Het succes van blitse, compacte, in het oog springende en op vele manieren te personaliseren bolides is een fenomeen. De Mini zette de toon, de Fiat 500 breide er een betaalbaarder vervolg aan. Weinigen weten dat beide auto's door de Amerikaanse designer Frank Stephenson werden getekend. Die werd nu binnen de Fiatgroep aan het ziekbed van Alfa geroepen om er een compacte driedeurs uit zijn mouw te schudden.
...

Het succes van blitse, compacte, in het oog springende en op vele manieren te personaliseren bolides is een fenomeen. De Mini zette de toon, de Fiat 500 breide er een betaalbaarder vervolg aan. Weinigen weten dat beide auto's door de Amerikaanse designer Frank Stephenson werden getekend. Die werd nu binnen de Fiatgroep aan het ziekbed van Alfa geroepen om er een compacte driedeurs uit zijn mouw te schudden. De Mito kreeg een opvallende styling mee met vormen die herinneren aan de 8C Competizione, Stephensons jongste succes. Onderhuids is het allemaal wat minder innoverend : de nieuweling staat op het onderstel van de Fiat Grande Punto, niet hét schoolvoorbeeld van een blitse sprinter. Onder de kap passen twee motorblokken. Een 1.6 JTD turbodiesel of een 1.4-liter benzine met of zonder turbo en goed voor respectievelijk 78 of 153 pk. Ter kennismaking kregen we die laatste versie voorgereden. Het golvende dashboard (met koolstofvezellook), de sportieve stoelen en het aantrekkelijke arsenaal wijzerplaten wisten ons wel te bekoren. Maar ons oog viel ook op de middenconsole, waar een aansluiting voor mp3-speler en een DNA- manettino werden gemonteerd. Die heeft drie modi : normaal, dynamisch of all weather (bedoeld wordt : gladde ondergrond) . De elektronica past telkens de voornaamste parameters aan, zoals het ESP of de stuurinspanning. De kleine viercilinder levert zo'n 153 pk en dat is niet niks voor een compact. In de praktijk is het even wachten op het turbo-effect om het volle rendement van de combinatie te ondervinden. Maar pittig en prettig is het uiteindelijk allemaal wel. Al is het een beetje uitkijken met de zeer directe besturing die de stabiliteit een beetje compromitteert. Werden we qua potentieel aardig op onze wenken bediend, dan verraste het verbruik. In de stad blijkt de kleine Italiaan erg dorstig en haalt moeiteloos de 10 liter/100 km. Dat is toch een beetje uit de tijd, vooral met een tank van 45 liter. Wie het potentieel op zijn kunnen aanspreekt, moet dus met een flinke brandstoffactuur rekening houden. Passagiers achterin hebben net voldoende ruimte, maar houden aan hun rit vooral een wat claustrofobisch gevoel over door de brede en spits naar achteren toelopende C-stijl. Om diezelfde reden is het uitzicht naar achteren ronduit slecht. Ook over de koffer waren we niet enthousiast. Een volume van 270 liter is wel zeer bescheiden, maar vooral de hoge laaddrempel, in combinatie met de brede bumper zorgen voor extra belasting in de rug. We kijken voor een herkansing uit naar de kleine turbodiesel. Die zal 600 euro meer kosten, maar lijkt op papier, zowel qua trekkracht als voor zijn verbruik, een betere keuze.153 gram CO per kmDoor Pierre Darge