Ik sta in het midden van een rustige straat in miljoenenstad Tokio en ik buig, diep. Ik maak een buiging van vijfenveertig graden, wel twee, drie seconden lang, met rechte rug en mijn ogen op de grond gericht. Ik buig voor een Japans echtpaar dat voorbijrijdt in een kleine, zwarte auto. Mijn geste brengt hen aan het lachen.
...

Ik sta in het midden van een rustige straat in miljoenenstad Tokio en ik buig, diep. Ik maak een buiging van vijfenveertig graden, wel twee, drie seconden lang, met rechte rug en mijn ogen op de grond gericht. Ik buig voor een Japans echtpaar dat voorbijrijdt in een kleine, zwarte auto. Mijn geste brengt hen aan het lachen. Na twee weken in het land van de rijzende zon (p. 40) weet ik dat 'de diepe buiging' voor Japanners de hoogste, meest beleefde begroetingsvorm is. Een gebaar van groot respect of diepe spijt. En hoewel het niet de gewoonte is om zo diep te buigen voor een onbekende op straat, doe ik het toch, gewoon omdat ik heel erg in mijn nopjes ben. Voor het eerst in mijn leven ben ik in Tokio en deze stad geeft me meer dan ik had verwacht. De mooiste kerselaars in volle, roze bloei, vriendelijke en genereuze Japanners, prachtige parken, een waanzinnig intrigerende en unieke cultuur. Het minste wat ik Tokio kan teruggeven voor zoveel moois, bedenk ik in een opwelling, is twee van haar inwoners trakteren op een lange, grote groet. Weten hoe en wanneer te buigen, is een van de makkelijkst te leren omgangsvormen in Japan. Over alles wat er daarvoor of daarna gebeurt, is de etiquette vager. Er zijn regels voor hoe je iemands huis betreedt, hoe je businesskaartjes uitwisselt, of hoe je je moet gedragen op restaurant, maar die zijn vaak afhankelijk van de sociale status en de leeftijd van je gezelschap. Je neus snuiten in het openbaar wordt bovendien als onbeleefd beschouwd, net als wijzen, een gat hebben in je sok, of geld aannemen met één hand. Van toeristen wordt niet verwacht dat ze de regels kennen of volgen. Toch is de Japanse etiquette datgene wat mij het meest fascineerde tijdens mijn eerste bezoek aan het land. Dat, en de verwarmde toiletbrillen in elk hotel en restaurant. Mijn interesse voor Japan is de voorbije jaren langzaam gerijpt, voornamelijk onder invloed van een man die ik al acht jaar "meneer Kurino" noem. Meneer Kurino is een succesvol ondernemer in de Japanse modewereld, en een wijze, grijze man. Ik ontmoette hem in 2009 toen hij en ik in de jury zetelden van het eindejaarsdefilé van de Antwerpse Modeacademie. We raakten aan de praat en in de jaren nadien hielden we contact. Telkens meneer Kurino in Europa was, gingen we iets eten en met ieder etentje kreeg ik een nieuwe inkijk in de Japanse manier van leven. Ik leerde dat het in Japan een diepgewortelde traditie is om je vrienden en collega's kleine cadeautjes toe te stoppen, als geluksbrenger in een nieuw levenshoofdstuk. Maar ook dat Japanners hun mening formuleren op een manier die wij amper kennen. Of het nu over obscure muziek gaat of over de zware aardbeving die het land trof in 2011, altijd blijven ze nederig, hoopvol, menslievend en beleefd. Na alle verhalen van meneer Kurino was mijn nieuwsgierigheid naar het land dat hij zijn thuis mag noemen, groot geworden. Ik vreesde alleen dat twee weken te kort zouden zijn om Japan echt te leren kennen. Het bleek uiteindelijk lang genoeg om vreselijk verliefd te worden. elke.lahousse@knack.be ELKE LAHOUSSEHoewel het niet de gewoonte is om zo diep te buigen voor een onbekende op straat, doe ik het toch