Of ik geen courgettes wil ? Pieter Croes en Bart Haverkamp hebben een achterhuisappartement in Borgerhout, maar ook een buitenhuisje in de Kempen, waar hun vijf courgetteplanten net iets te productief bleken, deze zomer. Die bosrijke omgeving is hun ontspanningsplek, maar de tuinen die ze bedenken bevinden zich zonder uitzondering in de stad. Ze hebben dan ook geen traditioneel tuinaanleggersprofiel, vindt Pieter Croes : "Bart is bloemist en ik ben productontwikkelaar. Veeleer toevallig zijn we tuinen beginnen onderhouden, zo'n vijftien jaar geleden. In het begin bedachten en plantten we vooral gemengde borders, eigenlijk bloementuilen die elk jaar terugkomen. Maar steeds meer kregen we de vraag om ook volledige tuinen te bedenken en uit te voeren."
...

Of ik geen courgettes wil ? Pieter Croes en Bart Haverkamp hebben een achterhuisappartement in Borgerhout, maar ook een buitenhuisje in de Kempen, waar hun vijf courgetteplanten net iets te productief bleken, deze zomer. Die bosrijke omgeving is hun ontspanningsplek, maar de tuinen die ze bedenken bevinden zich zonder uitzondering in de stad. Ze hebben dan ook geen traditioneel tuinaanleggersprofiel, vindt Pieter Croes : "Bart is bloemist en ik ben productontwikkelaar. Veeleer toevallig zijn we tuinen beginnen onderhouden, zo'n vijftien jaar geleden. In het begin bedachten en plantten we vooral gemengde borders, eigenlijk bloementuilen die elk jaar terugkomen. Maar steeds meer kregen we de vraag om ook volledige tuinen te bedenken en uit te voeren." Pieter Croes : Het boek is een overzicht van het werk dat we de laatste zes à zeven jaar hebben gedaan. Wij vinden altijd dat we voor elke klant op maat werken : we maken strakke tuinen, romantische, minimalistische of weelderige. Maar ergens is er wel een lijn te zien : we tekenen eerst grote strakke geometrische vormen, die we dan erg wild inplanten, waardoor de strakke lijnen weer verzacht worden. Misschien is het basisplan veeleer mannelijk en de beplanting veeleer vrouwelijk te noemen. Bart Haverkamp : We zijn ook gevoelig voor vues, we willen altijd een uitzicht. In de stad hebben sommigen een prachtig uitzicht, anderen niet. Dan kadreren we met planten een mooi stadsdeel, de lucht of water. Wij maken veeleer tuinkamers, we werken met lagen en structuren, zowel verticaal als in de breedte. Het is zoals kleding : hoe meer laagjes je hebt, hoe diffuser en gezelliger het wordt. Pieter : Omdat ze in de stad echt een grote impact kunnen hebben. Toegegeven, het is vechten tegen de bierkaai, want Belgen hebben iets tegen bomen. Ze zijn vuil, ze staan in de weg, ze geven schaduw, bomen zijn altijd een probleem. En ze zorgen voor heel wat burenruzies. Wij proberen daartegen in te gaan omdat een boom voor veel mensen in een stad een meerwaarde kan betekenen. Bart : Ook zouden er meer bomenpleinen moeten zijn in de stad. Ze geven sfeer. Kijk naar Parijs en Brussel. Ik hou van een massa stammen, een massa bladeren. Pieter : Er zijn weinig bomen op openbare pekken in Vlaamse steden die ouder zijn dan vijftig jaar, want dan is die ziek of staat die in de weg. Dus planten wij bomen in onze tuinen. We zorgen ook altijd voor planten die vogels, insecten en vlinders interessant vinden. Bart : Ik ben gek op prairietuinen en bloemenborders, kniptuinen om boeketten te maken. Er worden veel te weinig bloemen gezet. Pieter : Misschien wel gemakkelijker dan op het platteland. Als we daar een tuin of park zouden moeten ontwerpen, dan zouden we ons moeten aanpassen aan die omgeving om het landelijke aspect te versterken. Als je een tuin maakt in de stad, dan ben je helemaal vrij. Je kunt er evengoed een Japanse tuin zien, of een Amerikaanse of een Perzische, dat stoort niet in de stad. Maar in welke stijl ook, elk blaadje staat tegenover een massa steen. Het verzacht de stad en verhoogt de levenskwaliteit. Pieter : Vooral minder werk, want ze hebben minder groene vingers. En ze zijn bang voor te veel en te wild groen. Maar wij vinden dat tegenover een strak inte- rieur een wilde tuin net heel goed werkt als contrast. En vaak willen mensen in de stad een lounge- en aperitiefhoek die ze dan ook in de winter kunnen gebruiken. Bart : Ja, ongeveer de helft van onze projecten zijn daktuinen. Het is elke keer weer spectaculair om van een roofingdak met twintig koepels en schouwen en inkijk bijvoorbeeld een villatuin in het midden van de stad te maken. Daktuinen zijn een meerwaarde, want ze brengen voorheen 'dood' gebied tot leven. Bovendien temperen ze temperaturen, verhogen ze de luchtkwaliteit en verbeteren ze de afwatering. Bart : Ze hebben constant water nodig want het zijn eigenlijk grote bloembakken. Dus op dat vlak zijn ze niet ecologisch. En daardoor zijn ze ook vergankelijk : als de tuin drie maanden niet 'bewoond' wordt, is hij om zeep. Maar er zijn op de daken nog massa's mogelijkheden. Waarom geen fitness op daken van bedrijven ? Of een hondenwei in de stad ? Of een klimmuur ? - De stads- en daktuinen van Bart Haverkamp en Pieter Croes, Foto's Sarah Blee, Lannoo, 29,99 euro. Verschijnt half november. DOOR LEEN CREVE . PORTRET DIEGO FRANSSENS . FOTO'S SARAH BLEEBart Haverkamp : "Daktuinen brengen voorheen 'dood' gebied tot leven, ze temperen temperaturen, verhogen de luchtkwaliteit en verbeteren de afwatering." Pieter Croes : "Belgen hebben iets tegen bomen. Ze zijn vuil, ze staan in de weg, ze geven schaduw, bomen zijn altijd een probleem."