Stilstaan bij het verwachtingspatroon van een publiek is verloren moeite. Een productie kan in de ene stad totaal anders onthaald worden dan in de andere. Ik erger mij nooit aan de reacties. Kritiek probeer ik altijd naar waarde te schatten.
...

Stilstaan bij het verwachtingspatroon van een publiek is verloren moeite. Een productie kan in de ene stad totaal anders onthaald worden dan in de andere. Ik erger mij nooit aan de reacties. Kritiek probeer ik altijd naar waarde te schatten. Ik heb het grootste respect voor budgetten. Dat hou ik over aan mijn avontuur met de Blauwe Maandag Compagnie, die we exact dertig jaar geleden oprichtten. Totaal van scratch begonnen we daarmee. We gingen zo efficiënt mogelijk met de weinige middelen om. Dat was een zeer boeiende, maar ook harde leerschool, waar ik nu nog op kan terugvallen. Dat verleden maakt dat ik me nu niet verlies in grote structuren. Die stoffige opera had wél geld en deed daar zo weinig mee. Omdat ik maar blééf herhalen hoe oneerlijk de middelen verdeeld waren, zei Marc Clémeur, toenmalige intendant van de Vlaamse Opera, op een dag : "Als je denkt dat je het beter kunt, doe het dan eens zelf." Ik kreeg een week de tijd om een geschikte opera van Rossini te vinden. Ik had geen zin om heel zijn oeuvre te doorploegen, maar het verhaal van Assepoester kende ik natuurlijk wel. De dag erop belde ik al terug : "Het zal La Cenerentola worden." Als regisseur mag je je kwetsbaarheid niet overboord gooien. Je mag niet nalaten dingen ter discussie te stellen. Jezelf incluis. Tijdens repetities zeg ik soms eerlijk dat ik het niet weet. Het is zo jammer dat je vandaag je twijfels niet mag tonen. Je wordt geacht het te weten. Die attitude is zo bot. De dvd's van mijn opera's liggen thuis nog netjes in de cellofaanverpakking. Ik kijk nooit naar vroeger werk. Operavoorstellingen zijn momentopnamen, en dat is net hun kracht. De puriteinen die dat ontkennen, verkrachten de geschiedenis van de opera. Mozart had eerst een Praagse versie van Don Giovanni, maar toen het stuk naar Wenen verhuisde, begon hij opnieuw te componeren omdat de omstandigheden daar helemaal anders waren. Het grootste plezier beleef ik aan de voorbereiding, die één tot drie jaar in beslag kan nemen. In die fase is alles nog mogelijk. Vanaf de repetities moet ik compromissen maken en dat kan ik, als goede Belg. Jongeren krijgen tegenwoordig geen tweede kans meer. Dat is een van de donkerste zijden van de crisis in onze sector. Jonge mensen daarvoor wapenen, is mijn missie. Als je een diploma haalt, is de kous niet af. De confrontatie met de naakte realiteit is helaas vaak bitter. Ik heb het curriculum van mijn operaschool terug up to date gemaakt en probeer heel eerlijk te zijn tegen mijn studenten. Die raad geef ik ook aan die jongelui : kijk in de spiegel en blijf jezelf. Onder de kerktoren word ik onrustig. Ik neem vijftig keer per jaar het vliegtuig. In elke stad voel ik me op slag thuis. Ik wil er ook nooit meteen alles gezien hebben. Met mijn zoon ben ik net nog naar Madrid geweest. We hebben ons beperkt tot een grondig bezoek aan een deel van het Reina Sofia Museum, de andere musea zijn voor een volgende keer. Je moet telkens iets nieuws kunnen ontdekken en besnuffelen. We nemen onszelf in België veel te serieus, terwijl dat tegen onze surrealistische geest in gaat. Waar is de zelfspot gebleven ? We verliezen de samenhang uit het oog. We hebben allemaal onze issues, waar we graag een mening over poneren, zonder dat we daar eens afstand van nemen. Guy Joosten (51) is regisseur. Samen met Luc Perceval richtte hij in 1984 de Blauwe Maandag Compagnie op. Zeven jaar later ging hij in de operawereld werken, waar hij een internationale carrière uitbouwde. In 1998 stond hij aan de wieg van de Operastudio Vlaanderen. Onlangs hervormde hij die grondig tot de Internationale Opera Academie. Zijn nieuwste productie 'Don Giovanni' gaat op 11/6 in première bij de Vlaamse Opera in Gent. Meer info : www.vlaamseopera.be DOOR PETER VAN DYCK & FOTO CHARLIE DE KEERSMAECKER