Om hun precisiewerk te kunnen uitvoeren, waren de miniatuurportrettisten alleen gewapend met uiterst fijne penselen en een vergrootglas. Op een ivoren plaatje van amper zeven bij vijf centimeter penseelden ze haarfijne gezichtjes. Omwille van de transparantie werd ivoor verkozen boven papier. Echt schilderen kwam er niet aan te pas, de verf werd aangestipt met het puntje van een penseel: pointillisme avant la lettre. Berekenen hoeveel uren ze aan dit monnikenwerk besteedden, is onmogelijk. Er ging immers veel voorbereiding aan vooraf: miniaturisten moesten eerst tal van schetsen maken omdat ze niet beschikten over een foto, zoals dat nu het geval is.
...

Om hun precisiewerk te kunnen uitvoeren, waren de miniatuurportrettisten alleen gewapend met uiterst fijne penselen en een vergrootglas. Op een ivoren plaatje van amper zeven bij vijf centimeter penseelden ze haarfijne gezichtjes. Omwille van de transparantie werd ivoor verkozen boven papier. Echt schilderen kwam er niet aan te pas, de verf werd aangestipt met het puntje van een penseel: pointillisme avant la lettre. Berekenen hoeveel uren ze aan dit monnikenwerk besteedden, is onmogelijk. Er ging immers veel voorbereiding aan vooraf: miniaturisten moesten eerst tal van schetsen maken omdat ze niet beschikten over een foto, zoals dat nu het geval is. De Franse kunstenaar Louis Marie Autissier, die zich in 1796 in Brussel vestigde en er in 1830 overleed, negen jaar voor de uitvinding van de fotografie, was een van de laatste grote vertegenwoordigers van het genre. Maar hij beleefde wel een bloeiperiode: de meeste en de fraaiste miniaturen zijn tussen 1780 en 1830 gepenseeld. Juweeltjes uit die tijd zijn te bewonderen in de tentoonstelling "Autissier en het romantisch miniatuurportret in België", in de galerij van de Kredietbank op de Brusselse Grote Markt. De miniatuurtraditie heeft evenwel oudere wortels: reeds in de late middeleeuwen lieten rijkelui zich op die manier vereeuwigen. Ook beroemde schilders legden zich toe op deze kunst om een extra zakcent te verdienen: de portretten werden met stevige munt betaald. De upperclass was rond 1800 om vele redenen verzot op miniaturen. Voor de edelman waren ze een statussymbool, gelijkwaardig aan zilverwerk en juwelen. Maar ook de drukke militaire activiteiten speelden een rol: Napoleons' veldtochten rukten vele jonge koppels uit elkaar. De freules koesterden portretjes van hun kapitein en hij verstopte haar beeltenis in zijn soldatenplunje. Zo werd het miniatuurportret een bijzonder sentimentele souvenir. Met deze kleinoden werd niet gepronkt. De schilderijtjes verdwenen in een handtas of werden opgehangen in de alkoof waar het bed stond, onttrokken aan nieuwsgierige blikken. Louis Autissier was niet alleen handig met het penseel. Hij wist ook glansrijk zijn woelige tijd te overleven door zich vlot aan te passen aan de nieuwe regimes en ervan te profiteren. Dat was niet zo vanzelfsprekend omdat hij zijn carrière begon in een periode die ongunstig was voor kunstenaars. Dat veranderende toen de Conventie in 1794 een smak geld uittrok om de kunst te subsidiëren. Hoogdringend, want kunstenaars kregen geen opdrachten meer van het hof, de kerk of de adel. In 1796 trok Autissier van Parijs naar Brussel waar hij zijn fraaiste miniaturen schilderde. In 1806 werd hij benoemd tot persoonlijke portrettist van Louis Bonaparte, de koning van Holland en in 1815 van Willem I, de nieuwe koning der Nederlanden. Blijkbaar ondervond hij geen nadeel van de val van Napoleon. Hij geraakte goed ingeburgerd in de artistieke milieus van Antwerpen, Brussel en Gent. Zijn aanwezigheid spoorde anderen aan om miniaturen te schilderen. Autissier werd de grondlegger van de Belgische school van miniaturisten, waarvan Alexandre Delatour, Joseph-Philippe Oorloft en Louis-Henry de Fontenay de belangrijkste vertegenwoordigers zijn. Ook van hen is er op de tentoonstelling werk te bewonderen. De belangstelling voor deze schilderijtjes groeit. Er is nog wat te vinden op de kunstmarkt, maar echt goede miniaturen zijn zeldzaam en kostbaar. De beste zijn voor 1850 geschilderd op een ivoren plaatje. Ze waren praktisch uitsluitend bestemd voor rijkelui, nauwelijks voor de middenklasse. Pas na 1850 werden ze ook een statussymbool voor nieuwe rijken. Van toen af werd de markt overspoeld met miniaturen van mindere kwaliteit. Het onderscheid is vlug gemaakt. Bewonder op deze tentoonstelling de goede voorbeelden en merk hoe fijn ze zijn geschilderd. Bovendien zijn het allemaal persoonlijke portretten. Op jongere miniaturen tref je stereotype gezichten aan die popperig ogen. Deze versies zijn doorgaans op papier geschilderd en voorzien van een grote, opvallende signatuur. Zo'n kitscherige portretjes worden nog steeds in Italië gemaakt.De tentoonstelling "Autissier en het romantisch miniatuurportret in België" loopt van 19 februari tot 19 april in de Galerij van de Kredietbank, Grote Markt 19 te Brussel. Van dinsdag t/m zondag, van 11 tot 18 u.; maandag gesloten.Piet Swimberghe / Foto's: Dick Beaulieux