oor een toeval had ik de jongste weken maar weinig tijd voor kranten- en televisienieuws. Een mooi alibi om wat afstand proberen te nemen van twee emotionele wervelwinden die door Europa en over de wereld trokken. Eerst waren er de interviews met de na acht jaar aan haar ontvoerder ontsnapte Oostenrijkse Natascha Kampusch, vergezeld van alle commentaar eromheen. Daarna kwam de vijfde verjaardag van 9/11, die dagenlang gerekt werd. De Amerikaanse televisiezender CNN bestond het zelfs om zijn kijkers het hele gebeuren opnieuw van minuut tot minuut te serveren. Een labiele mens die van dichtbij of van ver vijf jaar geleden bij de feiten betrokken was, zou van minder de pedalen verliezen.
...

oor een toeval had ik de jongste weken maar weinig tijd voor kranten- en televisienieuws. Een mooi alibi om wat afstand proberen te nemen van twee emotionele wervelwinden die door Europa en over de wereld trokken. Eerst waren er de interviews met de na acht jaar aan haar ontvoerder ontsnapte Oostenrijkse Natascha Kampusch, vergezeld van alle commentaar eromheen. Daarna kwam de vijfde verjaardag van 9/11, die dagenlang gerekt werd. De Amerikaanse televisiezender CNN bestond het zelfs om zijn kijkers het hele gebeuren opnieuw van minuut tot minuut te serveren. Een labiele mens die van dichtbij of van ver vijf jaar geleden bij de feiten betrokken was, zou van minder de pedalen verliezen. Is het nieuwsgierigheid die de mens drijft om zo dicht met zijn neus op onvoorstelbare gruwel en wreedheid te zitten of om op zoek te gaan naar elk detail van het grootst mogelijke verdriet ? Je zou het op het eerste gezicht inderdaad kunnen klasseren als empathie met slachtoffers. Of is de mens gewoon benieuwd naar zijn eigen reactie op geweld, ellende en verdriet ? Is het herbeleven van zoiets, hetzelfde als het oprakelen van oud verdriet, een middel tot verwerken ? Of is de confrontatie met dat alles veeleer geruststellend voor iedereen die in zijn of haar leven nog nooit te maken heeft gehad met emotionele of materiële verwoestingen van die omvang ? Krijgt het eigen kleine geluk slechts bestaansrecht door het af te meten aan het immense ongeluk van de anderen ? En hoe selectief zijn we in dat proces ? Waarom raakt het onheil, dat degene overkomt die op ons lijkt, ons meer dan dat van mensen die heel anders leven en denken dan wij ? In de beelden die van Natascha Kampusch werden gemaakt, trof mij onder meer de smaakvolle en 'juiste' manier waarop zij was gekleed. Vreemd voor iemand die acht jaar in de kelder van een kleine tiran heeft geleefd en dus ook ver weg van het proces van kiezen en beslissen. Zei ze niet dat bij haar eerste ontsnappingspoging, haar hele lichaam blokkeerde ? Het fysieke onvermogen tot kiezen. En toch geloven wij, of toch velen, maar al te graag in het beeld van de sterke jonge vrouw, dat ons door een team van een van Oostenrijks grootste pr- en communicatiebedrijven werd geprepareerd. We geloven maar al te graag dat wat we zien of te zien krijgen de hele werkelijkheid is. De beelden van de Dutroux-slachtoffertjes, hun verhalen, waren immers indertijd zo rauw en zo rustverstorend, dat we nu opgetogen lijken met wat we over Natascha Kampusch te horen en te zien krijgen. Experten als kinderpsychiaters die de happy-endfaçade trachten te duiden, en dus noodzakelijkerwijs de algemene opluchting verstoren, worden weggehoond. Er werd zelfs geschreven dat Natascha nu voor de tweede keer is 'gegijzeld' door de mensen die haar trachten te helpen. Natuurlijk zouden velen liever hebben dat het sensationele verhaal niet voor hen vergrendeld bleef. Achter de bewondering voor de 'sterke' Natascha schuilt ook de onverholen nieuwsgierigheid, het grote ongeduld om die sterke vrouw nu eens echt aan de tand te voelen. Om het uit haar eigen mond 'allemaal' te horen. Net zo zond CNN de gebeurtenissen van 9/11 niet opnieuw van uur tot uur en van minuut tot minuut uit om de bijna drieduizend slachtoffers te eren. Maar om zijn kijkers te plezieren die zich dan weer huiverend kunnen realiseren hoe gelukkig ze zijn, dat zij zelf op die dag ver van de ramp waren. In ' Les sirènes de Bagdad', het jongste boek van de Algerijnse schrijver Yasmina Khadra, begint de oorlog voor de mensen van het afgelegen Irakese dorp ook maar echt door de komst van een schotelantenne in het dorps- café. De droevige, kleine werkelijkheid wordt naar de afschuwwekkende, grote gruwel gezogen door tegelijk afschrikwekkende en opruiende televisiebeelden. Grote ellende, klein geluk, ze worden er allebei aan afgemeten. aYasmina Khadra, 'Les sirènes de Bagdad', Julliard, ParijsReacties : tessa.vermeiren@knack.beTessa Vermeiren