Als je samenwerkt met professionals, gaat het niet meer over ego's. Het enige wat we willen, is een
...

Als je samenwerkt met professionals, gaat het niet meer over ego's. Het enige wat we willen, is eenHij ziet er wat vermoeid uit, Raymond E. Feist, wanneer we hem op een zaterdagochtend treffen in het Amsterdamse Ambassadehotel. Zal wel aan de jetlag liggen, want de man is net begonnen aan een 28-daagse wereldreis om zijn werk te promoten. Niet dat hij dat zo erg vindt: gisteravond is hij bij wijze van start al eens goed doorgezakt met enkele leuke Hollandse meiden. "Jullie hebben hier aardig wat zitten", knipoogt hij naar de fotograaf. Het kost enige moeite om hem uit te leggen dat we eigenlijk uit België zijn, maar voor Feist is dat één pot nat. Blijkbaar heeft hij de beroemdhedenziekte al aardig te pakken. Beroemdheid? Inderdaad, want wie een beetje vertrouwd is met het fantasy-milieu, weet dat hij er als goeroe op handen wordt gedragen. Feist debuteerde in 1982 met Magiër, dat door een oplettende redacteur uit een stapel ongevraagd toegezonden manuscripten werd gevist. Zijn carrière verliep zoals de natte droom van elke aspirant-schrijver: hij rolde van het ene succesverhaal in het andere. Niet dat hij het schrijverschap nadrukkelijk ambieerde. Feist werkte aanvankelijk als ambtenaar in de gezondheidsindustrie. Een bezuinigingsronde van de overheid na de taksrevolte van 1977 deed de fondsen voor zijn project opdrogen. Hij verloor zijn job. "Omdat ik plots een hoop tijd had, begon ik te schrijven aan een roman over een magiër", vertelt hij. "Ik had er absoluut geen idee van dat het zo groot zou worden. Ik dacht gewoon dat ik dat eventjes kon blijven doen, tot ik een 'echte' job had gevonden. Eigenlijk wacht ik nog steeds op het volgende sollicitatiegesprek." Twintig jaar later heeft Feist 29 titels op zijn naam staan, waarvan ruim 20 miljoen exemplaren in 17 talen over de toonbank gingen. Met de regelmaat van de klok prijkt hij op de bestsellerslijst van de New York Times of The Times of London. Wat zijn werk zo speciaal maakt, is dat alles een groot geheel vormt. Magiër groeide uit tot een trilogie over De Oorlog van de Grote Scheuring, die verhaalt over een magische scheur in tijd en ruimte waardoor vijandelijke legers stromen die de wereld van Midkemia bedreigen. Alle volgende verhalen spelen zich af in deze fictieve wereld, of op Kelewan, de thuisbasis van de vijand. Echte fans - en dat zijn er een hoop - hebben alle vervolgverhalen, zijsprongen, achtergronden en legendes in hun boekenkast staan: Het Erfgoed van de Oorlog van de Grote Scheuring, De boeken van de Slangenoorlog, de Keizerrijk-trilogie, de Krondor-trilogie en de Legendes van de Oorlog van de Grote Scheuring. Wie niet kan wachten op de vertaling heeft misschien ook al het eerste deel van The Conclave of Shadows achter de kiezen, dat moet uitmonden in een trilogie over een derde oorlog op Midkemia. Eerlijk is eerlijk: Feist heeft de fantasiewereld van Midkemia niet helemaal zelf verzonnen. Het idee kwam van enkele universiteitskameraden, de zogenaamde Fridaynighters, die elke vrijdag samenkwamen om rollenspellen te verzinnen. Feist kwam er pas later bij. "We hadden eigenlijk geen grote plannen met die rollenspellen", blikt hij terug. "Het was gewoon een leuke manier om onze tijd te verdrijven. En een goed excuus voor studenten in geldnood om elkaar te zien en goedkoop bier te drinken." Tegenwoordig is geldnood voor Feist geen probleem meer. "Dit is de leukste job die ik ooit heb gehad", zegt hij breed grijnzend. "Ik heb nog nooit zoveel verdiend." Hij is niet de enige. Voor fantasy-auteurs zijn het tegenwoordig gouden tijden. Werd het genre lange tijd als tweederangs beschouwd, vandaag is daar nog weinig van te merken. Volgens Feist heeft dat alles met de films te maken. " Harry Potter en Lord of the Rings zijn allebei fantastisch gerealiseerd. Topkwaliteit. Wat die voor het genre hebben gedaan, is onbeschrijflijk. De vorige fantasy-films waren daarmee vergeleken niet meer dan popcorn movies." Raymond E. Feist: Ik groeide op in die business. Mijn vader was producer en regisseur, dus ik ken Hollywood op mijn duimpje. Ik ben er niet echt door gebiologeerd. Zakelijk gezien interesseert het me natuurlijk wel. Een succesvolle film zou een hefboom kunnen zijn om meer boeken te verkopen. Maar dat is iets anders dan de drang om je eigen naam op het witte doek te zien. Er zijn wel gesprekken. Ik heb al meer dan eens geluncht met filmmakers. Maar ik durf er niets op te verwedden dat het lukt. Mensen in Hollywood praten zoveel. Het is maar als de contracten getekend zijn en het geld van eigenaar is gewisseld, dat je zeker kunt zijn dat er ook iets van komt. Al de rest is paperware. Tot op zekere hoogte wel, ja. Maar ik weet nooit hoe ik daar zal komen. Soms maken de verhalen vreemde bochten. Er waren personages, zoals Jimmyt the Hand of Nakor, waarvan ik absoluut niet kon vermoeden dat ze zo lang in mijn verhalen zouden ronddwalen. Van andere dacht ik dan weer dat ze lang zouden meegaan tot ze plots werden afgevoerd. Er dienden zich subplots aan, zonder dat ik echt wist wat ik ermee aan moest. In King of Foxes, het boek dat ik nu aan het schrijven ben, duikt een personage op uit een vorig boek. Ik weet absoluut niet waarom ze er is. Ik was zelf verrast toen ik het schreef. Blijkbaar doolde ze nog rond in mijn onderbewuste. Ergens in de loop van de volgende maanden zal ik wel doorhebben wat ze daar zit te doen. De grote lijnen liggen wel vast, maar niet alles is zorgvuldig gepland. Van De Slangenoorlog was niet voorzien dat het een tetralogie zou worden. Het tweede boek hoefde er helemaal niet te zijn, het is een soort bespiegeling over de oorlogseconomie. Ik denk dat ik de eerste fantasy-auteur ben die zich plots afvroeg wie al die grote oorlogen eigenlijk betaalde. De meeste fantasy-verhalen hebben een nobele koning die vanop de bergtop zijn soldaten beveelt ten strijde te trekken. Maar nooit wordt uitgelegd waarom die dat bevel zomaar uitvoeren. Daarom besloot ik daar eventjes over uit te wijden. Ik zeg altijd dat ik historische verhalen schrijf over een plaats die niet bestaat. Ik probeer menselijke motieven, waarden en gevoeligheden te zoeken. Waarom zet een strijder zijn leven op het spel? Omdat hij er een hoop geld voor krijgt. Dat kunnen we begrijpen. De ridders waren ook niet zo nobel als velen denken. Ze waren niet beter dan de hedendaagse voetbalspelers, die voor hoge bedragen worden getransfereerd.Dat is volgens mij het belangrijkste om geloofwaardig te zijn. Ik heb een hekel aan fantasy waar de held perfect is. De karakters moeten menselijk zijn. En mensen zijn complex, hoe simpel ze misschien ook lijken. Niemand is uit een blok hout gesneden. Mijn vader zei ooit: "Geef het publiek iemand om medelijden mee te hebben." Dus wat ik doe is interessante figuren verzinnen en ze onderdompelen in een wereld van pijn. Ik laat ze van alles doorstaan om te zien hoe ze het ervan afbrengen.Ik steel dingen. Toen ik begon met Magiër was er veel façadewerk. Het was als een filmset uit Hollywood. Je zag de voorkant van het gebouw, en als je de deur opende, was er enkel zeildoek en verf. Daarna is dat geleidelijk veranderd. De Keizerrijk-trilogie schreef ik samen met Janny Wurtz. Zij was nogal vertrouwd met Korea, en kwam met allerlei details over de Aziatische gewoontes en kledingstijl aanzetten. Zo is het idee gegroeid om Kelewan een oosterse sfeer te geven. Klopt, met die nuance dat de regio's van elkaar verschillen. Toen ik begon te schrijven, zag ik de oosterse helft van het Koninkrijk als het middeleeuwse Engeland. Het westen moest daarentegen het gevoel oproepen van een soort Far West, waar de mensen ruwer en alledaagser zijn. De streek rond Bas-Tyra is voor mij dan weer duidelijk Frans, terwijl de regio van Rodez in essentie Spaans moest zijn. Het is een truc die ik gebruik om te schrijven. Ik wilde de lezer eerst paaien door hem een verhaal te geven in een ietwat vertrouwde setting, een Noordwest-Europese middeleeuwse cultuur. Met de bedoeling dat hij dan dezelfde vervreemding en cultuurschok voelt wanneer hij vier jaar later met de figuur Pug in Kelewan terechtkomt. Als je samenwerkt met professionals, gaat het niet meer over ego's. Het enige wat we willen, is eenDat komt omdat je met fantasy vaak in dat middeleeuwse register zit. Dan kom je nogal snel bij vrouwen met duivelse trekken. Met Mara wou ik dat cliché vermijden. Mara is een competente en slimme heldin geworden. Complex ook, een vrouw van vlees en bloed.Ik had het personage in mijn hoofd toen ik Janny voor het eerst ontmoette. Janny is een erg aantrekkelijke vrouw moet je weten, en ze was toen bovendien vrijgezel. Als man was ik wel geïnteresseerd in haar. We begonnen elkaar te bellen, maar na een tijdje werd het duidelijk dat er niet echt een romance in zat. Ze bleef wel een goede vriendin, en ik hield ook erg van haar boeken. Nadat ze me enkele suggesties voor Mara had gegeven, vroeg ik haar of ze het boek niet gewoon met mij wou schrijven. Na een jaar aandringen gaf ze toe. Het idee komt misschien wel van mij, maar uiteindelijk is Mara vooral haar personage geworden.Als je samenwerkt met professionals, gaat het niet meer over ego's. Het enige wat we willen, is een(fel) Wel, niemand vroeg Hemingway of hij ooit zonder inspiratie viel. Niemand vraagt een romanschrijver hoelang hij kan doorgaan met verhalen schrijven over mensen in, pakweg, Londen. Of aan Louis Lamor hoeveel verhalen hij nog gaat schrijven over de Far West. En hij schreef er al een goeie driehonderd! Dat wordt enkel gevraagd aan fantasy-auteurs. En laat het antwoord duidelijk zijn: ik kan zoveel boeken schrijven over Midkemia als Louis Lamor westerns schreef. De vraag is gewoon hoeveel goeie verhalen ik nog kan verzinnen. En dat weet ik natuurlijk niet. De dag dat ik geen goeie verhalen meer schrijf, stop ik er gewoon mee. Ach, ik heb ook wel mijn mindere periode gekend. Ik heb mezelf door een vijf jaar lange klinische depressie geworsteld, vóór mijn echtscheiding. Het was toen heel moeilijk voor me om te schijven. Ik schreef maar drie boeken in die vijf jaar.Niet echt, de gemiddelde schrijver heeft er een per jaar, soms meer. Stephen King levert meer dan een boek per jaar, zelf heb ik er de voorbije drie jaar vijf geschreven. Maar het punt is: de zogenaamde writer's block is gewoon een glamoureuze manier voor schrijvers om uit te leggen waarom ze niet werken. De mythe van de gekwelde poëet. Het afzien in naam van de kunst. Ik vind dat nonsens. Writer's block is je onderbewuste dat probeert duidelijk te maken dat je eerst enkele zaken moet afhandelen vooraleer je kunt schrijven. Misschien zit het verhaal niet goed in je hoofd, of misschien moet je het wel goedmaken met je vrouw. Ga in therapie, doe iets aan die neurose, maar stop met denken dat je Woody Allen bent. Je kunt toch niet werken vooraleer je je demonen verslagen hebt. Momenteel doe ik onderzoek voor een boek over de volwassenenindustrie in Amerika, meer bepaald over topless-danseressen. En ik zou ook graag iets schrijven over de geschiedenis van het Amerikaanse profvoetbal. Maar het zou even goed bij ideeën kunnen blijven. Het boek over de danseressen maakt misschien wel de grootste kans. Ik kan er makkelijker een uitgever voor vinden; seks verkoopt nu eenmaal goed in Amerika. Ik denk dat ik die stap kan zetten wanneer ik op het punt ben gekomen dat alles met mijn naam erop verkoopt. Dat doen ze misschien wel, maar ik laat me daar niet door leiden. De ene persoon kan zeggen dat hij mijn nieuwer werk maar niets vindt in vergelijking met Magiër, terwijl een andere zal vinden dat mijn nieuw werk zoveel beter is. Naar wie moet ik luisteren? Je moet gewoon voor jezelf schrijven. Zolang je jezelf kunt entertainen, zullen de lezers er ook wel iets in zien. En het moet goed zijn, natuurlijk. Want geloof me, het kost evenveel tijd om een slecht boek te schrijven als om een goed boek te maken. Je kunt dus maar beter je best doen. Ach, een schrijver heeft zijn trucs. Je schrijft wat je weet, en wat je niet weet ga je opzoeken in de bibliotheek of op het internet. Kijk, je hebt een muur, met daarin een venster. Het venster beweegt de hele tijd, en zolang datgene dat je ziet door het venster geloofwaardig is, maakt het niet uit of al de rest leeg is. De eerste taak van een schrijver is overtuigend te zijn. Ik moet jou ervan overtuigen dat mijn personages echt ongelooflijke dingen gaan doen, en dat ze daar nog aanvaardbare redenen voor hebben ook. Als je dat kunt aantonen, zit je goed.Wel, ze mogen me gerust een postkaartje zenden, maar ik zou er niet willen wonen (lacht). Maar goed, er is een escapistisch kantje aan alle goeie fictie. Je brengt de lezer in een wereld waar hij nog nooit is geweest. En het is een save thrill. Ze zien gevaar, oorlog, magie, zonder dat het gevaarlijk is. Dat is een van de redenen waarom fantasy vandaag zo populair is, gezien de complexe wereld waarin we leven. In een goed fantasy-verhaal zie je op het einde van 300 pagina's de triomf van de goeie mensen. Dat biedt een houvast, het maakt de dingen een hoop eenvoudiger. Raymond E. Feist & Joel Rosenbergh, 'Legenden van De Oorlog van de Grote Scheuring - Tweede legende - De Drie Huurlingen', Uitgeverij M., 288 blz., 16,95 euro.Ik schrijf historische verhalen over een plaats die niet bestaat, de wereld van Mikdemia. Daar zoek ik naar menselijke, herkenbare motieven. Mijn vader zei ooit: geef het publiek een figuur om medelijden mee te hebben. Dus verzin ik interessante figuren en dompel ze onder in een wereld van pijn om te zien hoe ze het ervan afbrengen.Mijn vader zei ooit: Geef het publiek een figuur om medelijden mee te hebben. Dus verzin ik interessante figuren en dompel ze onder in een wereld van pijn om te zien hoe ze zich uit de slag trekken. Ik schrijf historische verhalen over een plaats die niet bestaat. Ik probeer menselijke motieven, waarden en gevoeligheden te zoeken.