Als je jong bent, kun je alles aan. Heimwee, honger, een vreemde omgeving : het deed me allemaal weinig toen ik in 1974 naar België kwam. Ik was jong en ambitieus, voor mij was het leven een avontuur. Al schrok ik wel van de stilte op zondag. Thuis in Casablanca was het druk en rumoerig en kon ik op straat altijd een gesprek aanknopen, maar dat lag anders in Luik. Aan een uitgestorven centrum kon ik me niet opwarmen.
...

Als je jong bent, kun je alles aan. Heimwee, honger, een vreemde omgeving : het deed me allemaal weinig toen ik in 1974 naar België kwam. Ik was jong en ambitieus, voor mij was het leven een avontuur. Al schrok ik wel van de stilte op zondag. Thuis in Casablanca was het druk en rumoerig en kon ik op straat altijd een gesprek aanknopen, maar dat lag anders in Luik. Aan een uitgestorven centrum kon ik me niet opwarmen. Migreren is altijd een beetje scheiden. Zeker als je geen andere keuze hebt. Zoals zoveel migranten dacht ik niet enkel aan mijn eigen toekomst. Als gepensioneerde tuinier verdiende mijn vader slechts vijftig euro per maand. In mijn kindertijd had hij al zoveel schulden dat ik op weg naar school boze winkeliers moest vermijden (lacht). Hier is het me gelukt om mijn familie te helpen, maar ik moest er veel voor achterlaten. Liefde overwint alles. Mijn Belgische echtgenote kreeg veel kritiek toen ze voor een Marokkaan met een baard koos, en ook mijn familie was er niet gerust op. Ondertussen zijn we echter bijna veertig jaar samen, niet het minst dankzij de openheid en kracht van mijn vrouw. Ze had me kunnen zeggen 'je bent nu in België, gedraag je ernaar', maar dat deed ze niet. Ze kon het onderscheid maken tussen haar man en de maatschappij die hem gevormd had, en daar ben ik haar dankbaar om. Ik ben er trots op Belg te zijn. Dankzij mijn vrouw en mijn kinderen, maar ook omwille van alle kansen die ik hier gekregen heb. Dat Marokkaanse Belgen me soms een overloper noemen, laat me koud. Net als begrippen als allochtoon of vreemdeling, want daarvoor is er te veel dat me bindt aan dit land. Racistische scheldwoorden kwetsen me en kunnen gelukkig bestraft worden, maar verder noem je me maar zoals je wilt. Wellicht zul je altijd een beetje gelijk hebben, laten we ons daar dus niet op blindstaren. Niet is erger voor een mens dan een kind te verliezen. Dat druist in tegen elke logica van het leven. Bovendien verloor ik mijn zoon Ihsane door homofoob geweld, een wonde die nooit zal helen. Zelfs als ik mijn borstkas was onder de douche, denk ik nog altijd aan het toegetakelde lichaam van mijn zoon. Alleen slapen helpt een beetje : dromen is nu mijn enige manier om Ihsane nog eens te spreken. Het proces wil ik niet bijwonen. Ik zal getuigen, maar de gruwelijke details hoef ik niet te horen. De vier daders lieten mijn zoon naakt en zwaargewond achter op een verlaten plek, zonder enige mogelijkheid om hulp te zoeken, en nadien leefden ze tien dagen verder alsof er niets aan de hand was, terwijl de affiches en opsporingsberichten het land rondgingen. Wat zouden die monsters me kunnen vertellen dat ik nog niet weet ? Als die jongens iets te zeggen hebben, dat ze dan voor de spiegel gaan staan en hun geweten aanspreken. Verder vertrouw ik erop dat justitie zijn werk wel zal doen, wraakgevoelens brengen Ihsane niet terug. Jongeren weerspiegelen wat ze thuis leren. Zelfs de moordenaars van Ihsane deden wat hun omgeving van hen verwachtte, op basis van een wereldbeeld dat ze al vroeg meekregen. Daarom hamer ik ook op de rol van het onderwijs. Als we willen dat bedrijven, sportclubs, kerken, moskeeën en politieke partijen ooit voor iedereen openstaan, dan moeten we op de lagere scholen beginnen. Laten we niet wachten om kinderen te leren om respect op te brengen voor elkaars verschillen. Zwijgen is geen optie meer. Vroeger was ik een macho die de schijn ophield en Ihsane aanspoorde om voorzichtig te zijn, je weet immers nooit hoe mensen zullen reageren. Toen ik als lid van de Moslimexecutieve te horen kreeg dat een père d'un pédé geen recht van spreken had, nam ik gewoon ontslag en hield ik verder mijn mond. Dat zou ik niet meer kunnen, want het is net de stilte rond homofobie die extreem geweld mogelijk maakt. In die zin was de dood van mijn zoon een keerpunt, het begin van mijn coming-out als vader van een homoseksueel kind. Kritiek uit de Marokkaanse gemeenschap neem ik erbij. De moord op mijn zoon is geen fait divers, en ik zal mijn leven lang vechten om homohaat te bestrijden. Hassan Jarfi (61) is islamleerkracht in Luik en vader van Ihsane Jarfi, die op 22 april 2012 het slachtoffer werd van homofoob geweld. De 32-jarige man werd later teruggevonden nabij Hoei. In afwachting van het assisenproces schreef zijn vader een boek, 'Ihsane Jarfi - Le couloir du deuil', en richtte hij vorige maand mee de Fondation Ihsane Jarfi op, ter bestrijding van elke vorm van identiteitsgebonden discriminatie of geweld. Info : www.fondation-ihsane-jarfi.be. DOOR WIM DENOLF & FOTO DIEGO FRANSSENS