Lang voor de industriële revolutie van de negentiende eeuw was er in het zuiden van België al een sterke economische bedrijvigheid. Niet alleen glas, maar ook kristal, kalk, natuursteen, zink en ijzer vormden de basis van de nijverheid in deze streken. En de drijfkracht voor dat alles werd geleverd door de beschikbare energiebronnen, zoals het hout uit de bossen en het water van de rivieren.
...

Lang voor de industriële revolutie van de negentiende eeuw was er in het zuiden van België al een sterke economische bedrijvigheid. Niet alleen glas, maar ook kristal, kalk, natuursteen, zink en ijzer vormden de basis van de nijverheid in deze streken. En de drijfkracht voor dat alles werd geleverd door de beschikbare energiebronnen, zoals het hout uit de bossen en het water van de rivieren. In de loop der jaren ondergingen de diverse industriële sites uiteenlopende ontwikkelingen. Sommige locaties, zoals de open steengroeven, werden weer helemaal ingenomen door de natuur, alsof er nooit een mens was geweest. Andere plekken werden door mensenhanden omgevormd tot zomerverblijven. Dat is onder meer het geval voor enkele vroegere ijzersmelterijen. Ze bevonden zich meestal in de nabijheid van vijvers, doorgaans artificiële constructies die moesten zorgen voor de aandrijving van de watermolens. De plek, die het kader vormde voor de aanleg van deze opmerkelijke tuin, speelt een belangrijke rol in de rijke geschiedenis van de Belgische smelterijen. We bevinden ons in de Gaume, bij de grens met de Ardennen, diep in de bossen. Na enkele honderden meters rijden op een bosweg belanden we op een open plek die een idyllisch uitzicht biedt op de Semois. Rechts, op de oever afgezoomd door enkele enorme bomen, zien we in de verte een statig gebouw in natuursteen. De fraaie hoektorentjes geven het geheel nog wat extra prestige. Maar het indrukwekkendste bouwwerk is misschien wel de langgerekte schoormuur die ook de toegang vormt tot het gebouw. Bij deze muur werden ook de opeenvolgende terrassen opgebouwd. Ze bieden een mooi uitzicht op het omringende landschap. Terwijl we de ingang naderen, zien we tussen de dichte, hoge bomen nog een touwbrug boven het water hangen. De stilte is overweldigend. We kunnen ons nauwelijks voorstellen dat hier al in 1604 een industriële werkplaats gevestigd was. Voor die activiteit werden toen vijvers aangelegd met een systeem van dijken, aan de samenloop van de Semois en een van zijn zijrivieren. Jean Roussel, neef van de oprichter, schakelde in 1622 al over van een plaatwalserij naar een ijzersmelterij. Hij was ook de opdrachtgever voor het bouwwerk op de rotsachtige uitloper, waar het vandaag nog altijd pronkt. In zijn geschiedenis ontsnapte dit arendsnest tweemaal aan een catastrofe. Eerst in 1788 en daarna nog eens in 1888 braken de dijken en werden de werkplaatsen ernstig beschadigd door de zware overstromingen. Die tweede natuurramp maakte trouwens een definitief einde aan de industriële ontwikkeling van deze smelterij. Pas in 1921 komt er weer hoop dankzij een industrieel uit Verviers. Hij koopt het domein en begint met grootse veranderingswerken. Het woongedeelte wordt ingebed in de omgeving en getransformeerd tot een buitenverblijf. Tegelijkertijd worden er terrassen aangelegd die de toegang vormen tot het woonhuis, ondersteund door hoge schoormuren van leisteen. Rond de woning worden de terrassen discreter en verfijnder. Een mooie leistenen trap voert naar een elegant, gewelfd bruggetje dat naar de oevers van de vijver leidt. De hele tuinindeling onderstreept de dominantie van het gebouw, dat de uitstraling van een echte belvedère krijgt. Een stoere solitaire es, geworteld in de rotsige ondergrond, zorgt voor wat schaduw. Na bijna een eeuw is het aanzicht van deze tuin natuurlijk veranderd, ook al is het alles overheersende woonhuis ongewijzigd gebleven. De moestuinen van eertijds bijvoorbeeld zijn deels vervangen door gazon. De resterende groentetuin bevindt zich nu wat verder van het huis, op een terras uiteraard, maar wat lager. Hij grenst aan een siertuin, ontworpen in de jaren 1990, gekenmerkt door buxuspatronen die kleine kamers vormen met daarbinnen onder meer vaste planten en rozen. Een tuin waar het accent vooral ligt op een buitengewoon elegante nonchalance. Dat is trouwens de algemene indruk die van deze plek uitgaat. Hoe zorgvuldig het geheel ook onderhouden is, alles lijkt verzonken in een diepe slaap. De rust en de harmonie van een onverstoorbare schone slaapster. - Meer tuinen van Jean-Pierre Gabriël vindt u in het boek Land van Vormen. Actieprijs : 14,95 euro ipv 39,95 euro met de voordeelbon in Knack Weekend en Nest bij Standaard Boekhandel.TEKST EN FOTO'S JEAN-PIERRE GABRIEL