Vorige woensdag viel mij in Knack de luchtfoto op van het huis van Wu Ping en Yang Wu in het Chinese Chongqing, een stad van 28 miljoen inwoners. Het huis staat op een soort hoge motte te midden van een reusachtige bouwput van meer dan tien meter diep. Een belegerde burcht, lijkt het. Alle huizen rondom zijn afgebroken om plaats te maken voor een nieuw op te richten shoppingcomplex.

Het is een surreëel beeld van het gevecht van de kleine individuele bewoner die zijn territorium verdedigt binnen de grote, oprukkende stad. In China is een strijd op leven en dood aan de gang tussen de projectontwikkelaars en de slecht beschermde eigenaars van privéwoningen. Meneer Yang, een beoefenaar van de edele gevechtskunsten, verdedigt met alle technieken die hij beheerst het huis waarin hij samen met zijn vrouw een restaurant wou beginnen, tegen bendes die door de projectontwikkelaars worden uitgestuurd om hen te verdrijven. Hun eis : een eethuis op de benedenverdieping van een van de op te richten gebouwen, het voorstel van ruimte op een hogere verdieping vinden ze niet fair. Hun plannen hoeven niet te worden aangepast aan die van de machtige bouwheren, vinden mevrouw Wu en meneer Yang. David tegen Goliath in de grote stad.

Er bleef nog een beeld op mijn netvlies hangen. Dat van de driehonderd arbeiders van Burberry's, die op vrijdag 30 maart achter het stijlvolle rood-blauwe vaandel van hun textielvakbond voor de laatste keer hun fabriek in het Welshe Treorchy verlieten. Protest van bekende Britten, als actrice Emma Thompson en operazanger Bryn Terfel, zelfs een tussenkomst bij de Britse regering van de prins van Wales himself, kunnen niet verhinderen dat de productie naar China wordt overgeheveld. De raad van bestuur van Burberry's had geen oor naar de argumenten voor het behoud van Brits erfgoed binnen de eigen grenzen. De productie van een polo kost in Wales elf pond en in China slechts vier pond. Rendement gaat voor. En met sentimentaliteit over erfgoed, laat staan over driehonderd kleine luiden, heeft men weinig van doen in die context.

Soms rijgen beelden zich aan elkaar als kralen van betekenis. Toen ik een aantal maanden geleden door de Brusselse Noordwijk reed, zag ik daar aan de voet van een grijs anoniem flatgebouw, een paard grazen op een lapje gras waarop een optrekje staat, gemaakt van oude kratten en ander junkmateriaal. Het is wel de laatste plek waar je een paard verwacht, midden in het dagelijkse gevecht van de stad voor nieuwe ontwikkeling. Het bijzonder hippe Turn en Taxis met zijn trendy restaurants, het voyante paleis van de KBC, het Kaaitheater, de lofts en kantoren die opschieten in de buurt van de Citroëngarage aan het IJzerplein, dat alles omringt het paard.

Een tijdje later hoorde ik Pascal Smet op de radio praten over het openluchtzwembad dat hij daar in de buurt wil inplanten. Toen moest ik weer aan dat paard denken, dat daar zo onwerelds vredig stond te grazen. Ik heb niet genoeg verstand van paarden om te weten of de oude knol op rust was. Bij dat paard hoort ongetwijfeld een eigenaar. Of het iemand was die in de oude straten van die buurt woont, die geen afstand kon doen van het dier, vroeg ik me af. Of het dier werkte of gewerkt had voor een voddenman, een groenteboer (rijden die nog met paard en kar in Brussel ?) of voor iemand die met een koets toeristen door de stad rond voert ? In ieder geval iemand die het territorium van zijn of haar paard heeft weten te verdedigen tegen de oprukkende stad en haar beton, staal en technologie. Ik heb er mij niet verder in verdiept, het witte paard uit de Noordwijk blijft een raadsel. Maar of ik het paard ooit nog terugzie ? De magische eenhoorn die alleen door een maagd kan worden gevangen ? De stad is gelukkig geen maagd. Dwaze romantiek, ik weet het, maar menselijke gedachten volgen soms vreemde sporen, verstrooid wachtend voor een druk verkeerslicht. Tessa blogt ! Van muizen en mensen, op www.weekend.be

Reacties : tessa.vermeiren@knack.be

Tessa Vermeiren