Het is altijd spannend om in Zwitserland 's ochtends de houten luiken open te gooien. Verschillende seizoenen in een week, het kan. We hebben geluk, want het uitzicht is een perfecte ansichtkaart met staalblauwe lucht en geen wolk aan de hemel. Niets doet nog denken aan het impressionante onweer van de avond voordien. Donder en bliksem zorgden voor afkoeling en spektakel na enkele bloedhete dagen half juli, hier in het bekende Alpendorp in het Zwitserse Berner Oberland.
...

Het is altijd spannend om in Zwitserland 's ochtends de houten luiken open te gooien. Verschillende seizoenen in een week, het kan. We hebben geluk, want het uitzicht is een perfecte ansichtkaart met staalblauwe lucht en geen wolk aan de hemel. Niets doet nog denken aan het impressionante onweer van de avond voordien. Donder en bliksem zorgden voor afkoeling en spektakel na enkele bloedhete dagen half juli, hier in het bekende Alpendorp in het Zwitserse Berner Oberland. Tijdens de zomer ziet de regio van Gstaad er lieflijk en van een eerder tijdperk uit, met groene hellingen waartegen traditionele houten chalets gebouwd zijn. Op een zacht gezoem van de kabellift na, is het compleet stil wanneer we ons naar Wispile, op 1900 meter, laten brengen. Boven is er een klein dierenparkje waar de kinderen zich vergapen aan lama's, pony's en geiten. Er is ook een speeltuin, een hoekje met hangmatten en een terras met ligstoelen. We bestellen koffie en nemen de wijde omgeving in ons op. Hoewel we niet de enigen zijn op het terras, heerst ook hier een ongelooflijke rust. Alleen flarden van een zakelijke conversatie in de gsm, geplakt tegen het oor van een zonnebankbruine yup, halen even de wereld naar deze plek waarop de tijd geen vat lijkt te hebben. Vraag van de dag is of we terug naar beneden gaan met de kabellift of met een trottinette, een soort megastep met stevige remmen die je op verscheidene plaatsen in de regio kunt huren om je aan spectaculaire afdalingen te wagen. Omdat jonge kinderen al van nature roekeloos zijn en daarvoor geen extra tools nodig hebben, besluiten we dat het veiliger is om ons te laten glijden met de kabellift. Deze kabelliften zijn trouwens gratis voor kinderen jonger dan negen jaar. " Come up. Slow down" is de toeristische slogan waar Gstaad mee uitpakt. Voor één keer hebben de marketeers niet overdreven, de slagzin klopt. Ons verblijf kabbelt traagjes verder en we schudden moeiteloos ons hectische stadsritme af. Elke dag ziet er hetzelfde en toch anders uit : uitstapjes met de kabellift, korte wandelingen, een terrasje in de zon en tegen de vooravond sauna en zwembad in het hotel. Om het spannend te houden staat ook Glacier 3000 op het programma, een sneeuwpretpark op een gletsjergebied tussen Gstaad en Diablerets. Een kabelbaan brengt de bezoekers via een indrukwekkend traject tot op drieduizend meter. Je kunt er in de zomer skiën, maar ook met een rupsvoertuig een tocht op de gletsjer doen of een rondje met een huskyslee. Het betonnen, panoramische restaurant werd ontworpen door de Zwitserse architect Mario Botta. Daar heeft dochterlief echter geen oren naar. Ze heeft de Alpine Coaster gezien, een steile roetsjbaan die je het onzalige gevoel geeft dat je elk moment uit de bocht en in het ravijn kunt storten. Het duurt nog een hele tijd voor mijn hartslag terug tot rust komt. Op de weg terug rijden we voorbij een garage van Porsche, waar ook een bordje hangt met 'Bentley Service'. Iets verderop is er een verhuurfirma van Range Rovers. We moeten misschien maar eens snel dat legendarisch mondaine gehalte van Gstaad testen. De Promenade, de enige winkelstraat van het autovrije centrum, ligt er verlaten bij. Dat is in de winter wel anders, laat ik mij vertellen, dan wandelt een stoet bontjassen, dure anoraks en andere modieuze outfits door het stadje. In de boetieks op de promenade vind je alle topmerken, van Ralph Lauren tot Baby Dior. Moncler heeft er een boetiek en ook Prada opende om de hoek. De etalages van de vastgoedkantoren spreken boekdelen : er zijn prachtige chalets te koop, van buiten gezien traditioneel, maar met binnenin state of the art design. En met een all-inservice, zoals die geafficheerd wordt : in deze tweede verblijven wordt de postbus regelmatig gelicht, de ramen worden opengezet, de planten water gegeven, de elektriciteitsrekeningen betaald en wanneer de eigenaars naar hun chalet komen, staat de verwarming op, is de koelkast gevuld en liggen de skipassen klaar. Hoog boven het centrum troont Gstaad Palace, het vijfsterren luxehotel dat al sinds 1913 de rijken der aarde ontvangt. Het exterieur heeft wat weg van een Disney sprookjeshotel. Op de kronkelige weg ernaartoe, liggen in het groen verscholen het soort chalets dat we in het vastgoedkantoor geadverteerd zagen. "Waarom Gstaad ?" vraag ik onze gastheer Thomas Rüegger van het Steigenberger Hotel. Hij krijgt de vraag wel vaker en heeft een antwoord, maar niet vooraleer hij benadrukt heeft dat Gstaad zoveel meer is dan het mondaine Palace Hotel. "Er wordt nog altijd verwezen naar sterren als Roger Moore, maar die heeft al lang geen huis meer in Gstaad. Natuurlijk is dit geen bestemming waar busladingen budgettoeristen naartoe komen, maar voor families zijn er zeker gedegen en haalbare opties. De regio is absoluut een kindvriendelijke bestemming, er zijn speeltuinen aangelegd, fiets- en wandelroutes, er kan zeer veel." Ik moet hem gelijk geven, maar wil toch echt weten waarom die rustige boerenbuiten zo'n magneet werd voor the rich and famous. Rüegger ziet vier redenen. Het landschap, de bouw van het Palace Hotel in 1913 en de treinlijn die rond 1916 het gebied ontsloot en verbond met Montreux. "Maar de hoofdreden zijn toch de dure privéscholen in de regio. Kinderen van staatshoofden en andere welgestelde families van over de hele wereld komen hier op internaat. In de winter skiën ze in Gstaad. Zo leren ze de regio kennen en blijven ze terugkomen, ook nadat ze afgestudeerd zijn." Een ander aspect van het appeal is dat de hele regio zeer strikt omgaat met bouwkundige regels. Er wordt stevig vastgehouden aan het uitzicht van een 'typisch' Zwitsers dorp van weleer. Aan het eind van ons verblijf gaan we nog op bezoek naar de Hugeli-hoeve, hoog in de bergen, een alpage waar boer Veli Hardi in de zomermaanden leeft. Hij heeft er 22 koeien en maakt kaas en boter. Het ritueel van artisanaal kaas bereiden, met een grote koperen pot boven het houtvuur, maakt indruk op de kinderen. De basic levensomstandigheden op zo'n boerderij eveneens. 's Avonds laat ik de rest van de familie achter in het hotel en ruil ik mijn sportieve wandelplunje in voor een cocktailjurk. Hoog tijd voor een mondaine avond uit. Een chauffeur brengt enkele gasten met het hotelbusje naar de kerk van Saanen, voor het openingsconcert van het jaarlijkse Menuhin Festival. Het kleine en tjokvolle kerkje is een wonderlijke setting voor een Haydn-concert. Na afloop valt de regen bij bakken uit de hemel. Overal in de straat staan hotelbusjes geparkeerd met in gouden letters de namen en het aantal sterren van het hotel. Voituriers in pak en met een pet rennen over en weer met grote paraplu's om hun elegante gasten tegen de stortvloed te beschermen. Een heerlijk ouderwetse scène en een perfecte afsluiter voor een kennismaking met Gstaad. DOOR TRUI MOERKERKEOP EEN ZACHT GEZOEM VAN DE KABELLIFT NA, IS HET COMPLEET STIL