Een woensdagavond in de Brusselse Taverne du Passage. Ik zit met drie andere vrouwen, tussen de 51 en de 36, aan tafel, een glaasje champagne als aperitief, met de bedoeling een avond bij te praten en eens lekker te eten.
...

Een woensdagavond in de Brusselse Taverne du Passage. Ik zit met drie andere vrouwen, tussen de 51 en de 36, aan tafel, een glaasje champagne als aperitief, met de bedoeling een avond bij te praten en eens lekker te eten. De ober spreekt ons van bij het begin betuttelend toe. Over de wijnkeuze bijvoorbeeld, over het gebruik van rouille bij de vissoep en het verdelen van de frieten, over het extra chocolaatje voor wie geen koffie heeft besteld. Hij laat ook niet na ons te vertellen dat hij in het restaurant wel de plezantste is, maar dat hij thuis niks te vertellen heeft, dat zijn vrouw liever heeft dat hij daar zwijgt. Van halfacht tot elf uur blijft hij doorgaan met zijn flauwe seksistische grapjes. Behandelt hij ons als "de vrouwtjes" die ook eens zonder de mannen op restaurant mogen. Wij proberen hem te negeren en blijven beleefd. Wat van hem eigenlijk niet gezegd kan worden. De uitsmijter krijgen we bij de rekening die, gezelligheid kent geen prijs, opgelopen is tot tienduizend frank. Meneer presenteert ons een dubbelzinnig tekstje in het Nederlands dat dankzij onze welwillende vertaling naar het Frans schunnig zou moeten worden. Maar hij vangt bot. "Ik begin uw vrouw te begrijpen", zegt een van ons. Het raakt de man zijn kouwe kleren niet. Hij heeft zijn lol gehad op de rug van de vrouwtjes. Dat die ook nog goedverterende klanten zijn, is hem duidelijk een zorg. Ik verdenk hem er zelfs van te verwachten dat we zullen terugkomen omwille van zijn onvolprezen talent als entertainer. Hij zou zich kunnen vergissen. Hoewel we erover dachten om van die dineetjes in de Taverne du Passage een traditie te maken, zullen we voortaan wel elders een tafel boeken. Men zou deze man, en vooral zijn patron, eens de recente studie over single vrouwen van de Franse socioloog Jean-Claude Kaufmann onder de neus moeten duwen. Daaruit blijkt dat in Frankrijk tegenwoordig van de 35-jarige vrouwen er één op vier alleen leeft. Het zal hier wel niet veel verschillen. En dat dat overwegend vrouwen zijn die goed verdienen: vrije beroepen, kaderleden. Vrouwen dus die geld uitgeven, die graag van het leven genieten, die meer op restaurant gaan dan het gemiddelde. Vrouwen ook die niet noodzakelijk mannelijk gezelschap nodig hebben om zich te vermaken en die best in staat zijn om zelfstandig hun weg te vinden in een wijnkaart. Een belangrijk potentieelcliënteel dus. De Taverne du Passage is een eerbiedwaardige instelling met een indrukwekkende geschiedenis en traditie. Maar voor het feit dat ze zo vergrijst dat ze zich niet langer bewust is van de maatschappelijke veranderingen en dergelijk bot en dom personeel in dienst houdt, mag haar vergevorderde leeftijd geen excuus zijn. Ach, het is mij weleens overkomen in Turkije dat ik, als vrouw alleen aan een tafeltje, moest bekvechten met de maître d'hôtel om iets op mijn bord te krijgen. En het is mij in Griekenland meermaals gebeurd dat mijn zonen vóór mij bediend werden. En ik heb in mijn leven karrenvrachten seksistische grappen over mij heen gekregen. Maar als ik mijn goede geld uitgeef voor een maaltijd onder vriendinnen in een gereputeerd restaurant, dan mag ik verwachten door het bedienend personeel met respect en hoffelijkheid behandeld te worden. Ik kan mij niet voorstellen dat een van de obers in deze eerbiedwaardige Brusselse instelling zich dezelfde vrijheden zou permitteren met een tafel van vier heren.Tessa Vermeiren