tegemoet. Zijn huilerigheid metamorfoseert haar: Helga verliest wat kilo's, bijt hem toe dat hij een domme dikke man is en bemoeit zich alleen nog met haar dochtertje. Gelaten kijkt hij toe hoe het kind nu voortdurend kleren draagt die haar ouders opsturen: knalrode truien en mutsen en sokkenschoentjes waarop elanden, kerstbomen, herten en sneeuw geborduurd staan. Zo hobbelt het mee in hun versleten auto, als een jingle bells-peuter in een slee op warme dagen, symbool van hun mesalliance.

Wanneer Antonella uiteindelijk in Athene arriveert, zegt ze hem dat ze misschien wel doorvliegt naar Heraklion, maar niet om nog met hem samen te wonen. "Dat ze maar niet denkt dat ik dat toesta", sist Stelio. Zijn bambi-blik versombert: "Pas op! Want ik zou kunnen haten!"

Zijn eergevoel is ook ongeveer het laatste wat Nico met zijn Zweedse vrouw Liv verbindt. Onophoudelijk houdt hij haar in het oog zoals ze bezig is aan de kassa van hun groentewinkel. Altijd is ze modieus gekleed, een fijngesteven blouse, een dure jurk, smaakvolle juwelen, sierlijke schoenen - ze oogt meer als een cinema-ouvreuse dan als de eigenares van dit groentedepot. Eigenlijk was het de bedoeling dat ze hier met iets nieuws zouden starten, biologisch dynamisch geteelde producten, maar die kregen geen afzet. Dus werd er maar overgeschakeld op de plaatselijke landbouw. Liv werd er nors en mopperend van, stug negeert ze zijn zoekende blik en de hare licht nog meer zelden op tot een ware glimlach. Hoeveel gewone aardappeloogsten lang kun je iemand blijven beminnen? Vooral omdat er hier in de streek twee per jaar zijn.

Ze heeft dezelfde reflex als Helga. In haar auto, die ze tot een stukje Stockholm ombouwde, rijdt ze met haar zoontje naar het enige internetcafé in de omgeving, en bestelt voor hem boeken met Zweedse sprookjes. Tegen de verkoopster zegt ze: "Ik vraag maar één ding: dat hij niet op zijn vader gaat lijken." In de cd-zaak aan de overkant koopt ze klassieke muziek. Ondanks de kostprijs daarvan houdt Nico de lippen op elkaar. Maar tuurt nog wantrouwender naar de kassa. Wee de eerste vreemdeling die zich aandient in de plaats van een cd.

"Maar waarom heb je me dan gekozen?" vraagt Stelio wanhopig.

Antonella zag hem voor het eerst aan de poort van het hotel van zijn ouders, vanwaar je een adembenemend beeld hebt over de zee en de stad. Hij stond tegen zijn zware motor geleund, nam zijn zonnebril af en glimlachte.

Helga had moeten lachen toen Giorgio, met die luie blik waar ze later zo'n hekel had aan gekregen, voorstelde aan het naïeve rugzakmeisje dat ze was: "Zal ik je de beste plaats op het strand tonen?"

"Vertrouw me", had Nico gezegd. "Ik zal je Kreta laten zien zoals je het nooit eerder wist." Langs hellende wouden van pijnbomen, voorbij onvermoede vlakten was Liv hem gevolgd tot het hoogst bereikbare punt van een berg. Het was een overweldigende indruk die haar daar de adem benam, een heimwee en geluksgevoel dat ze als vanzelf met hem verbond.

Misschien is dat het fatum van de Kretenzische man die trouwt met een buitenlandse: dat het niet mogelijk is dagdagelijks op te tornen tegen wat ooit het eerste beeld van de horizon was.

Pierre Platteau Jacqueline Goossens heeft een paar weken vrij, vanuit Kreta neemt Pierre Platteau haar plaats in.